De draagtekens van de Gruuthusesuppoosten

Vandaag kan je een suppoost, of officieel: erfgoedbewaker, van Musea Brugge herkennen aan een plastic identificatiekaart die hij/zij rond de hals draagt of opgespeld heeft. De oprichters van het Gruuthusemuseum hadden voor hun bewakers iets anders in de aanbieding.

Mannen maken plannen (1)

Die oprichters zijn de heren van de Société Archéologique de Bruges, in het Nederlands: het Oudheidkundig Genootschap van Brugge. Op 23 maart 1865, wanneer de statuten officieel worden goedgekeurd, ziet deze vereniging het levenslicht. De doelstelling staat duidelijk geformuleerd: ‘oudheidkundige en kunstvoorwerpen opsporen en verzamelen en deze bewaren in een openbaar museum’. En het moet gezegd: de heren zetten er vaart achter. Een dik jaar later, op 6 mei 1866 opent het museum de deuren in de voormalige thesaurie van het Belfort.

briefhoofd-sab-18xx-breed-small

Briefhoofd van de Société Archéologique de Bruges

‘Wy vernemen met voldoening dat het comiteit van ’t genootschap van oudheidkunde onzer stad, welhaest zyn museum gaet openstellen voor ’t publyk, in een van de zalen die de regentie toegestaen heeft in den Hallentoren. De toepassingswerken gaen wel vooruit en ’t is t’hopen dat de menigvuldige oudheid- en kunstvoorwerpen, die nog in de stad zyn, niet langer zullen naer den vreemde gaen’, Guido Gezelle  in ’t Jaer 30, 10 maart 1866

De collectie van het museum groeit razendsnel. Er is meer ruimte nodig. Eerst palmt men de zalen op het gelijkvloers in maar ook die barsten dra uit hun voegen. De bestuurders kijken uit naar een nieuwe locatie. Ze laten hun oog vallen op een middeleeuws stadspaleis dat staat te verkommeren in hartje Brugge: het Gruuthusepaleis.

De Société kan het stadsbestuur ervan overtuigen om het paleis aan te kopen om er een museum van te maken. De aankoop komt er snel maar door de aanslepende restauratie moet de Société nog jaren geduld uitoefenen alvorens er verhuisd kan worden. Pas aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog komt de verhuis met horten en stoten op gang.

Mannen maken plannen (2)

Op een bestuursvergadering van de Société in het jaar 1913, blijkt beveiliging een hot topic te zijn. De bestuurders zitten ook in met de herkenbaarheid van de suppoosten. Een van hen signaleert ‘le manque de tenue officielle des agents. Il propose entr’autres le port d’une chaîne avec medaillon’ (vergadering 8 mei 1913).  Waarop de voorzitter op pad trekt om inlichtingen in te winnen.

document_003ar-small

Museumlabel uit het archief van Vincent Steyaert, conservator van het museum van de Société in de Hallen

Al tijdens de volgende vergadering van 5 juni brengt hij verslag uit. Juwelier Van Damme heeft hem verzekerd dat hij dergelijke medaillons kan maken in zilver of in wit metaal. Met gegraveerde inscriptie zal een zilveren exemplaar 24 frank kosten, een metalen kan voor de helft van die prijs. Weer een maand later wordt beslist ook eens te informeren bij Louis Spysschaert-Balanck, metaalgieter in de Noordzandstraat, die twaalf kettingen in gevernist koper kan maken met daaraan een medaillon met het wapen van Gruuthuse. Een zilveren ketting uit de collectie kan model staan.

Dan vallen de zaken stil. Men heeft teveel andere zaken aan het hoofd en de museumbezoekers stromen toe. Men zegt over enkele weken in alle rust te zullen beslissen.

fo-a13354_1914

Militairen op de Markt, 1914, collectie Stadsarchief Brugge / Beeldbank Brugge

Maar weken worden maanden. Op de vergadering van 7 mei 1914 vraagt een bestuurder hoe het nu zit met die draagtekens voor de suppoosten. De voorzitter pikt de vraag weer op en laat begin juli weten dat hij op de volgende vergadering enkele staaltjes van Van Damme hoopt mee te brengen. Die bijeenkomst vindt plaats op 6 augustus 1914. Slechts drie bestuurders zijn aanwezig en hun beperkt aantal beslissingen betreft andere zaken. Want twee dagen eerder is het Duitse leger België binnengevallen…

Gesloten wegens omstandigheden

Nog diezelfde maand komen de bestuurders weer samen en nemen enkele maatregelen ‘à raison des circonstances’. Alle museumzalen worden gesloten, de voorzitter bewaart de sleutels en zal indien nodig maatregelen nemen. Op één vergadering na zal het bestuur bijna drie jaar niet meer samenkomen.

‘Le 6 août 1914 a été marqué par la dernière séance régulière, tenue dans le local des Halles. Peu après, les deux salles antérieures et connues, furent données par l’administration communale, comme résidence aux fugitifs belges. Ils en furent expulsés par les troupes allemandes, dont l’occupation de toutes les salles, mit fin à notre installation comme Musée Archéologique et dont l’évacuation de tous nos objets et leur transport vers l’Hôtel Gruuthuse, notre nouveau Musée, se fit par les soins du Sieur Campers, tailleur de pierre, quai Long.’ Verslagboek Société Archéologique, augustus 1914 – augustus 1917

Eind augustus 1917 geeft de voorzitter een overzicht van de acties die hij de voorbije jaren ondernomen heeft. Wanneer de Duitse troepen Brugge innemen, dwingen ze de Société de Hallen te verlaten. Zo wordt Gruuthuse, in de woorden van de voorzitter, ‘notre nouveau Musée’. Een hele verhuisbeweging van collectiestukken komt op gang. Heeft het gegeven dat men eindelijk voluit voor Gruuthuse kan gaan de voorzitter aangezet om de bestelling van tien zilveren medailles met ketting effectief te plaatsen ‘pour, en temps normal, signaler aux visiteurs, les gardiens du Musée’?

fo-a08568_stadsarchief-brugge

Intrede van koning Albert, koningin Elisabeth en prins Leopold in Brugge na afloop van WOI, collectie Stadsarchief Brugge / Beeldbank Brugge

Die ‘normale tijden’ laten echter nog even op zich wachten. Pas in 1919 kunnen draagtekens uit de brandkast komen.

Een huis van vertrouwen

De maker van de draagtekens, Jan Van Damme, heeft de tekens waarschijnlijk nooit zien dragen. Hij sterft in 1917, volgens sommigen gekraakt door de oorlog. Jan is de derde generatie Van Damme die als edelsmid werkt in Brugge. Zijn zonen zetten de zaak verder. Een van hen is Pierre Van Damme, die later burgemeester van Brugge wordt en voorzitter van Cercle Brugge.

‘Zoo, met lange en veel te smeden, / wierd hij smid, en maakt nog heden: / kelken, kroezen, / lepels, loezen, / maar al vroeg zoo keek hij rond / of hij geen settinne en vond. / Maar, als kender van juweelen, / moest, om zijnen zin te streelen, / ’t meisken wezen / uitgelezen / onder duizend, en nog een, / lijk ‘nen alderfijnsten steen.’ Fragment uit: Guido Gezelle, Jubeldicht voor de 25ste huwelijksverjaardag van Eugeen Van Damme en Nathalie Serruys, 1885

Op het einde van de 19de eeuw levert het Huis Vandamme, en dan vooral Jans vader Eugeen, belangrijke bijdragen aan de edelsmeedkunst. Eugeen werkt bijvoorbeeld mee aan de uitvoering van het Karel de Goede-schrijn voor de Sint-Salvatorskathedraal. De Van Dammes zijn goed thuis in Brugse katholieke kringen. De Société Archéologique, die ook in die hoek te situeren is, zal hen dus wel niet onbekend geweest zijn. Een van de stichters van de Société, priester-dichter Guido Gezelle, was overigens een goede vriend van de familie. Hij schrijft meermaals een gedicht om de Van Dammes te fêteren ter gelegenheid van een jubileum of huwelijk.

gga1310_01

Gedrukte versie van Guido Gezelles gedicht ‘Op de blijde Bruiloft van Heer Jan Van Damme met Joufvrouw Blanca Valcke’, Brugge, Guido Gezellearchief (GGA 1310)

‘Nu behoort ge, mijn verdooie, / Jan, een schoone veugelkooie / u te bouwen naar mijn zin, / blank van buiten, wit van bin. / In die kooie zult gij vlechten, / na’des huwelijks oude rechten, / eenen nest van filigraan, / schoon en kostlijk opgedaan; / met veel perels, diere en rare, / zijde en pane en altegare / schoone witte pluimkens fijn, / om een warme nest te zijn.’ Fragment uit: Guido Gezelle, Op de blijde Bruiloft van Heer Jan Van Damme met Joufvrouw Blanca Valcke, 1892

Meer weten?

De verslagboeken van de Société Archéologique worden bewaard in het Gruuthusemuseum.

Jean van Cleven, Brugse edelsmeden uit de 19de eeuw, in: Vlaanderen, jg. 36 (1987), blz. 33-40.

Robert Lagrain, Guido Gezelle en de familie Van Damme, in: Gezelliana, jg. 12 (1983), blz. 81-121.

Meer objecten en verhalen

3 gedachten over De draagtekens van de Gruuthusesuppoosten

  1. […] Vanaf de oprichting van de Société Archéologique de Bruges in 1865 bevinden de stenen zich in de Gruuthusecollectie. Aan de gevel van het stadhuis plaatst men kopieën van de originele […]

  2. […] gebruikt als fundering of vloer. Heel wat materiaal komt uiteindelijk toch via omwegen in het museum in de Halletoren terecht en is nu opgenomen in de collectie van het Gruuthusemuseum. Kerkmeubilair, beelden en […]

  3. […] zich heel wat heren van het Oudheidkundig Genootschap, dat vorm geeft aan de collectie van het Gruuthusemuseum. Ook de Commissie voor Stedenschoon functioneert vandaag nog […]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *