De plooivork van Cornelie Vanderplancke

Als je vandaag gasten uitnodigt, zorg je ervoor dat de tafel volledig gedekt is met borden, glazen en bestek. In de 17de eeuw bestaat het bestek zoals we dat nu kennen nog niet. Het is dan gebruikelijk dat de gasten hun eigen bestek meebrengen: mes, lepel en soms vork.

Het gebruik van de vork is dan namelijk nog relatief nieuw. Het komt via Venetië naar de rest van Europa in de loop van de 16de eeuw. Naar verluidt zou de vork vooral praktisch zijn geweest om niet te morsen op de grote kragen die toen in de mode waren… Lepels, vorken en messen in een grote set zoals we die nu kennen, worden pas in de 18de eeuw in series van zes tot twaalf stuks gemaakt.

0000_GRO1322_I 002

Anoniem, Portret van een jonge vrouw, ca. 1620-1630, Zuidelijke Nederlanden, collectie Groeningemuseum (0000.GRO1322.I)

Maar pronken met een mooi voorwerp is van alle tijden. Deze zilveren plooivork uit de Gruuthusecollectie, gemaakt in 1619-1620, is er alvast eentje om mee uit te pakken – letterlijk en figuurlijk.

Cornelie eet

De plooivork met lepelbak is een slimme uitvinding voor een gast die zijn eigen bestek moet meebrengen. De vork heeft drie tanden en kan uitgeplooid worden. Op de drie tanden kan de eter een lepelbak schuiven. Is de maaltijd afgelopen, dan haalt de eigenaar de lepelbak weer van de vork, klapt deze in en stopt alles in een foedraal.

x-o-0166abc

Carel van Nieukerke, Zilveren plooivork met lederen foedraal, 1619-1620, collectie Gruuthusemuseum (X.O.0166), (c) Dominique Provost

Zowel de vork als het foedraal zijn in dit geval prachtig uitgewerkt. We weten ook voor wie dit kleinood bestemd is. De gelukkige is Cornelie Vanderplancke, wiens naam op de achterzijde van de lepelbak staat. Op de voorzijde van de lepelbak is een voorstelling te zien van de heilige Cornelius, de naamheilige van Cornelie, omgeven door een bladmotief. De vork loopt uit in een vrouwenfiguurtje met een kunstig gevlochten kapsel.

Wie is Cornelie Vanderplancke precies? Gaat het over een vrouw of een man? De naam ‘Joncvrouwe Cornelie Vanderplancke’ komt voor in een ‘staat van goed’ uit de 17de eeuw, die bewaard wordt in het Brugse Rijksarchief. Ze staat vermeld als weduwe van Sieur Heyndryck van Cotengijs. Is zij de Cornelie van de plooivork? Een jonkvrouw en een heer zijn immers afkomstig uit de betere, gegoede klasse. Misschien is het een huwelijksgeschenk voor Cornelie? Meer onderzoek kan uitsluitsel geven.

Carel smeedt

Het foedraal is gemaakt uit leder en versierd met mooie ineengestrengelde plantmotieven. Die motieven zijn aangebracht met een stempel. Daarna is extra versiering aangebracht met vermoedelijk bladzilver waarop dan weer een dun laagje goud is gezet. Het foedraal is gemaakt door een lederbewerker, van wie we de naam niet kennen.

De maker van de vork kennen we wel. Dat is zilversmid Carel van Nieukerke, zoon van Loys I van Nieukerke. Het geslacht Van Nieukerke kent enkele zilversmeden. Zo vinden we ook een Cornelis, Loys II, Guyllaume en Jacques van Nieukerke terug op de bekende insculpatieplaat met de merken van de Brugse edelsmeden die ook tot de Gruuthusecollectie behoort.

Het merkensysteem is in Brugge al verplicht sinds 1441. Op de koperen insculpatieplaat staan de namen van alle Brugse edelsmeden die een keurmerk hebben gekregen in de periode 1567-1636. Op de plaat staan in totaal 186 edelsmeden die in deze periode hun meesterschap verwerven. Het is niet ongewoon voor edelsmeden om met familieleden van andere zilversmeden te huwen. Zo huwt Carel met Anthonijne Tilly, vermoedelijk de dochter van Simoen Tilli, die ook vermeld staat op de plaat. De familiestambomen van de Brugse 16de en 17de eeuwse edelsmeden zijn duidelijk een boeiend gegeven.

Het belang van het lidmaatschap van het ambacht der edelsmeden is groot voor Carel. Hij woont zelfs een tijdje in het huis van de goudsmeden in de Hoogstraat 14 te Brugge. Maar omdat hij zijn huur niet betaalt, ontstaat er een dispuut met het ambacht.

En zo vertelt deze plooivork niet allen de grote geschiedenis van het tafelgerei in onze contreien maar ook de kleine geschiedenis van een zilversmid die zijn huur niet betaalt en van een mogelijke eigenares, die de vork misschien als huwelijksgeschenk krijgt.

Meer weten?

www.erfgoedbrugge.be

www.kaartenhuisbrugge.be

Dominique Marechal, Meesterwerken van de Brugse edelsmeedskunst, Stichting Kunstboek, 1993

Walter Van Dievoet, Brugse edelsmeden van het ancien régime, Brussel, Academie voor de geschiedenis van de edelsmeedkunst in België, 2014

Alle foto’s van de plooivork: (c) Dominique Provost

Meer objecten en verhalen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *