Het gerechtigheidshoofd

Een boete moeten betalen als je iets mispeuterd hebt: het kan je vandaag nog altijd overkomen. In de Gruuthusecollectie zitten twee 15de-eeuwse boetes. Dit is minder vreemd dan het klinkt.

Misdaad en straf

Het gaat om twee zilveren voorwerpen: een vuist en een hoofd. Beide zijn zogenaamde vonnisstukken, ook wel straf- of boetestukken genoemd. Het moeten laten maken van dergelijke voorwerpen is meestal een onderdeel van een ruimere straf. Het misdrijf is meestal smaad of opstand, al dan niet met fysiek geweld, tegen gezagsdragers. De boetestukken hebben een publieke functie: men hangt ze op in de rechtszaal of buiten aan de muren van het stadhuis, vergezeld van een plaquette waarop men de reden van de straf noteert, gevolgd door de datum en de naam van de schuldige. Aan de schande valt dus niet te ontsnappen…

Wat de schuldige daarnaast nog boven het hoofd kan hangen? Een publieke boetedoening waarbij hij God en de gemeenschap om vergiffenis moet vragen, een kaars offeren waaraan soms nog een extra vuist wordt gehangen, een verbanning…

Hoofd en vuist

Het is Pieter van der Gote uit Dudzele die in 1464 veroordeeld wordt tot het laten maken van het gerechtigheidshoofd (inventarisnr. X.O.0001). Welke misdaad hij heeft begaan is niet duidelijk. Waarschijnlijk heeft hij de overheid zwaar beledigd. Wel heeft archiefonderzoek uitgewezen dat het maken van de buste ook hier een onderdeel van zijn straf is. Wellicht van grotere impact voor Van der Gote is dat hij verbannen wordt uit Vlaanderen door de vierschaar van het Brugse Vrije.

Veel weten we niet over Pieter van der Gote, maar hij is duidelijk geen onbemiddeld man. Het gerechtigheidshoofd weegt 488,40 gram. Er zijn meer van dergelijke hoofden bewaard gebleven maar dit exemplaar is het enige bekende in zilver. Het is bovendien mooi uitgewerkt, met geprononceerde gelaatstrekken, golvend haar en een strenge uitdrukking. Het hoofd is gemaakt door de edelsmid Jan van der Toolne (of: Van der Thoolne). Van hem is geweten dat hij een uitstekende vakman is, en dit hoofd getuigt daar ook van. In de periode van 1458 tot 1464 zijn enkele opdrachten aan Van der Toolne toe te schrijven. Zo bestelt Filips de Goede in 1458 twee zilveren schalen bij hem als doopgeschenk voor zijn petekind, Jan van Gruuthuse, de enige zoon van Lodewijk van Gruuthuse en Margaretha van Borssele.

In Veurne bewaart men (onder andere) een iets jonger gerechtigheidshoofd in geelkoper. Men kan het in verband brengen met de veroordeling van Jan Reingoot, die in 1558 optreedt als woordvoerder van een groep boeren die het bestuur van Veurne-Ambacht bedreigt. Reingoot moet als onderdeel van zijn straf een ‘metalen hoofd laten maken met een ring door beide lippen’. Ook de bijhorende plaat die toelichting geeft, bestaat nog.

veurne_20160902_0037-small

Gerechtigheidsplaat van Jan Reingoot, 1558, Stadsbestuur Veurne

Naast een zilveren gerechtigheidshoofd, bezit het Gruuthusemuseum ook een zilveren gerechtigheidsvuist, gemaakt circa 1405-1417 (inventarisnr. X.O.0002). We weten niet wie deze vuist moest laten maken en waarom. Als we naar vergelijkbare gevallen kijken, zou het om fysieke agressie tegenover gezagdragers kunnen gaan. Maar ook hier is duidelijk dat de misdadiger geen onbemiddeld persoon is. De gebalde vuist weegt 495 gram, geen gering gewicht aan zilver. De zilveren vuist is uniek en kan feitelijk alleen worden vergeleken met de koperen gerechtigheidshand in Veurne die twee eeuwen later te dateren is. Daarvan weten we dat ze gemaakt werd als straf voor het gebruiken van een steekwapen in een gevecht. De Brugse vuist is eerder rudimentair uitgewerkt maar duidelijk gemodelleerd naar een echte vuist.

U bent gewaarschuwd

In de rekeningen van het Brugse Vrije staat genoteerd dat in 1417-1418 de Brugse slotenmaker Claise van Steenackere betaald wordt voor het maken van een vertind ijzeren hengsel waarin een zilveren vuist in de Raadkamer opgeborgen wordt.  De doorboringen links en rechts in de gerechtigheidsvuist zijn mogelijk getuigen van deze bevestiging. De schilder Christiaen vanden Brande krijgt op zijn beurt van het Brugse Vrije geld om een metalen hek te maken dat rond het gerechtigheidshoofd komt te staan. Beide stukken zijn dus gedurende lange tijd bewaard en vaak ook tentoongesteld. Bruggelingen, wees gewaarschuwd!

bv_01_z-medium

Gillis van Tilborgh, Zitting in de schepenkamer van het Brugse Vrije, 1659, Museum Brugse Vrije

Sommige buitenlandse bezoekers noteren de aanwezigheid van hoofd en vuist in hun reisverslag. De Zwitser Thomas Platter pent in 1599 neer dat in het stadhuis meerdere vuisten te zien zijn. In 1663 komt de Fransman Balthasar de Monconys in Brugge langs. Hij noteert in zijn reisverslag (waarbij hij het hoofd voor een marmeren exemplaar aanziet): ‘Il y a contre la muraille une tete coupée, qui est de marbre & qui est fermé dans une grille d’un pied en quarré, & dans une autre pareille, & la ioigant, une main de meme, pour marque qu’il peuent faire coupper l’un & l’autre.’

Vandaag hebben hoofd en vuist een plaats gekregen op de tentoonstelling ‘De kunst van het recht. Drie eeuwen gerechtigheid in beeld’. Die kan je vanaf vandaag bezoeken in het Groeningemuseum. Alle hierboven genoemde voorwerpen en nog veel meer zijn daar te bekijken. Voor meer info, surf naar de site van Musea Brugge.

Alle beelden bij dit bericht (c) www.lukasweb.be – Art in Flanders vzw, foto’s Dominique Provost

Meer objecten en verhalen

2 gedachten over Het gerechtigheidshoofd

  1. Jeroen V schreef:

    Beste B100O, superbedankt voor alle boeiende artikelen. Méér van dat!

  2. […] schouw staat in de schepenkamer waar ook recht gesproken wordt. Op 21 februari 1525 bekijkt en aanvaardt het college van burgemeester en schepenen […]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *