Het Stoetenboek van Adolf Duclos

Op 15 augustus 1887 maakt koning Leopold II zijn opwachting  in Brugge. Hij komt er op de Markt het standbeeld van Jan Breydel en Pieter de Coninc onthullen. Dat gaat met veel feestgedruis gepaard. Het ‘Stoetenboek’, dat bewaard wordt in Westflandrica, de Provinciale Erfgoedbibliotheek, geeft een inkijkje in de voorbereiding van de festiviteiten.

Al in 1867 richt men in Brugge een Breydelcommissie op, die fondsen voor het standbeeld inzamelt. In 1882 schrijft het Brugse stadsbestuur een ontwerpwedstrijd uit. De Brusselse beeldhouwer Paul De Vigne komt als winnaar uit de bus. Het monument wordt in 1887 onder ruime belangstelling op zijn voetstuk geplaatst en het wordt maar liefst twee keer onthuld! De reden daarvoor is een dispuut tussen de liberale Breydelcommissie en het katholieke stadsbestuur.

Opzij opzij, opzij de Guldensporenstoet gaat voorbij

Een eerste officieuze onthulling van het monument, georganiseerd door de Breydelcommissie, vindt plaats op 11 juli 1887. Het stadsbestuur, dat in 1886 een eigen stedelijke Breydelcommissie in het leven had geroepen, organiseert grote feestelijkheden van 14 tot 22 augustus 1887. De eigenlijke onthulling in aanwezigheid van de vorst is uiteraard een hoogtepunt. Maar ook de  rondgang van de ‘Guldensporenstoet’ kan op massale belangstelling rekenen.

De stuwende kracht achter deze historische optocht is kanunnik Adolf Duclos. Die is daarmee niet aan zijn proefstuk toe. In 1875 had hij ook al de Blindekensprocessie vernieuwd en in 1884 gaf hij een Karel de Goedestoet vorm. Ter gelegenheid van de onthulling van het standbeeld werkt Duclos een stoet uit met twaalf taferelen, waaronder ‘Pieter de Coninc verlost uit het gevang’, ‘de Brugsche Metten’, ‘het leger trekt op naar Kortrijk’, ‘de zegevierende terugkomst van het leger’ en een afsluitende ‘zegewagen’.

Het moet correct zijn

Duclos spendeert weken aan de minutieuze voorbereiding van de stoet: de uitwerking van de taferelen, het ontwerp van de kostuums en rekwisieten, de praalwagens,… Hij hecht daarbij veel belang aan historische correctheid. Een belangrijk deel van zijn voorbereidingen bundelt hij in wat bekend staat als het ‘Stoetenboek van Adolf Duclos’, een in leer ingebonden bundel van bijna 9 centimeter dik. Vooraan prijkt het opschrift ‘Historische Stoet Breidel & De Coninc’. Het album geeft ons een — wellicht onvolledig — beeld van Duclos’ inspiratiebronnen.

De bundel begint met een aantal losse knipsels in verband met de organisatie van de stoet. Daarna volgt de eigenlijke documentatie, geordend met tussentitels zoals ‘heren, klederdracht’, ‘wapenmannen’, ‘ridders’ en ‘wagen Groeninghe’. Het gaat vooral om tekeningen die Duclos heeft overgenomen uit verluchte handschriften uit de nationale bibliotheken van Brussel en Parijs, en uit publicaties van Viollet-Le-Duc. Maar er zijn bijvoorbeeld ook ingekleurde versies van wapenschilden. Uit de vele voorbeelden selecteert hij de relevante schetsen. Daarmee gaan de kleermakers op hun beurt aan de slag.

Het Stoetenboek is het meest spectaculaire, maar niet het enige deel van Duclos’ voorbereiding die bewaard bleef. Er zijn ook nog fraaie ontwerptekeningen voor de praalwagens en een register waarin Duclos noteert wie mee opstapt in de stoet, welk kostuum hij/zij draagt en welke rekwisieten nodig zijn.

Souvenirs

Wie de stoet komt bekijken, kan kiezen uit een gamma aan programmabrochures, al dan niet fraai geïllustreerd. Daarin staan alle groepen vermeld en wordt historische duiding gegeven. P. Raoux geeft een ‘gedenkboek’ uit: een meer dan vijf meter (!) lange litho van alle taferelen, gebaseerd op een tekening van de Brugse schilder Eugène Legendre. Er zijn ook tientallen foto’s van de stoet genomen. Daarop zien we de figuranten en de praalwagens voor het vertrek en de stoet in de Brugse straten.

Ook dat materiaal verzamelt Duclos. Foto’s, brochures, folders, krantenknipsels tot zelfs een chocoladewikkel met een afbeelding van het standbeeld van Jan Breydel en Pieter de Coninck: het belandt allemaal in zijn archief, netjes geordend in mappen. Deze mapjes zijn op hun beurt, samen met het Stoetenboek, in 1966 in de Provinciale Erfgoedbibliotheek terechtgekomen.

2674 (Small)

Fragment uit het gedenkboek van de Guldensporenstoet met tekeningen van Eugène Legendre, collectie Westflandrica

Het Stoetenboek raadplegen?

Neem contact op met Westflandrica, de Provinciale Erfgoedbibliotheek.

Meer lezen?

Gaby Gyselen, ‘Een stoetenboek van kanunnik Adolf Duclos 1887’, in: Album Antoon Viaene, Brugge, 1970, blz. 221-228.

André Vanhoutryve, Jan Breydel en Pieter de Coninc, Brugge, 1987.

Jeroen Cornilly (red.), Westflandrica. Over de collectie van de Provinciale Bibliotheek West-Vlaanderen, Brugge, 2015.

Meer objecten en verhalen

1 gedacht over Het Stoetenboek van Adolf Duclos

  1. […] positieve, maar ook heel wat kritische bedenkingen over het restaureren en bouwen in Brugge. Vooral Duclos wijst de Bruggelingen en hun bestuurders erop dat het heroproepen van de middeleeuwse stad via […]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *