De schedel van de Brugse beer

Brugse beer met wapenschild (zilver) op staf van de deurwaarders

Beer als schilddrager op een ceremoniële staf, (c) Dominique Provost Photography

Eind jaren ’70 graven archeologen op de Burg de schedel en enkele beenderen van een bruine beer op. De resten dateren uit de 9de-10de eeuw. Meteen rijst de vraag: ‘Zijn dit de beenderen van “de” Brugse beer?’ Want al eeuwenlang draagt Brugge in haar wapenschild een bruine beer. Of beter gezegd: het schild wordt gedragen door een beer. Maar waar komt die beer vandaan?

 

Een stukje vroege Brugse geschiedenis: een ontmoeting in het woud

Vandaag leven er geen beren meer in deze streken. Ten tijde van de eerste graven van Vlaanderen in de 9de eeuw en tot de 12de eeuw is dat wel het geval. Er bestaat een legende waarin de eerste graaf, Boudewijn met de IJzeren Arm en een beer de hoofdrol spelen. Is de vondst op de plek waar die eerste graven resideerden, in verband te brengen met deze legende?

De legende gaat als volgt. Boudewijn is een hoveling aan het Franse hof. Hij laat zijn oog vallen op Judith, de dochter van de Franse koning. De liefde is wederzijds  want Judith laat zich gewillig schaken en meevoeren naar Vlaanderen. In de bossen rond Brugge komt het vluchtende koppel echter oog in oog te staan met een reusachtige beer bedekt door een dikke laag sneeuw. Deze beer maakt de omgeving al geruime tijd onveilig. Reizigers die zich in het bosrijke gebied wagen, worden vaak aangevallen. Zo ook Boudewijn en zijn jonge bruid. Boudewijn aarzelt niet: hij is een befaamd zwaardvechter en gaat de strijd aan. Tijdens het gevecht  richt de beer zich op en gaat tegen een boom staan om zich af te duwen. Boudewijn ziet zijn kans, stormt naar voor en doorboort de beer met zijn lans. De stoot is zo hevig dat de lans, door de beer, onwrikbaar in de boom vast komt te zitten. Boudewijn is zijn naam ‘met de ijzeren arm’ dus waardig.  Dankzij de bemiddeling van de paus krijgen Boudewijn en Judith toestemming van haar vader om te trouwen. Als deel van de verzoening krijgt Boudewijn Vlaanderen in leen en wordt zo de eerste graaf van Vlaanderen.

Een ontmoeting aan het banket

De gevonden schedel als een bewijs beschouwen voor bovenstaand verhaal, is een brug te ver. Maar de vondst vertelt ons wel iets meer over het leven op de Burg en het landschap rond de stad. Op de schedel zijn vilsporen te zien en op de dijbeenderen zijn duidelijke kapsporen merkbaar. Dit wijst erop dat het berenvlees opgegeten werd. Maar berenbout stond niet op het menu van Jan en alle man. Het eten van berenvlees was het voorrecht van de adel. Die had niet enkel het monopolie op het eten van het groot wild maar ook het exclusief recht op het gebruik van de bossen om er te jagen en varkens te hoeden. Dat de eerste graven op beren konden jagen en ze op hun banketten lieten opdienen illustreert voornamelijk dat er rond het jaar 1000 nog voldoende wilde natuur in westelijk Vlaanderen voorkwam.

De berenschedel is vandaag te bewonderen in de kelder van het Crown Plaza Hotel op de Burg, als de ruimte niet in gebruik is. Aan de hotelbalie wijst men je graag de weg.

Een ontmoeting bij de koffie

En zo wordt de Brugse beer de oudste bewoner genoemd en is hij onlosmakelijk verbonden met de stad. Vanaf de 16de eeuw houdt een beer het wapenschild van Brugge vast.  Dat zie je bijvoorbeeld mooi op de staf van de stadhuisbodes. Bij officiële ontvangsten draagt de bode de staf nog steeds mee en schittert de beer

Brugs_Beertje_van_de_Loge

De Brugse beer aan de gevel van de Poortersloge, (c) Zeisterre

met zijn schild. Later krijgt de beer gezelschap van een leeuw als schildhouder en wordt het geheel vervolledigd met een gekroonde “b”  en de Latijnse wapenspreuk ‘S.P.Q.B.’, wat betekent ‘Senatus Populus Que Brugensis’ of ‘het bestuur en het volk van Brugge’. Dit wapenschild staat nog steeds op officiële documenten maar is in het dagelijkse leven vervangen door het stadslogo.

De Brugse Beer duikt ook elders op. De mascotte van Club Brugge is een beer. Het  Brugs Beertje is een welbekend cafe in de binnenstad en wie iets zoets wil bij de koffie kan kiezen voor een Brugs beertje. Dit koekje werd enkele jaren geleden op initiatief van het Bruggemuseum gecreëerd door Lange Bakker Luk Nonneman.

RECEPT

Brugse beertjes: koekjes met geschiedenis

Ingrediënten

  • 250 gr. boter
  • 250 gr bruine cassonade
  • 135 gr. bloemsuiker
  • 2 eieren
  • 20 gr. sinaasappelextract
  • 500 gr. bloem
  • 8 gr. bakpoeder.
  • 20 gr. gemalen korianderzaadjes of korianderpoeder
  • 5 gr. vanille extract
Het museumkoekje door Luc Nonneman alias De Lange Bakker

Het Brugse beertje, een recept van De Lange Bakker

Hoe ga je te werk?

Maak de boter mals. Voeg de cassonade en bloemsuiker toe en kneed goed. Meng de eieren onder de massa en kneed door.Doe het sinaasappelextract erbij en meng weer goed.Doe het vanille extract erbij en meng opnieuw goed. Zeef de bloem met het bakpoeder en de koriander boven het deeg.

Kneed alles goed door tot je een homogeen deeg krijgt. Rol het deeg op tot een bal en pak het in met plasticfolie.

Laat het deeg een nachtje rusten in de koelkast.

 

Verwarm de oven op 180°C. Rol het deeg uit op 4 mm dikte en steek de koekjes met een vormpje uit of gebruik een koekplank. Leg ze op een met bakpapier beklede plaat en bak ongeveer 16 minuten.

De baktijd hangt af van de dikte van de koek.

 

Smakelijk!

 

 

 

 

Meer objecten en verhalen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *