Vuurstenen werktuig

Het is een kwaliteitsvol werktuig en het getuigt van de vroegste menselijke aanwezigheid in de Brugse regio: een mes of schrabber uit het midden van de oude steentijd. Dit werktuig flitst ons terug naar de jaren circa 70.000 tot circa 35.000 voor Christus.

Archeologen treffen dit voorwerp zo’n 1990 jaar nà Christus aan op de site Molendorp in Sint-Andries. Het ligt in de vulling van een Romeinse gracht. Waarschijnlijk ligt het werktuig eerst tienduizenden jaren begraven en komt het in de Romeinse tijd weer aan de oppervlakte bij het graven van een waterput of iets dergelijks. Korte tijd later belandt het werktuig in de vulling van een gracht, waar het vervolgens weer honderden jaren verborgen blijft.

AIV7_fig 06 (Small)

Tekening van het vuurstenen werktuig (VIOE)

Kwaliteitsvol gereedschap

Het werktuig is gemaakt uit grijze vuursteen van goede kwaliteit. We hebben te maken met een brede kling met een snijfunctie, laten we zeggen: een prehistorisch mes.

D5C0E46D-5056-991B-C78200277C3A3160

Reconstructietekening van een jager uit het mesolithicum; dan jaagt men al met pijl en boog (tekening: K. Wilson)

Door de manier waarop de vuursteen is bijgewerkt of ‘geretoucheerd’ kan dit werktuig gedateerd worden in het midden van de oude steentijd. Deze periode omvat het vroegste verleden van de mens. De uiterlijke kenmerken laten archeologen zelfs toe deze vuursteen nog specifieker te dateren en te situeren. Ze plaatsen het werktuig binnen het Mousteriaan. Dit is een periode en cultuur genoemd naar de schuilgrotten bij Le Moustier, in het zuidwesten van Frankrijk. Traditioneel brengt men deze cultuur in verband met de Neanderthalers, een mensensoort die rond 35.000 jaar voor Christus is uitgestorven. In deze periode trekken volkeren naar nieuwe gebieden, leggen ze zich toe op het vervaardigen van werktuigen en gaan ze meer selectief jagen.

Opvallend is dat iemand het werktuig na enige tijd bijwerkt: één van de uiteindes is omgevormd tot ‘schrabhoofd’. Zo kan het werktuig bijvoorbeeld gebruikt worden om huiden schoon te schrabben of schrapen.

Fig. I6 Laat-Paleolithicum_Close_8Bits

Reconstructie van een kampement uit het finaal paleolithicum in Maldegem

Wanneer er een microscoop wordt opgezet, geeft dit werktuig nog meer geheimen prijs. Microscopisch onderzoek op de gebruikssporen wijst uit dat het werktuig met lederen banden gemonteerd is in een heft uit been of gewei. En dat het werktuig effectief voor het bewerken van huiden gebruikt wordt. Daarop wijst onder andere een achtergebleven gebruiksglans.

De tand des tijds

Een groot deel van het oppervlak van het werktuig is zwaar beschadigd door vorst. Dit wijst erop dat het stuk tenminste tijdens een erg koude fase, lees: een ijstijd, op of aan de oppervlakte heeft gelegen. Maar lang zal dit niet geduurd hebben: de randen van het werktuig zijn namelijk niet afgerond of verweerd.

paleo

Reconstructie van het landschap uit de oude steentijd. In plaats van de huidige kustlijn, strekt een zandvlakte zich uit naar het noorden en het westen.

De mensen die het werktuig gebruiken hier in de Brugse regio, leven in een totaal ander landschap dan dat we het nu kennen. In die periode staat de zeespiegel 120 meter lager dan vandaag. De Noordzee ligt grotendeels droog en de kustlijn bevindt zich veel verder noord- en westwaarts. Rond Brugge ontstaat een boomloos, open landschap met een beperkte vegetatie. Een gure omgeving waarin een verre voorouder ooit met dit mes de vangst van de jacht bewerkt heeft.

Fig. I2

De toendra in het hoge noorden, vergelijkbaar met het landschap hier tijdens het midden van de oude steentijd (foto Vilda, Y. Adams)

Meer weten?

Dit vuurstenen werktuig wordt bewaard in de depots van Raakvlak.

Bieke Hillewaert, Yann Hollevoet en Marc Ryckaert (red.), Op het raakvlak van twee landschappen. De vroegste geschiedenis van Brugge, Brugge, 2011.

Meer objecten en verhalen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *