Het koffertje van het Heilig Bloed

Brugges schoonste dag… Al sinds het begin van de 14de eeuw trekt de Heilig Bloedprocessie door de straten van Brugge. En ook vandaag staan velen langs de straten als de relikwie voorbij trekt. Doorheen de eeuwen hebben Bruggelingen zich betrokken getoond bij de relikwie. We lichten er vier uit, van 1797 tot nu: een priester, een barones, een dichter en een historicus.

De priester en de barones

In 1795 is het zover: het huidige België wordt aangehecht bij Frankrijk. Nieuwe heersers, nieuwe wetten. Openbare kerkdiensten mogen niet meer. En als er geen diensten mogen gehouden worden, is het ook niet nodig kerken en kapellen open te houden. Ook voor de Heilig Bloedbasiliek dreigt na verloop van tijd sluiting. Enkele mannen willen vermijden dat de relikwie van het Heilig Bloed in handen van de Fransen valt. Ze zetten een diefstal in scène.

Dief van dienst is de jonge priester Lodewijk Donche. Hij ‘steelt’ de relikwie in 1797 uit het huis van kapelaan Karel de Gheldere en verstopt het in zijn ouderlijk huis in de Schuttersstraat. Nu is in dit gebouw het klooster van de Karmelietessen ondergebracht. Wanneer in 1812 Lodewijks moeder sterft, besluit zijn vader het huis te verkopen. Lodewijk moet weer tot actie overgaan.

Hij neemt de relikwie mee naar de woning van baron Jean de Pélichy in de Oude Burg. Die vertrekt enkele uren later met de relikwie naar zijn tante, barones Gertrude de Pélichy. Zij woont op de hoek van de Dweersstraat en de Noordzandstraat. De relikwie, in een houten doos gestopt, wordt tussen twee vensters in een salon op de eerste verdieping ingemetseld. Het zal daar blijven tot 20 april 1819. Dan trekt, na 24 jaar, de Heilig Bloedprocessie opnieuw door de straten van de stad.

20160421_0034

Het houten doosje met de geauthentificeerde verklaring van Priester Donche, (c) Dominique Provost Photography

De houten doos waarin de relikwie verstopt zat, is door de afstammelingen van de barones zorgvuldig bewaard en berust nu bij de Edele Confrérie van het Heilig Bloed. De doos werd op het einde van de 19de eeuw in een cilinder gestopt. Op de buitenkant is een Latijnse tekst geschreven die zegt: ‘Hierin werd van 1812 tot 1819 het Allerheiligste Vergoten Bloed bij onze grootvader te Brugge bewaard’. In de doos zitten handgeschreven documenten van Lodewijk Donche, waarin hij over zijn rol in deze episode getuigt.

De naam van Gertrude de Pélichy staat  vermeld op het schrijn waarin de relikwie tijdens de processie wordt meegedragen. De Latijnse tekst, achteraan op de kroonlijst van het schrijn, beschrijft dat zij de relikwie van 1812 tot 1819 verborg. De Confrérie bewaart ook een portret van Gertrude, geschilderd door Joseph Suvée, bij wie zij een opleiding volgde in Parijs. Later is op het portret een tekst aangebracht die vertelt dat Gertrude het Heilig Bloed in haar woning verborgen hield.

20160421_0052

Joseph Suvée, Portret van Gertrude de Pélichy, Museum van het Heilig Bloed, Brugge (c) Dominique Provost Photographty

De dichter

Je prendrai les informations nécessaires afin de me mettre en état de vous fournir les inscriptions demandées.” Dat antwoordt een dichter eind 1891 aan barones van Caloen de Gourcy. Zij heeft hem gevraagd teksten te schrijven voor vier gedenkstenen die de plaatsen markeren waar het Heilig Bloed ooit verborgen heeft gezeten. Waarschijnlijk is zij op het idee gebracht door Karel Gilles de Pélichy. Die liep school in het Sint-Lodewijkscollege. Dat lag op de plek waar nu het Zilverpand is en dus vlakbij de laatste ‘schuilplaats’ van de relikwie. Dichter van dienst is Guido Gezelle.

Gezelle schrijft twee teksten voor de plekken waar de relikwie in de 16de-eeuw verborgen werd en twee voor de laatste bergplaatsen. Aan het ouderlijk huis van Lodewijk Donche komt de tekst ‘Het heilige, weerde, zoete Bloed ons / Heeren Jesu Christi rustte hier,  / Anno Domini 1797-1812, / onder H. Lodw. Donche, Pr. – L.D.S.’ De steen zit ingemetseld in de muur van de kapel, tegenover de Kalkovenstraat.

De tekst voor de laatste ‘schuilplaats’ luidt: ‘Gods heilig, dierbaar Bloed, alhier eens weggesteken, / belette ’s vijands macht dit huis ooit in te breken; / dat Geertruid Pelichy, heure eere en Gods trouw, / gemerkt heeft, met het Bloed des Lams, als Gods gebouw.’ De oorspronkelijke steen brak tijdens de verhuis van het Sint-Lodewijkscollege. Er is een nieuwe steen ingemetseld in de Zilverpand.

De historicus

Het Heilig Bloed en zijn verering is nog steeds onderwerp van onderzoek. In 2010 publiceerde stadsarchivaris Noël Geirnaert een artikel over de oudste authentieke bronnen over het Heilig Bloed en de processie. Bronnen die in het Stadsarchief van Brugge bewaard worden.

Tijdens een proces in 1270 vertelt een getuige hoe hij in 1255 hoorde dat een beschuldigde zijn onschuld wou aantonen door een eed te zweren op het Bloed van Onze Heer Jezus Christus in de Sint-Baseliskerk. De relikwie moet toen dus al een belangrijke plaats hebben gehad in de Brugse samenleving, wat het waarschijnlijk maakt dat het in de loop van de eerste helft van de 13de eeuw in de stad aankwam. Een oorkonde van de Franse koning Filips IV uit 1297 bevestigt het belang van de relikwie.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Oorkonde van Filips IV, Brugge, Stadsarchief, (c) Jan D’Hondt

In dat document belooft hij dat hij de relikwie van het Heilig Bloed nooit uit zijn bewaarplaats zal weghalen. Geen van deze documenten bevestigt dus het oude verhaal dat het Heilig Bloed rond 1150 door graaf Diederik van de Elzas naar Brugge zou zijn gebracht. Al blijft de discussie tussen historici verdergaan…

De oudste vermelding van de Heilig Bloedprocessie dateert van 1304. Dan staat in een stadsrekening vermeld dat men ‘Ons Heeren Bloet omme droech’. Op 1 juni 1310 erkent paus Clemens V officieel de verering van het Heilig Bloed en de processie. In het document (een bul) staat te lezen dat de processie sinds ongeveer zeven jaar wordt georganiseerd, wat klopt met de vermelding in de rekeningen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Bul van Paus Clemens V, Brugge, Stadsarchief, (c) Jan D’hondt

 

 

Meer lezen?

Noël Geirnaert, De oudste sporen van het Heilig Bloed in Brugge (1225-1310), in: Handelingen van het Genootschap voor geschiedenis te Brugge, jg. 147 (2010), nr. 2, blz. 247-255

Noël Geirnaert, Het Heilig  Bloed en Diederik van de Elzas. De fascinatie voor een taaie legende, in: Handelingen van het Genootschap voor geschiedenis te Brugge, jg. 150 (2013), nr. 2, blz. 397-410

Rinaldo Neels, Herwaardering van de aankomstlegende van het Heilig Bloed in Brugge, in: Handelingen van het Genootschap voor geschiedenis te Brugge, jg. 150 (2013), nr. 1, blz. 57-100

 

Meer objecten en verhalen

Geen gedachten over Het koffertje van het Heilig Bloed

  1. […] afschaffen van het bisdom Brugge was gebeurd onder het Franse bewind in 1801, een periode die voor veel onrust zorgde in religieuze middens. Ook de kathedraal, Sint-Donaas op de Burg, was toen met de grond gelijk gemaakt. De oude bisdommen […]

  2. […] dagen worden immers heel wat kerkelijke bezittingen bedreigd, zoals ook blijkt uit verhaal van het Heilig Bloed. Ondertussen is echter een tekst opgedoken, waarin beschreven staat dat de toegang tot het graf op […]

  3. […] in 1797 zijn de openbare erediensten verboden en moeten priesters een eed van trouw zweren, wat ze vaak weigeren. De kerkelijke gebouwen […]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *