De hersenen van Guido Gezelle

Vandaag liggen in het Gezellemuseum nog afgietsels van de hand en het gezicht van Guido Gezelle. Beide zijn gemaakt door Jules Lagae, vlak na het overlijden van de priester-dichter. Hand en dodenmasker liggen al in de beginjaren van het museum, rond 1930, uitgestald. Maar op de kast ligt nog een gipsen afgietsel: dat van Gezelles hersenen.

Een ‘buitengewoon zwaren kop’

Gezelle overlijdt op 27 november 1899 in het Engels Klooster in Brugge. De volgende dag, om 9u ’s ochtends opent professor Gustaaf Verriest de schedel van Gezelle en haalt de hersenen eruit. De familie heeft hiervoor toestemming gegeven. Gustaaf Verriest is dan ook niet de eerste de beste. Hij is hoogleraar inwendige ziekten aan de Leuvense universiteit en oud-leerling van Gezelle. Samen met zijn broer Hugo Verriest blijft hij levenslang met hun vroegere leraar bevriend. In het oeuvre van Gezelle zijn gedichten terug te vinden die opgedragen zijn aan Gustaaf Verriest, zowel uit de periode dat Verriest Gezelles leerling was aan het Klein Seminarie in Roeselare als uit de periode dat hij Gezelles dokter was.

GG sterfbed_OBB001000029 (Small)

Guido Gezelle op zijn sterfbed, 1899, Brugge, coll. Openbare Bibliotheek Brugge – Guido Gezellearchief

Zijn in de hersenen van Gezelle sporen van genialiteit terug te vinden? Die vraag houdt Verriest bezig. Als tienjarige leerling is hij al gebiologeerd door Gezelles ‘buitengewoon zwaren kop en die verbauwelijk groote bulten van zijn voorhoofd’. Tel daarbij de niet aflatende stroom schrijfsels die uit de pen van Gezelle vloeien: gedichten, artikels voor tijdschriften en kranten, gelegenheidsverzen, fiches voor de Woordentas… Dit alles moet Verriest aangezet hebben zijn vraag aan de familie voor te leggen.

Prof. Verriest van Leuven kwam, met andere heelmeesters, het lijk schouwen. Een gietvorm van het gelaat en een van de rechterhand werden afgenomen, en de lichtprenter Triebels nam een photo van den doode op zijn praalbed. Ongelukkig meende men hem te dien einde te moeten ontdoen van den Casuifel, waarmee hij volgens de ritueele voorschriften bekleed lag. Het aangezicht is anders goed geslaagd en werkt treffend van heiligen ernst. Ten laatste namen de heelmeesters de hersenen uit het hoofd weg, tot voorwerp van wetenschappelijke studie. Aloïs Walgrave, Het leven van Guido Gezelle, Vlaamschen priester en dichter, Amsterdam, 1923

Gewikt en gewogen

Verriest spreekt over zijn bevindingen op het Vlaams natuur- en geneeskundig Congres in Brugge  op 29 september 1901, en zijn uiteenzetting wordt ook gepubliceerd. Ook later komt hij op het onderwerp terug. Tijdens zijn uiteenzetting toont hij de aanwezigen een afgietsel van de hersenen. De echte hersenen worden bewaard in een formioloplossing.

Verriest_OBB001000090 (Small)

Gustaaf Verriest, Brugge, coll. Openbare Bibliotheek Brugge – Guido Gezellearchief

Verriest beschrijft de hersenen in detail. Hij besteedt daarbij in het bijzonder aandacht aan het gewicht van Gezelles hersenen: 1674 gram. Dit ligt hoger dan het gemiddeld hersengewicht van de Europese man, dat rond de 1350 à 1360 gram schommelt. Volgens Verriest past Gezelle met zijn hoge hersengewicht perfect in het rijtje van hoogbegaafde mannen als dichter Lord Byron (2238 gram), staatsman Cromwell (2229 gram), dichter Schiller (1785 gram), componist Schubert (1420 gram) en ‘chemiker’ Liebig (1352 gram).

Tot rond zijn tiende jaar is hij ziekelijk gebleven. Vader Gezelle vertelde mij eens als ik hem ondervroeg over aard en karakter, wezen en gezondheid van onzen grooten meester: “De jongen, zeide hij, was altijd aan ’t sukkelen; ik ging er eens meê naar den besten dokter van Brugge; hij onderzocht het kind, bleef een ‘wijle denken en zei: die jongen zijn kop is te dikke, anders en schilt er hem niets”. Gustaaf Verriest, Over Guido Gezelle, Brugge (overdruk uit de Handelingen van het vijfde ‘Vlaamsch Natuur- en Geneeskundig Congres’ gehouden te Brugge op 29 September 1901)

Verriest beschouwt Gezelles ziekelijke jeugd als bron van zijn genialiteit. De kleine Guido werd verteerd door ‘de wreedste en langdurigste hoofdpijnen’. Net als Shakespeare, Wagner en Hayden  leed Gezelle volgens Verriest aan rachitis, een botaandoening door een tekort aan vitamine D en calcium. Dit zou zijn lichamelijke bouw verklaren (lang van lijf met korte benen), maar ook het waterhoofd, de grote herseninhoud en de uitgebreide hersenplooien.

013_005_00977_Tolhuis_detail

Caesar Gezelle (rechts, staand) en Stijn Streuvels (links, zittend), Brugge, coll. Westflandrica – Provinciale Erfgoedbibliotheek

Verder stelt Verriest een bijzonder ontwikkeld spraakcentrum aan de rechterkant van de hersenen vast. Om dit biologisch te verantwoorden, leidt hij hieruit af dat Gezelle linkshandig geboren was. Waarschijnlijk heeft men hem dit afgeleerd. Verwijzend naar schrijver Stijn Streuvels (zoon van Gezelles zus Louise) en Caesar Gezelle (zoon van Gezelles broer Romaan) vermoedt hij dat er een erfelijke aanleg voor taalvaardigheid aanwezig is in de familie.

Volgens mededeeling zijner nog levende zuster, in Avelghem, heeft G. Gezelle rond zijn zesde jaar langen tijd aan wreede hoofdpijn geleden. De dokter trok hem bloed uit de neus, en eindigde met de kwaal ongeneesbaar te verklaren “omdat, zeide hij, de hersens van het kind te groot waren.” Gustaaf Verriest, Over Guido Gezelle, Brugge (overdruk uit de ‘Handelingen van het vijfde Vlaamsch Natuur- en Geneeskundig Congres’ gehouden te Brugge op 29 September 1901)

Hoofdzaak

Het Guido Gezellearchief van de Openbare Bibliotheek bewaart verschillende zaken in verband met Verriests onderzoek: een gipsen afgietsel van Gezelles hersenen (ook het Gezellemuseum bezit een afgietsel) en grote rollen met getekende doorsneden van de hersenen van Gezelle en die van Peter Benoit (voor de volledigheid: 1225 gram). Ook deze tekeningen gebruikt Verriest als illustratiemateriaal tijdens zijn redevoering op het congres. De familie Verriest schenkt Gezelles hersenen na de dood van Gustaaf aan de Leuvense universiteit voor verder onderzoek. Daar zijn ze vermoedelijk verloren gegaan tijdens een brand.

De lezing van Verriest is meer dan een ietwat lugubere voetnoot in de Gezellestudie. Al gebeurde dit niet op grote schaal, hij volgt hiermee de wetenschappelijke theorieën van zijn tijd. Zo ging de fysieke antropologie op zoek naar de meetbare anatomische kenmerken van rassen, klassen en criminele of artistieke aanleg. Ook in de Gezellestudie en de beeldvorming rond Gezelle spelen de merkwaardige vorm van Gezelles hoofd en zijn gezondheid een belangrijke rol. Ze passen in het romantische beeld van het misvormde, miskende genie met een erfelijke aanleg voor somberheid en gevoeligheid. De interpretatie van zijn poëzie vertrok vooral vanuit dit standpunt. De mythe stond zo zeer lang een veelzijdige literaire en maatschappelijke studie van zijn werk in de weg.

Gezellemuseum_OBB001000033 (Small)

Afgietsels van het hoofd, de hand en de hersenen van Gezelle in het Gezellemuseum, Brugge, coll. Openbare Bibliotheek – Guido Gezellearchief

Meer weten?

Dit artikel is een bewerking van een blogbericht van de Openbare Bibliotheek Brugge.

Alle illustraties bij dit bericht zijn afkomstig uit de collectie van het Guido Gezellearchief van de Openbare Bibliotheek Brugge, tenzij anders vermeld. De collectie van het Gezellearchief kan je raadplegen via de site Erfgoed Brugge. Het Gezellemuseum kan je dagelijks bezoeken, behalve op maandag.

Jam hyems transiit

Ach, weêrom groent, alhier aldaar,

te gronden uit, het nieuwe jaar,

zoo lang verwacht en uitgesteld,

door ’s winters onverwacht geweld.

Hoe hard- lag, en hoe diepversteend,

de moederschoot, die ’t aas verleent,

daar man en muis op leven zal:

’t was maanden ons ontgeven – al!  

De wee hergroent, ’t hergroent al, in ‘t

verschiet: waar hier waar daar begint

de naakte grond bekleed te staan

met hope weêr van gras en graan.

Den tragen os zie ‘k werken, op

de velden, zijn’ gekroonden kop

al schudden, na den tragen trant

des arbeids, op het akkerland.

Het schuim beleekt zijn’ kromme knie’n,

terwijl hij, zonder ommezien,

verduldig heen- en wederzwoegt,

en ’s koeiboers loopken lands herploegt.

Het karit en het kurt, nooit moe,

vol vogelvee, heel ’t hof, daartoe;

en telkens hoore ik, hier of daar,

den tegenroep van Canteclaar.

’t Herleeft entwat, onzeglijk bij

der menschen mond, hoe schrander hij

ook wezen moge, en… ’t leven is,

het leven – Gods geheimenis!

Guido Gezelle, Rijmsnoer om en om het jaar, 1897 (uitgave J. Boets); in Dietsche Warande (1895) opgedragen aan ‘dr. Verriest’.

 

Meer objecten en verhalen

2 gedachten over De hersenen van Guido Gezelle

  1. […] Haar zus woont als Mother Philomene in het Engels Klooster, waar ze rond die periode de lessen van Guido Gezelle […]

  2. […] al langer aanwezig is in Brugge. Figuren als Adolf Duclos, Karel Verschelde, Edward Gailliard en Guido Gezelle promoten deze beweging onder meer via tijdschriften als ‘La Plume’, ‘De Halletoren’ en […]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *