Het zelfportret van Joseph Benoît Suvée

Niet ver van de Vismarkt in Brugge ligt de Jozef Suvéestraat. Suvée is de eerste kunstenaar die al kort na zijn overlijden in 1807 een straatnaam krijgt in zijn geboortestad. Niet verwonderlijk: hij heeft de Brugse kunst voor het eerst sinds eeuwen opnieuw op een hoog internationaal niveau gebracht en blijft tot het midden van de 19de eeuw hét na te volgen voorbeeld.

Een leugentje om bestwil

Suvée, geboren in 1743 in de Korte Vuldersstraat naast Sint-Salvator, start zijn kunstenaarsopleiding aan de Brugse academie. In 1763 trekt hij naar Parijs om zijn opleiding te vervolmaken. In 1771 neemt hij als leerling van de ‘Académie royale de Peinture et de Sculpture’ deel aan de schiftingsproeven voor de ‘Prix de Rome’. De winnaar

0000.GRO2453.II_A4-72dpi

F.A. Vincent, Portret van Suvée, 1774, Brugge Groeningemuseum, (c) Lucas Art in Flanders vzw foto H. Maertens

van deze prijs mag een studiereis naar Rome maken, het summum in die tijd. En jawel: op 31 augustus 1771 roept men Suvée uit tot winnaar. Zijn inzending, ‘De strijd tussen Mars en Minerva’ (een opgelegd thema), hangt vandaag in het ‘Palais des Beaux-Arts’ in Rijsel.

De Brugse kunstenaar verslaat daarbij niemand minder dan Jacques-Louis David, die zou uitgroeien tot hét boegbeeld van het Franse neoclassicisme. Tussen David en Suvée komt het nooit meer goed, te meer daar Suvée als buitenlander eigenlijk niet had mogen deelnemen aan de ‘Prix de Rome’. Enkel Franse onderdanen mochten zich inschrijven voor deze wedstrijd maar de sluwe Suvée had als geboorteplaats het Noord-Franse Armentières opgegeven in plaats van Brugge…!

Hulde!

Dit betekent echter niet dat Suvée zijn geboortestad niet erkentelijk is. Zo fier als een pauw meldt hij zijn overwinning onmiddellijk aan de Brugse academie en hij uit daarbij zijn grote dankbaarheid: ‘Parmi les témoignages que j’en offre à mes maîtres, c’est à vous, messieurs, à qui j’en dois les premières marques.’ Anderhalve maand later, op 16 oktober 1771, wordt Suvée met veel luister in zijn geboortestad ontvangen. Ondanks een zware storm en regen zijn de straten van Brugge versierd en stroomt het volk toe om het wonderkind te feliciteren. Suvée wordt aan de ingang van de stad afgehaald en in een plechtige stoet met niet minder dan 35 koetsen naar de academie gevoerd die zich toen nog in de Poortersloge bevond.

Na deze rijkelijke ontvangst zou het niet meer stuk gaan tussen Suvée en zijn geboortestad. De kunstenaar zou regelmatig naar Brugge terugkeren en uit dankbaarheid verschillende kunstwerken aan de academie geven. Al in 1772 schenkt hij dit zelfportret waarop hij zichzelf als een trotse kunstenaar afbeeldt tijdens het ontwerpen van, jawel, ‘De strijd tussen Mars en Minerva’. Vandaag behoort het zelfportret tot de collectie van het Groeningemuseum.

Een Bruggeling in Parijs

Na zes jaar Italië, vestigt Suvée zich in 1778 definitief in Parijs, klaar om de kunstwereld te veroveren. En het gaat snel. Twee jaar later al wordt hij volwaardig lid van de ‘Académie royale de Peinture et de Sculpture’. Daarmee behoort hij tot de absolute elite van de kunstenaars. Ook nu weer informeert hij meteen de Brugse academie. En ook nu weer trekt een feestelijke optocht door de Brugse straten.

© Cedric Verhelst Ð 2011

Feestschrift voor Suvée ter gelegenheid van zijn lidmaatschap van de Académie royale de Peinture et de Sculpture, 1780, Stadsarchief Brugge (c) Cedric Verhelst

 

Terug in Parijs werkt Suvée gestaag verder. Als ‘Peintre du Roi’ heeft hij een appartement met atelier in het Louvre. Hij krijgt zowel officiële als privé-opdrachten voor het schilderen van portretten en historiestukken en stelt die regelmatig tentoon op de Parijse salons.

Poets wederom poets wederom poets

Een volgend hoogtepunt gloort in 1792: Suvée, een buitenlander (!), wordt aangesteld als directeur van de ‘Académie de France’ in Rome. Jacques-Louis David (weer hij) is woest: ‘Ma prédiction s’accomplit. Qui nommèrent-ils? Qui, Devinez… Suvée, l’horrible aristocrate Suvée, l’ignare Suvée’. Ondertussen is David wel erg invloedrijk geworden en slaagt hij erin Suvées aanstelling te laten annuleren.

0000_GRO0132_I_A4-72dpi_detail

Detail uit J.B. Suvée, De uitvinding van de tekenkunst, 1791, Brugge Groeningemuseum (c) Lucas Arts in Flanders vzw foto H. Maertens

Uiteindelijk trekt Suvée toch aan het langste eind: men herbevestigt zijn benoeming. Door oorlogen duurt het echter nog tot 1801 vooraleer Suvée naar Rome vertrekt. Daar overlijdt hij plots in 1807.

In zes jaar tijd is Suvée erin geslaagd de ‘Académie de France’ weer op de kaart te zetten en tot een kweekplaats voor de belangrijkste Franse kunstenaars te maken. Bij zijn overlijden verklaart Ingres: ‘Wij verliezen een goed directeur en de samenleving een deugdzaam man’. Kunstenaars uit zijn vaderland, onder wie Ducq, Odevaere en Calloigne, richten uit erkentelijkheid in het Pantheon in Rome een gedenkbuste voor hem op. Zij zullen samen met Jean-Bernard Duvivier en François Joseph Kinsoen in de voetsporen treden van Suvée. Samen vormen zij een bloeiende Brugse neoclassicistische schilderschool die zich internationaal op de kaart zet.

Meer lezen?
Dominiek Dendooven, De Brugse academie in de achttiende eeuw, Brussel, onuitgegeven licentiaatsverhandeling V.U.B., 1994, 444 p.

Dominique Marechal, De Brugse schilderkunst en Europa van maniërisme tot symbolisme, in: Brugge en Europa, Antwerpen, 1992, p. 358-383.

Dominiek Dendooven, Joseph Benoît Suvée, toonbeeld van een academische modelcarrière, in: Brugge, Parijs, Rome: Joseph Benoît Suvée en het neoclassicisme, Gent, 2007, p. 8-17.

Dominique Marechal, Joseph Benoît Suvée en zijn Brugse leerlingen, in: Brugge, Parijs, Rome: Joseph Benoît Suvée en het neoclassicisme, Gent, 2007, p. 30-47.

Jan D’Hondt, Het geboortehuis van kunstschilder Joseph Benoît Suvée, 1743-1807, in: Brugs Ommeland, 56 (2016), nr. 1, p. 31-39.

 

 

Meer objecten en verhalen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *