Het bestuur van het Brugse kleermakersambacht

Een mand fris witte hemden, zwarte hoeden, een mantel, een paar schoenen… De kleermakers hebben in 1754 alles klaarliggen om de laatste wil van Lodewijk van Gruuthuse, vastgelegd in 1474, uit te voeren.

De bovenstaande data zijn wel degelijk correct. Op 18 augustus 1474 ondertekenen Lodewijk van Gruuthuse en Margaretha van Borsele in de bidkapel van het Gruuthusepaleis hun testament. Er staat een hele reeks financiële bepalingen in, maar Lodewijk en Margaretha sommen ook een aantal goede doelen op. Zo voorzien ze een jaarlijks bedrag om dertien arme ouderlingen een jaar lang te onderhouden en eenmaal per jaar nieuwe kledij te geven. Het ambacht van de kleermakers is verantwoordelijk voor het uitvoeren van deze bepaling. Elk jaar op Allerheiligen leggen ze de nieuwe kleren klaar en dat tot diep in de 18de eeuw.

0000_GRO1450_I 002

Pieter Beuckels, Het bestuur van het Brugse kleermakersambacht of De eed van de kleermakers, 1754, collectie Groeningemuseum (0000.GRO1456.I), (c) Hugo Maertens

Man in het nieuw

In het testament staat nauwkeurig opgesomd om welke kledingstukken het gaat: een hemd, een onderkleed, een wambuis, twee gevoerde kousen, een paar schoenen, een vilten hoed, laken voor een kaproen, een tabbaard, een muts en een paternoster. Gelukkig voor de ouderlingen volgen de kleermakers de veranderingen in de mode en hoeven ze in de 18de eeuw geen kledij van 15de-eeuwse snit te dragen. In ruil voor het onderhoudsgeld en de nieuwe plunje moeten de ouderlingen viermaal per jaar aanwezig zijn op de herdenkingsdiensten in de O.L.V.-kerk en op de voetwassing op Witte Donderdag.

In 1754 portretteert Pieter Beuckels de bestuursleden van het kleermakersambacht in hun vergaderlokaal. Ze zijn net begonnen met het uitdelen van de kledij. Links staat een groep armen en gebrekkigen klaar om de kleren in ontvangst te nemen. Een van hen is bezig zijn nieuwe kousen aan te trekken. Achter hem staat een ouderling die al helemaal in het nieuw gestoken is.

0000_GRO1450_I 002

Detail uit Pieter Beuckels, Het bestuur van het Brugse kleermakersambacht, 1754

Het goede doel

De hele scène wordt aanschouwd door Lodewijk van Gruuthuse. Aan de muur van het vergaderlokaal hangt namelijk een schilderij waarop hij ietwat koninklijk staat afgebeeld: gezeten op een mooie stoel, een kroon op het hoofd en de ketting van het Gulden Vlies rond de hals, rustend op een hermelijnen kraag. Lodewijk overhandigt aan de leden van het ambacht een document waarin hun opdracht vermeld staat. Rechts van hem wijst een ouderling naar het document en de O.L.V.-kerk. Links staat een arme man klaar om de stoffen die aan Lodewijks voeten liggen in ontvangst te nemen.

0000_GRO1450_I 002

Detail uit Pieter Beuckels, Het bestuur van het Brugse kleermakersambacht, 1754

De tekst in de cartouche centraal bovenaan op Beuckels’ schilderij verwijst ook nog eens naar de opdracht die het kleermakersambacht van Lodewijk van Gruuthuse kreeg. We lezen er: ‘t’ WerCK Der ChrIsteLYCke gIfte WorDt beCroont den heer van gruythuysse die ons ambacht heeft gegeven syn thienden met een last syns wille ons voor geschreven uyt dees beroemde gift naers gevers wensch den eedt vier jaergetyden schraeght en derthien armen kleedt.’

 

Kamer in het nieuw

Het hele gebeuren vindt plaats in het ambachtshuis van de kleermakers, gelegen aan de Steenhouwersdijk 3, hartje Brugge. Beuckels’ schilderij geeft een zicht op de vergaderzaal kort voor de veranderingen in 1779. Dan gunnen de kleermakers zichzelf een modern interieur, met plafondschildering en deuromlijsting geschilderd door Jan Beerblock.

0000_GRO0700_I 006

Jan Beerblock, De Braamberg te Brugge, 1788, collectie Groeningemuseum (0000.GRO0700.I), (c) Hugo Maertens

Dezelfde Beerblock schildert in 1788 ‘De Braamberg te Brugge’. Dit schilderij toont aan dat de kleermakers in 1788 nog steeds handelen naar Lodewijks laatste wensen. Op het schilderij hebben de kleermakers hun ambachtshuis op de Steenhouwersdijk net verlaten. Ze stappen via de Braamberg (nu: Vismarkt) in de richting van O.L.V.-kerk. Vooraan loopt een groep van 13 identiek geklede figuren: de 13 arme ouderlingen die hun nieuwe plunje in ontvangst hebben mogen nemen.

0000_GRO0700_I 006

Detail uit Jan Beerblock, De Braamberg te Brugge, 1788

 

Bling bling

Wie Beuckels’ schilderij in detail bekijkt, ziet dat het bestuur over heel wat zilveren voorwerpen beschikt. Achter de ouderling die in het nieuw gestoken is, staat een bestuurslid dat twee zilveren schilden op de borst draagt. Onder de beelden aan de muur hangt telkens een zilveren lichtarm. Een zilveren trekring hangt neer van het plafond, en op de tafel staat een inktstel naast een zilveren tafelbel.

In de collectie van het Gruuthusemuseum zit een tafelbel die erg lijkt op de bel die hier wordt afgebeeld. De bel is gemaakt door de Brugse zilversmid Antoon Kerckhof in 1650. In de bel staat driemaal een geopende schaar gegraveerd, het symbool van de kleermakers. Nog in de Gruuthusecollectie zit een kleine zilveren schaar uit de 17de of 18de eeuw. Waarschijnlijk werd deze als versiering ergens opgenaaid. Misschien zoals op het schild dat op Beuckels’ schilderij boven de haard hangt?

Meer weten?

Hans Vlieghe, Catalogus schilderijen 17de en 18de eeuw Stedelijke Musea Brugge, Brugge, 1994, blz. 75

Maximiliaan P.J. Martens, Lodewijk van Gruuthuse, mecenas en Europees diplomaat ca. 1427-1492, Brugge, 1992, blz. 39-48, 54-55

Meer objecten en verhalen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *