Gordelgarnituur en scramasax

Het is niet al goud wat blinkt. Of toch…? In 2008 graaft Raakvlak, de archeologische dienst van Brugge en Ommeland, een vroegmiddeleeuwse, Merovingische nederzetting op achter het Woonzorgcentrum Fabiola (nu WZC Hallenhuis) in Sint-Andries. Naast sporen van huizen treffen de archeologen in een kuil ook een aantal metalen voorwerpen aan. De bewaringsomstandigheden in de bodem bleken ongunstig voor metalen (aanwezigheid van zuurstof, water en zouten): de ijzeren voorwerpen zijn gecorrodeerd en vervormd tot corrosieklompen. Je kan er nauwelijks nog een voorwerp in herkennen.

Maar de archeologen zijn alert! De algemene contouren van de klompen doen vermoeden dat het om een scramasax (een eensnedig zwaard) en minstens twee onderdelen van een gordelgarnituur gaat. Raakvlak en de Archeologische Dienst Waasland slaan de handen in elkaar en starten een onderzoek.

gordelgarnituur voor
Handle with care
Het onderzoek bestaat uit verschillende stappen. In een eerste fase zoekt men naar organische resten (hout, textiel, leder, dierenresten…) waarmee het voorwerp in contact is gekomen tijdens het corrosieproces. Op de onderdelen van de gordelgarnituur vinden de onderzoekers talrijke gemineraliseerde larvenresten terug en zelfs een vlieg. Hieruit concluderen de archeologen dat de gordelgarnituur oorspronkelijk uit een grafcontext komt en op of dichtbij de dode lag. Wanneer een lijk ontbindt, zijn er immers larven en vliegen aanwezig. In de Merovingische tijd was het de gewoonte om allerlei voorwerpen mee te geven met de dode in het graf. Een gebruik dat in de 9de eeuw verdwijnt onder invloed van de rooms-katholieke kerk.

vliegresten in de klomp
Een tweede stap is het maken van röntgenopnamen. Hiermee kunnen de onderzoekers door de corrosielaag heen kijken en (meestal) het voorwerp identificeren. De opnamen geven ook meer duidelijkheid over de bewaringstoestand van het voorwerp en kunnen later helpen bij het vrijleggen van het object.

gordelgarnituur doogelicht
In een derde fase worden objecten, die nog metallisch of roestgevoelig ijzer bevatten, ontzout. Men legt de voorwerpen ongeveer negen maanden in een bad en laat er producten op inwerken die de zouten aan het voorwerp onttrekken. Zouten versnellen immers het corrosieproces. Na ontzouting blijven de objecten stabiel mits ze bewaard worden onder een stabiele relatieve vochtigheidsgraad van maximum 10% (beperkte luchtvochtigheid en constante temperatuur) en in een afgesloten zuiver en zuurvrij milieu. Anders start het corrosieproces opnieuw en zal het voorwerp volledig vervallen.

De laatste fase is het ‘moment suprême’: men legt het voorwerp vrij tot op het oorspronkelijke oppervlak. Dit is een precisiewerkje! Met een scalpel en microzandstraalapparatuur wordt het oppervlak millimeter voor millimeter ontdaan van zijn corrosielaag. Daarbij kijkt men door een microscoop om geen krassen op het oppervlak te maken. Tenslotte geeft men het voorwerp een laagje beschermingslak.

SA08K_III_238

De opgegraven Scramasax, (c) Dominique Provost

Een staaltje vakmanschap
En zo kwam uit de corrosieklompen inderdaad een scramasax en een mooie ijzeren gordelgarnituur tevoorschijn, voorzien van inlegwerk uit zilver en goud. Het inleggen met goud en zilver noemt men damasceren. In een hard, donkerkleurig metaal (hier: ijzer), wordt een zachter, lichter gekleurd metaal (hier: goud of zilver) geplaatst. In het metaaloppervlak maakt de ambachtsman een groef waarin hij het zachte metaal hamert. Het is een typisch Merovingische techniek die getuigt van vakmanschap en talent in de edelsmeedkunst. De vorm en de versieringstechniek van de gordelgarnituur wijzen op een datering in de eerste helft van de 7de eeuw na Christus.

Waarom de scramasax en de gordelgarnituur nu net op die plek lagen, blijft een raadsel. De vondsten van larven– en vliegensporen wijzen er zoals gezegd op dat de gordelgarnituur een tijdlang op een lichaam in ontbinding heeft gelegen. Bij de opgraving in Sint –Andries vonden de archeologen echter geen sporen van een begraving. Hoe moet deze vondst dan geïnterpreteerd worden? Het zou kunnen dat de stukken elders uit een graf zijn opgegraven en later in een kuil op de bewoningssite zijn bijgezet. Het is niet ondenkbaar dat er aan deze bijzetting een rituele betekenis gekoppeld is.

Op bezoek bij de Merovingers
De scramasax en de gordelgarnituur worden bewaard bij Raakvlak, maar als je je eens een echte Merovinger wilt wanen, kun je het Hallenhuis bezoeken. Op de site in Sint-Andries is op basis van één van de aangetroffen huisplattegronden een Merovingisch huis nagebouwd met traditionele technieken en materialen. De bewoners van de aanpalende serviceflats Meulewech en het WZC Hallenhuis doen er vrijetijdsactiviteiten, maar het Hallenhuis wordt ook ingeschakeld in educatie en cultureel toerisme. In 2011 kreeg het project de Erfgoedprijs van de provincie West-Vlaanderen .

 

 

Meer objecten en verhalen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *