Saai, saaiwever, Saaihalle

Over smaken en kleuren valt niet te twisten. Maar een veranderende smaak kan wel degelijk invloed hebben op de productie. Dat mag de Brugse traditionele lakennijverheid ervaren op het einde van de 15de en aan het begin van de 16de eeuw. Door een veranderde smaak en de vraag naar lichte en minder kostbare stoffen raakt de lakennijverheid in verval. Het stadsbestuur, dat de stad natuurlijk niet wil zien verarmen, gaat over tot actie. Men begint nieuwe textielprocedés aan te trekken.

Saai?
Eén van de geslaagde experimenten is de introductie van saai, een licht gekeperde wollen stof. De saainijverheid was eerder tot bloei gekomen in Hondschote (Frans-Vlaanderen), dat uitgroeide tot een belangrijk productiecentrum.

Hondschoote_-_1641

Hondschote, uit Flandria Illustrata (1641) van Antonius Sanderus

In de 16de eeuw jagen Frans oorlogsgeweld en godsdiensttroebelen de saaiwevers uit Hondschote op de vlucht. Het Brugse stadsbestuur ruikt een kans. Het slaagt erin met een aantal saaiwevers een overeenkomst te sluiten zodat ze zich in Brugge vestigen. hondschoote-22050-6_w800In de 17de eeuw, meer bepaald in 1646 na de annexatie van Duinkerke door Frankrijk, verhuizen nog meer Hondschootse saaiwevers naar Brugge. Zo wordt Brugge, na Rijsel, het belangrijkste centrum voor de saaiproductie in Vlaanderen.

Heel wat saai vindt een gretige afzetmarkt in Spanje van waaruit het vertrekt naar de kolonies in de Nieuwe Wereld.

Van Genuese Loge naar (Witte) Saaihalle
Het Brugse stadsbestuur tracht de saaiwevers tegemoet te komen, onder andere door hen een lokaal aan te bieden. Dat wordt de grote zaal van de voormalige Genuese Loge aan het Beursplein (nu Vlamingstraat).
Nadat de Genuese handelaars in het begin van de 16de eeuw Brugge hadden ingeruild voor Antwerpen, hebben ze hun natiehuis nog een hele tijd in bezit gehouden en verhuurd. Op het eind van de 16de eeuw staat het leeg en raakt het in verval. Uiteindelijk wordt het stadsbestuur opnieuw eigenaar van het gebouw. In 1633 laat men het herstellen en vanaf 1639 zijn de Hondschootse saaiwevers er welkom.
De Brugse saaiwevers hadden al een eigen lokaal in de Hallen op de Markt. Daar worden hun saaien stoffen, vooraleer ze kunnen worden verhandeld, gemeten en van een loden keurmerk voorzien. Deze Halle krijgt de naam Zwarte Saaihalle. Het lokaal van de Hondschootse saaiwevers aan het Beursplein, wordt de Witte Saaihalle.

saaihalle

De Genuese Loge of Saaihalle rond de vorige eeuwwisseling, Stadsarchief Brugge

Stoffig archief
Het Stadsarchief van Brugge bewaart enkele archiefstukken met opgenaaide stukjes saai. Het eerste stuk komt uit de ‘reeks 323: Drapiers’. Het bevat een hele reeks monsters van saai die geverfd zijn in opdracht van Brugse saaiwevers. De context van dit document is niet helemaal duidelijk. Vermoedelijk is het een soort proef van een verver om te worden aangenomen als vaste verver bij de Zwarte Saaihalle. De kleuren zijn overwegend bruine tinten. Dit stuk dateert van omstreeks 1750.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Reeks 323: Drapiers, Stadsarchief Brugge

Een tweede, kleurrijker voorbeeld vinden we terug in het archief van het ambacht van de ververs (reeks 357). Rood, blauw en een toets geel spatten van het document. Deze staaltjes begeleiden een verzoekschrift van 16 januari 1749 vanwege François de Wee. Hij wil de stadsververij uitbaten, die zich naast de stadswatermolen op de Katelijnevest bevindt. Om zijn kandidatuur kracht bij te zetten, legt hij een aantal referenties voor.
Vooreerst verwijst hij naar zijn huidig beroep en opleiding. Als meester zwartverver heeft hij jaren dienst gedaan in de Zwarte Saaihalle. Om aan te tonen dat hij het verven in allerlei kleuren onder de knie heeft, voegt hij 37 gekleurde stukjes stof en garen bij zijn aanvraag. Ten slotte legt hij nog twee aanbevelingsbrieven voor van de ambachtsbesturen van de ververs en van de Zwarte Saaihalle. Uit deze steunbetuiging blijkt dat net zoals heel wat andere ambachten ook het verversambacht familiaal gebonden is. Zo wordt benadrukt dat de vader van François de Wee er een carrière van veertig jaar als zwartverver had opzitten.

SaaiDoc02

Reeks 357: Drapiers, Stadsarchief Brugge

Heroriënteren
De kans is groot dat François de Wee zich deels heeft moeten heroriënteren. In de 18de eeuw geraakt de productie van saai immers in verval. Brugge is dan een centrum voor de productie van linnen geworden. Dit heeft ook gevolgen voor de Witte Saaihalle. Met de achteruitgang van de saainijverheid, komt het gebouw opnieuw leeg te staan. Gedurende een korte tijd doet het dienst als militaire opslagplaats, maar in 1782 verkoopt het stadsbestuur het gebouw. Zo verliest de (Witte) Saaihalle zijn publieke functie.

 

Meer lezen?
De Genuese Loge, van natiehuis tot bankinstelling, Brugge, 1983.
Kleur-rijke Ambachten. Sporen van werken met kleur in archiefdocumenten. Begeleidende publicatie bij de tentoonstelling ‘Kleur-rijke Ambachten’ in het Stadsarchief van Brugge van 21 april tot 5 juni 2006.

 

Meer objecten en verhalen

2 gedachten over Saai, saaiwever, Saaihalle

  1. […] In omgekeerde richting vertrekken vanuit Brugge vooral producten uit de textielsector zoals saai, lijnwaad, damast, fustein en […]

  2. […] is Anselm Adornes actief in de internationale handel. Hij bemiddelt in transacties tussen Genuese en Spaanse kooplieden. Maar hij is ook zelf actief als handelaar in laken en aluin, een belangrijke […]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *