Soldatenbrieven uit Napoleons tijd

In het Rijksarchief van Brugge zitten niet alleen officiële documenten en registers. Het verbaast dat soms heel persoonlijke papieren, zoals brieven van soldaten, hun weg naar het archief hebben gevonden. Dat heeft een hele gegronde reden, die vaak zelfs mensenlevens kon redden.

Van onze jongens aan het oostfront

Een van de archiefonderdelen in het Brugse Rijksarchief is het Archief van het Leiedepartement. Het dateert van de periode tussen 1794 en 1814, wanneer de Zuidelijke Nederlanden bij Frankrijk horen. Het Leiedepartement, met als hoofdplaats Brugge, valt grotendeels samen met de huidige provincie West-Vlaanderen.

Vlaamse jongeren zijn verplicht dienst te nemen in het napoleontische leger en trekken mee op veldtocht naar alle uithoeken van Europa. Joannus Franciscus Verstraete is een van de jonge Bruggelingen die als conscrit naar het oosten trekt. Hij komt terecht in de Slag bij Jena op 14 oktober 1806, waar Napoleons Grande Armée het Pruisische leger verslaat. Daarna trekt het Franse leger verder naar Berlijn. Rusland ligt schijnbaar binnen bereik. Maar zover raakt Joannus Franciscus Verstraete niet. Volgens zijn relaas zijn hun mondvoorraden dan al vier dagen op en plunderen ze zich een weg naar Berlijn. Bovendien heeft hij zijn kameraad en stadsgenoot Jan Loeters naast zich ziet sneuvelen. Redenen genoeg om het niet meer te zien zitten en zich over te geven aan de groen houzaeren van Prussen. Hij beschrijft dat hij niet alleen zijn gewijre en ranselzak is afgepackt, maar ook vier zelver lepels en vijf croon. En dat alles met Berlijn bijna in zicht.

Verstraete wordt door de Pruisen vrijgelaten, maar hij gaat niet opnieuw op zoek naar zijn regiment. Hij trekt vermoedelijk zuidwestwaarts naar Frankrijk en wordt opnieuw aangehouden. Nu door de Fransen, die hem als een deserteur beschouwen. Vermoedelijk is hij gewond en uitgeput, want hij wordt opgenomen in de gevangeniszaal van het hospitaal in Mainz (Maeijanse). Vanuit zijn gevangenschap laat hij op 21 mei 1807 een brief schrijven naar zijn vader, Joannus Verstraete op Sinte anne prochije in de snakker straete. Het is een van de ongeveer 400 soldatenbrieven van ca. 210 jaar geleden in het Archief van het Leiedepartement.

3259_2_04

Adressering aan Joannus Verstraete tot Brugge

 

Brieven aan het thuisfront in een officieel archief?
Waarom zitten deze toch persoonlijke brieven in een officieel archief? Dat heeft alles te maken met de verplichte legerdienst van toen. Hoewel iedereen op te roepen is, kunnen broers van een conscrit die al in dienst is, uitstel krijgen. Dit principe van le placement à la fin du dépôt klinkt erg menselijk voor een Franse legerwet.

CertMaire

Certificat de Maire. Conscrit réclamant le placement à la fin du Dépot voor Pierre Demeijer uit Avelgem, 7 februari 1812

Maar de broer moet wel kunnen aantonen dat er al een dienende soldaat in de familie is. Enkel de militaire overheid van de ingelijfde soldaat kan zo’n bewijs, een certificat d’existence, afleveren. Tegen betaling weliswaar! Bovendien kan een eenheid op veldtocht geen certificaten uitreiken, heeft zo’n certificaat een geldigheidsdatum die snel verloopt en is het bezorgen van dat document in die tijd minder evident. Voldoende logistieke, administratieve en financiële drempels dus om zo min mogelijk broers van soldaten voorlopig vrij te stellen voor de legerdienst.

CertExist

Certificat d’existence voor Jean Baptiste Drianwart (?) uit Brugge. Opgesteld in Maastricht, 6 mei 1806

Een brief van een dienende soldaat die nog geen zes maanden oud is, kan gelden als alternatief certificat d’existence, op voorwaarde dat de militaire raad van het departement de brief aanvaardt.

Maar dezelfde legerwet geeft toch uitzicht op die vrijstelling. Een brief van een dienende soldaat die nog geen zes maanden oud is, kan gelden als alternatief certificat d’existence, op voorwaarde dat de militaire raad van het departement de brief aanvaardt. Daarom bezorgen heel wat families brieven van hun zoons aan de departementale militaire overheid. Die brieven worden meestal niet door de soldaat zelf geschreven. De meeste ingelijfde jongens zijn analfabeet. De brieven worden uiteraard bewaard en maken deel uit van het Archief van de Franse Hoofdbesturen in West-Vlaanderen, dat tot vandaag wordt bewaard in het Rijksarchief van Brugge. Elk van die brieven vertelt een uniek verhaal uit de kleine geschiedenis van La Grande Armée. De getuigenissen klinken vaak veel minder heroïsch dan de officiële geschiedschrijving. De rekruten getuigen eerder van de ellende, de onvoorspelbaarheid van de orders, heimwee, honger en de wens om snel huiswaarts te kunnen keren.

Meer lezen?

Jos de Smet, oud-archivaris van het Rijksarchief, publiceerde tussen 1932 en 1939 verschillende van die brieven in Biekorf. Veertig jaar later, in 1977, volgt -opnieuw in Biekorf- de publicatie door Willy Minne van een inventaris op plaatsnaam en afzender van alle conscrit-brieven in het Brugse Rijksarchief.

Alle brieven zijn ook, zij het niet altijd helemaal correct getranscribeerd, uitgegeven door Jan Van Bakel en Piet C. Rolf in 1977 : ‘Vlaamse Soldatenbrieven uit de Napoleontische tijd’ en ook online gepubliceerd. De insteek is voornamelijk catalogerend en taalkundig.

Of breng eens een bezoek aan het Brugse Rijksarchief en raadpleeg daar INV 82, nr. 3259/2 voor alle soldatenbrieven van 1805-1813 (depotbeschrijving online).

In deze blogpost maak je kennis met een uniek Brugs gebruik om je lot als loteling te ontlopen.

Meer objecten en verhalen

Geen gedachten over Soldatenbrieven uit Napoleons tijd

  1. Matthijs schreef:

    Volgens mij staat er Jean Baptiste Driancourt op het certificat d’existence i.p.v. Drianwart?

    1. Musea Brugge schreef:

      Dankjewel voor de rechtzetting

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *