De warachtighe fabulen der dieren

Pieter de Clerck heeft een bescheiden drukkerij in de Peerdenstraat in Brugge. Maar eind augustus 1567 rolt daar één van de meest originele boeken van de 16de eeuw van de persen. Een boek waarin de beste krachten zich bundelen, zo weet Ludo Vandamme, medewerker van de Openbare Bibliotheek, te vertellen.

‘De warachtighe fabulen der dieren’ luidt de titel van het boek en het is het eerste embleem-fabelboek in de Nederlandse literatuur. Fabels en emblema gaan hier hand in hand, oud en nieuw, traditie en vernieuwing vermengen zich met elkaar.

B_OB_ST137_001r (Small)

Titelpagina van ‘De warachtighe fabulen der dieren’, 1567, Brugge, coll. Openbare Bibliotheek (St. 137)

Ken uw klassiekers

Fabels zijn korte verhalen waarin dieren of dingen de mens een wijze les proberen bij te brengen. De meeste gaan terug op de verhalen van de Griekse dichter Aesopus (6de eeuw voor Christus). In de middeleeuwen zijn ze heel populair en ook latere generaties weten ze te bekoren, niet in het minst in een bewerking van Jean de La Fontaine (1621-1695). Wie is niet vertrouwd met de krekel en de mier, de vos en de raaf en vele andere dierenverhalen (de verre voorlopers van Zoef de Haas, Truus Mier en Meneer de Uil, lieve kijkbuiskinderen!)?

Emblema en emblemataboeken zijn daarentegen een nieuwigheid van de 16de eeuw en op en top producten van de renaissance. Een emblema bestaat uit drie componenten: een morele aansporing (motto) wordt uitgewerkt in een beeld of embleem (pictura) en in een poëtisch bijschrift (subscriptio).Dit genre vol symbolen en metaforen laat zich smaken door ingewijde lezers.

Het eerste emblemataboek verschijnt in 1531 (Emblematum liber) en is het werk van de Italiaanse humanist Andrea Alciato (1492-1550).  Culturele en intellectuele kringen in Brugge zijn al vlug vertrouwd met deze renaissanceliteratuur. Alciato laat zich portretteren door de Brugse schilder Ambrosius Benson (1495-1550) en Brugse boekhandels van de jaren 1560 bieden een aardig assortiment emblemataboeken aan.

Dees Fabulen (tis waer) sijn oudt ende ghemeene

Maer nochtans exellent, gheleerdelic ghemaect

Ende vol zins oft verstandts, dus en achtse niet cleene

Lucas d’Heere, Inleidend gedicht tot de lezer, in: De warachtighe fabulen der dieren

Nieuw bij de boekenboer

De opdrachtgever van de ‘De warachtige fabulen’ is niemand minder dan Marcus Gheeraerts. Met zijn initiatief blaast hij de wat belegen fabelschat nieuw leven in. Bovendien mikt Gheeraerts op een breed lezerspubliek door het gebruik van de volkstaal, het Nederlands.

Zijn ‘Fabulen’ bevat 106 fabels die telkens over een dubbele pagina zijn uitgewerkt. Links staat het emblema met het motto, een prent en de bijhorende bijbelcitaten. Rechts vindt de lezer de fabel (titel en verhaal) die steeds uitloopt op een morele vingerwijzing. De teksten en prenten zijn nieuw en  origineel werk. Ook typografisch is elke dubbelpagina goed doordacht met het gebruik van zowel gotische letters als romein en italiek (cursief).

Ook vandaag slagen beelden en teksten er moeiteloos in te bekoren. Neem het verhaal van de sater en de boer, beiden aan tafel in een woonkamer-keuken, waarbij de boer blaast in zijn bord met hete pap. Het motto luidt: ‘Wacht u t’ allen termijn, voor die dobbelmondich zijn.’ Met andere woorden: hoed u voor wie met een gespleten tong spreekt, voor wie terzelfdertijd warm en koud blaast. En daar haakt het verhaal op in. De boer heeft net de sater uitgelegd dat, omdat het bitter koud was, hij in zijn handen heeft geblazen om ze warm te krijgen. Nu hij in zijn pap blaast, is de verklaring van de boer: ‘om de pap te laten afkoelen’. De sater stelt droogjes de tegenspraak aan de orde: ‘Wat is het nu: blazen om af te koelen of om op te warmen?’

Wilt ter noodt in gheen staeten,

V Vrienden verlaeten.

Fabel ‘Beer en twee Vrienden’, in: De warachtighe fabulen der dieren

Met vereende krachten

De makers van dit nieuwe literaire product zijn niet van de minsten. Marcus Gheeraerts is initiatiefnemer, coördinator en financier. Hij staat in voor de 107 tekeningen, die hij daarna wellicht zelf etst. Deze wondermooie prenten verraden het talent van de kunstenaar. Vooral in het realistisch uitbeelden van dieren laat hij zijn teken- en etskunst zien. Gheeraerts is op dat ogenblik een gevierd schilder. Vandaag kennen we hem vooral vanwege zijn indrukwekkend stadsplan van Brugge uit 1562, geëtst op tien platen (collectie Gruuthusemuseum).

20120817_001 017

Marcus Gheeraerts, Koperplaat voor het stadsplan van Brugge, 1562, Brugge, coll. Gruuthusemuseum

De teksten dan. Die zijn van de hand van Eduard de Dene (1505-1576), rederijker en woordkunstenaar. De Dene is in die jaren in Brugge de meest bevlogen auteur in de volkstaal (verder is hij ook bevlogen wat drank en ‘lustvolle gezelschappen’ betreft). Hij is goed vertrouwd met François Rabelais (1483-1553) en de Franse renaissanceliteratuur. Enkele jaren eerder, in 1561, beëindigde hij zijn magnum opus, een Testamant Rhetoricael (25.000 verzen!).

Dronckenschap t’allen lande,

Es zonde schae en schande.

Fabel ‘Van het dronken Hert’, in: De warachtighe fabulen der dieren

Gheeraerts trekt ook Hubertus Goltzius en Lucas de Heere mee het bad in. Aan Goltzius (1526-1583) draagt hij het boek op. Hij wordt er aangesproken als antiquaar, historicus en schilder. Goltzius had enkele jaren eerder Antwerpen voor Brugge ingeruild om hier een private press op te richten waarmee hij schitterende renaissancedrukken aflevert. In 1567 ligt het werk in zijn drukkerswerkplaats stil, anders was de ‘Fabulen’ zo goed als zeker van zijn persen gerold. Lucas de Heere (1534-1584) richt zich in de ‘Fabulen’ met een gedicht tot de lezer: teksten en beelden zullen zeker gevoelige tenen raken, ‘en zijt daerom niet gram, maer betert meer u leven…’ De Heere is een kunstenaar uit Gent, maar heel erg vertrouwd met de Brugse kunstkringen. Een oom van zijn vrouw maakt in 1566 samen met Marcus Gheeraerts deel uit van de protestantse gemeente in Brugge.

Des pluymstrijckers verdoouen

En zuldy niet gheloouen.

Fabel ‘Vos en Raaf’, in: De warachtighe fabulen der dieren

Recuperatie

De ‘Fabulen’ zijn net van de pers gerold wanneer in Brussel de hertog van Alva met zijn Spaanse troepen neerstrijkt. Hij komt in de Nederlanden de (protestantse) opstandelingen van 1566 straffen. Dit is het signaal voor Marcus Gheeraerts, een jaar eerder actief in de Brugse protestantse gemeente, om zich uit de voeten te maken richting Londen. Zijn katholieke vrouw blijft in Brugge, net als de meer dan honderd etsplaten van de ‘Fabulen’.

afbeelding_HF210_titelpagina (Small)

Titelpagina van Joost van den Vondel, Vorstelijcke warande der dieren, 1682, Brugge, coll. Openbare bibliotheek (HF120)

Het boek loopt wellicht vrij aardig, onder mee door bemiddeling van Hubertus Goltzius die pakketten doorstuurt naar Plantin die vanuit Antwerpen een brede klantenkring bedient. Dezelfde Plantin koopt naderhand bij de weduwe Gheeraerts de etsplaten aan. Later verhuizen deze platen naar de Noordelijke Nederlanden. Dit verklaart waarom deze fraaie prenten ook na 1567 als boekillustraties verschijnen in uiteenlopende renaissancedrukkken. Het meest bekend is de ‘Vorstelijcke warande der dieren’ van Joost van den Vondel (1587-1679).  Maar dat is weer een volledig ander verhaal.

Daarom nu: oogjes dicht en snaveltjes toe.

t’Allen fijne

Gheeft elcken t’zijne

Conclusie van ‘De warachtighe fabulen der dieren’  

Meer weten?

De Openbare Bibliotheek Brugge bezit exemplaren van ‘De warachtighe fabulen der dieren’ en van Vondels ‘Vorstelijcke warande’. De fabulen kan je doorbladeren via hun site. De tekst kan je ook lezen via DBNL, de digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren.

Meer objecten en verhalen

4 gedachten over De warachtighe fabulen der dieren

  1. […] Een belangrijke figuur in de vroege jaren van de rederijkerij is Anthonis De Roovere, de auteur van de Excellente Cronike van Vlaenderen. Op 17-jarige leeftijd wint hij een dichtwedstrijd van de Rederijkerskamer van de H. Geest met een gedicht dat antwoord geeft op de vraag ‘Kan een moederhart liegen?’. Het is de start van een bloeiende carrière. De Roovere is de eerste rederijker van wie een groot deel van het oeuvre bewaard is gebleven, dankzij de bundeling ervan door die andere belangrijke rederijker in de 16de eeuw: Eduard de Dene. […]

  2. […] gedetailleerde en wetenschappelijk benaderde weergave van de stad. Tegelijk is van Gheeraerts onvoldoende geschilderd referentiemateriaal bekend voor een stilistische […]

  3. […] 1561 geeft het Brugse stadsbestuur de opdracht aan de schilder Marcus Gerards om de kaart te maken. Het doel: bekendheid geven aan een nieuw kanaal, de Verse Vaart, en zo de […]

  4. […] van het boek anoniem. Op de achterzijde van het portret staat geschreven dat het gemaakt is door Hubertus Goltzius. Helemaal uit de lucht gegrepen is dit niet. Bij de schilderbiograaf Karel van Mander lezen we […]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *