Frans De Mulder, de laatste Brugse slaaf

Slaven uit Brugge? Ze hebben bestaan. Een schilderij van Jan-Antoon Garemijn in de Sint-Gilliskerk herinnert aan een van hen. Benoit Kervyn, consulent religieus erfgoed, wist al heel wat informatie te verzamelen.

Frans De Mulder, zoon van een pottenbakker uit de Langestraat, dient in het Oostenrijks leger maar hij deserteert. In 1774, na een losbandig leven, valt hij in handen van Ottomaanse zeerovers en wordt hij als slaaf verkocht. Zijn vader krijgt pas in 1779 een brief van hem. De man wil zijn zoon vrij krijgen en zoekt steun bij de broederschap van de Trinitariërs, gespecialiseerd in het vrijkopen van slaven. Zij houden speciale collectes in de stad en weten voldoende geld te verzamelen. Frans De Mulder komt op dertigjarige leeftijd vrij.

Via Marseille en Duinkerke arriveert hij op Beloken Pasen (de eerste zondag na Pasen) 1781 in Brugge. Ondanks zijn desertie, onthaalt de stad hem als een held. Bijna een eeuw later is men hem in Sint-Gillis nog altijd niet vergeten. In de jubileumprocessie van het Heilig Bloed in 1850 stapt de Sint-Gillisparochie niet enkel met de reliekarm van haar patroonheilige Gillis mee. Er is ook een tafereel ‘De Mulder Verlost 1783’, voorafgegaan door twee andere groepen die het ontstaan van de orde der Trinitariërs in 1198 en het oprichten van een broederschap van Trinitariërs in de Sint-Gilliskerk met een bijzondere devotie voor Onze-Lieve Vrouw van Remedie omstreeks 1642.

De Broederschap en de schilderijen van Garemijn in de Sint-Gilliskerk

Garemijns schilderij ‘De aankomst van Frans De Mulder in Duinkerke’ (gesigneerd en gedateerd 1783) maakt deel uit van een reeks van zes. Vandaag zijn er vier in de doopkapel te vinden, en twee aan weerszijden van het orgel in de zuidbeuk. Zowel Garemijn als zijn leerling Paulus De Cock nemen enkele scènes voor hun rekening. Alle zes de schilderijen verwijzen ze naar de Broederschap van de Trinitariërs. Die orde, gesticht in 1198 door de heiligen Johannes van Matha en Felix van Valois, heeft tot doel gevangen christenen uit de handen van de moslims te verlossen. Bij uitbreiding is het een orde die het vrijkopen van allerlei slaven als prioriteit heeft, dus ook moslimslaven. Misschien wel de bekendste vrijgekochte slaaf is Muguel de Cervantes Saavedra, de auteur van Don Quichote. In 1642 wordt in de Sint-Gilliskerk een afdeling van de Broederschap van de Trintariërs opgericht om geld in te zamelen, niet enkel in de Sint-Gilliskerk maar ook in het Hof van Commercie en op de barges, om zo slaven vrij te kopen.

De orde van de Trinitariërs, gesticht in 1198 door de heiligen Johannes van Matha en Felix van Valois, heeft tot doel gevangenen uit de handen van de moslims te verlossen, desnoods door hun plaats in te nemen.

Garemijn schildert enkel jaren voor ‘De aankomst van Frans De Mulder in Duinkerke’ ook ‘De Heilige Johannes van Matha en Felix van Valois overhandigen de erkenningsbul aan de bisschop van Meaux’ (1777), ‘De Heilige Johannes van Matha koopt slaven vrij’ (1777) en ‘De verkoop van slaven in een Turkse haven’ (1777). Paulus De Cock neemt de doeken met ‘Paus Innocentius III overhandigt de erkenningsbul aan de Heilige Johannes van Matha’ (1777) en ‘De legendarische verschijning van het hert aan de Heilige Johannes van Matha en Felix van Valois’ voor zijn rekening (1777). Een schilderij dat eveneens naar de orde verwijst maar niet tot de reeks behoort, ‘ Een Trinitariër koopt een slaaf vrij’, schildert Jan Antoon Garemijn omstreeks 1770.

De leden van de orde zijn herkenbaar aan het rood-blauwe kruis op hun pij. We zien het op een aantal van de schilderijen terugkeren.

Interieur Sint-Gilliskerk

Frans De Mulders aankomst in Duinkerke, waar hij in de armen van zijn vader valt. rechts van beide heren staat een Trinitariër en de pastoor van Sint-Gillis, Jan Antoon Garemijn, 1783, Sint-Gilliskerk Brugge

Schilderij door Jan Garemijn in de Sint-Gilliskerk

Jan Antoon Garemijn, Trinitariër met vrijgekochte slaven, 1777, Sint-Gilliskerk Brugge

In de kerkschat worden kusrelieken bewaard, de ene met de relieken van Johannes van Matha en Felix van Valois, de hoofdheiligen van de Trinitariërs, de andere met de relieken van Petrus Nolascus en Raymond de Peñafort. Deze laatste twee zijn de stichters van de orde van de Mercedariërs die ook christenslaven, maar dan voornamelijk in het door de moren bezette Spanje vrijkochten. De kusrelieken zaten tot in de jaren 1980 in zilveren relieksarcofagen met buste. Spijtig genoeg zijn die ontvreemd en zijn enkel de relieken bewaard.

© KIK-IRPA, Brussel

Relieken van de Heiligen Johannes van Matha en Felix van Valois links en van Petrus Nolascus en Raymond de Peñafort rechts, © Eva Tahon

Onze-Lieve-Vrouw van Remedie en de Trinitariërs

In de Sint-Gilliskerk verwijzen nog heel wat andere voorwerpen naar de bevrijding van christenslaven. Het beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Remedie is een mooi voorbeeld. Dit processiebeeld dateert uit de 18de eeuw. Het is aangekleed, heeft echt haar en is getooid met een prachtige kroon, een scepter en juwelen. In de sacristie worden nog diverse kronen, jurken en mantels bewaard. Opmerkelijk: het beeld heeft ook een scapulier met daarop het rood-blauwe kruis van de Trinitariërs. De oorsprong van dit type Onze-Lieve-Vrouw ligt in Spanje, waar de Nuestra Señora de los Remedios veelvuldig wordt aanbeden.

De overlevering brengt ons naar de slavenmarkt in Algiers. Middellandse Zeepiraten verkopen daar niet enkel de gevangen genomen christen bemanning maar ook de lading van een buitgemaakt schip. Tussen de waren zat een Mariabeeld. De Trinitariërs zijn in tweestrijd: ze hebben niet genoeg geld om de slaven én het Mariabeeld te redden. Ze opteren ervoor om enkel het beeld te kopen. Maar dezelfde dag nog, door de tussenkomst van Maria, vinden ze de nodige financiële middelen om ook de slaven vrij te kopen.

Het is vooral de 17de eeuwse eikenhouten sokkel van het Mariabeeld die opvalt. Het is niet enkel knap beeldsnijwerk, ook de gebruikte iconografie en het formaat zijn niet alledaags. Het zeshoekig voetstuk toont afwisselend gevleugelde engelenkopjes en draperingen met daarboven drie bijna levensgrote in elkaar verstrengelde slaven die het beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Remedie, hun redster, torsen.

© KIK-IRPA, Brussel

IMG_2536

Onze-Lieve-Vrouw van Remedie met de 17de eeuwse slavensokkel in de kruisviering van de Sint-Gilliskerk vandaag, © Eva Tahon

 

 

 

Meer objecten en verhalen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *