Het mirakelbeeld van Ver-Assebroek

Amper 15 cm hoog, niet bijzonder mooi, afgesleten, beschadigd en amateuristisch hersteld met lijm en gips. Toch trekt het Onze-Lieve-Vrouwebeeldje van Ver-Assebroek al eeuwenlang een grote stroom bedevaarders van ver buiten de parochiegrenzen aan. Die aantrekkingskracht ontleent het aan de vele mirakels, die aan het beeld worden toegeschreven.

B_OB_Fonds Stalpaert map 19 nr 05

Maria opgevist

De geschiedenis van het Onze-Lieve-Vrouwebeeld van Ver-Assebroek is verbonden met een legende uit 1680. In die tijd drijven de Noordelijke Nederlanden per schip handel met Azië. Wanneer op een dag een schip terugkeert uit Oost-Indië, merken protestantse matrozen dat hun katholieke collega Balthasar Lannoy stiekem een Mariabeeld vereert. Zij lachen hem uit en gooien het beeldje overboord. Tot hun verbazing blijft het beeldje drijven en het schip volgen. De bemanningsleden denken aan toverij en een verbond met de duivel en willen ook Balthasar in zee gooien. De kapitein komt echter tussenbeide en laat scheepsjongen Abraham Zut het Mariabeeldje opvissen. Die laatste houdt het beeldje verborgen.

Wanneer het schip is aangekomen in Dokkum (Friesland), schenkt Abraham het aan Jacob De Mets, een katholiek die hij kent. Het mirakelverhaal van het Mariabeeldje doet de ronde en al gauw groeit het huis van De Mets uit tot een bedevaartsoord. Het protestantse stadsbestuur van Dokkum vindt dit maar niks en wil het beeld in beslag nemen. Jacobus is hen echter voor en stuurt het Mariabeeld naar zijn zus Cornelia, een begijn in Diksmuide. De geestelijke leidsman van de begijnen daar is pastoor Pieter Verhaeghe. Wanneer Cornelia in 1719 sterft, erft hij het wonderbare Mariabeeld. Een jaar later schenkt Verhaeghe het aan de parochiekerk van Ver-Assebroek, waar hij benoemd is als pastoor.

MUS100917_16 (Small)

Maria onder dak

Al gauw stromen de bedevaarders toe, aangemoedigd door Paus Innocentius XIII (1721-1724), die aflaten schenkt aan al wie naar Assebroek op bedevaart trekt. Met een aflaat krijgt de gelovige een kwijtschelding van tijdelijke straffen voor zonden, die zijn opgebiecht en waarvoor berouw is getoond. Deze straffen zijn vastgelegd in boeteboeken en gaan van een zekere tijd vasten, aalmoezen geven, op bedevaart trekken tot het betalen van een bepaalde geldsom.

MUS100917_18 (Small)

Bulle ivm de aflaten voor wie op bedevaart trekt naar Ver-Assebroek

Nieuwe mirakels wakkeren de devotie van de gelovigen voor het Mariabeeld aan. Verlamden en kreupelen kunnen opeens terug bewegen, blinden kunnen weer zien en ongeneeslijk zieken genezen toch. In 1735 verschijnt het boekje ‘Kort Verhael van het Marber Maria-beeldt’ dat maar liefst achttien wonderbaarlijke genezingen beschrijft. Het boek staat op naam van Jan Pieter van Balberge, pastoor van de Sint-Walburgakerk in Brugge. Maar het is duidelijk dat pastoor Verhaeghe erachter zit en een groot deel van de teksten zelf heeft geschreven. Verhaeghe is ook zelf rechtstreeks betrokken bij de meeste mirakels. Hij neemt verklaringen onder ede van getuigen af en stelt aktes op. Toch hoedt Verhaeghe zich ervoor om het woord ‘mirakels’ in de mond te nemen, want enkel een bisschop kan die erkennen. In 1724 sticht de ijverige pastoor een broederschap ‘onder de titel ende beschermenisse van de Onbevlekte Maghet ende Moeder Godts Maria’.

dia FS Ver Assebroek 16 (Small)

Bedevaartvaantje Ver-Assebroek

Het Mariabeeld legt de parochie van Ver-Assebroek geen windeieren. Met de offeranden van de bedevaarders laat Verhaeghe een pastorie bouwen en een nieuw altaar oprichten. Eveneens dankzij giften kan het Mariabeeld in 1803 in een verguld schrijn worden geplaatst en met edelstenen versierd. Gelovigen tooien het mirakelbeeld met kronen, kettingen en een scepter in edele metalen, versierd met edelstenen. De zilveren bloementuilen en -kransen die het beeld omringen, zijn gemaakt uit gesmolten ex-voto’s (dank- en geloftegeschenken van bedevaarders).

In 1746 breidt men het bestaande kerkje uit en draagt het op aan Onze-Lieve-Vrouw-Onbevlekte-Ontvangenis. Bisschop Hendrik Van Susteren (1716-1742) vergroot nog de aantrekkingskracht van het bedevaartsoord door een jaarlijkse noveen in te stellen. Deze negendaagse vereringen lokken veel volk naar de kerk in Ver-Assebroek. In 1887-1890 wordt de kerk verlengd en voorzien van twee neogotische zijbeuken. Fraaie gebrandschilderde ramen (1896) herinneren aan de wonderbaarlijke geschiedenis van het Mariabeeld.

B_OB_Fonds Stalpaert map 19 nr 03 (Small)

Coll. Fonds Stalpaert, Openbare Bibliotheek Brugge

Maria vereerd

Al in de 13de eeuw liggen op het grondgebied van Assebroek twee kloosters met een belangrijke Mariadevotie: Onze-Lieve-Vrouw van Odegem in het Sint-Trudoklooster (de vrouwelijke tak van de Brugse Eekhoutabdij) en Onze-Lieve-Vrouw van Engelendale bij de dominicanessen in het Engelendalenklooster. Beide kloosters worden tijdens de godsdiensttroebelen op het einde van de 16de eeuw verwoest. De kloosterzusters vluchten en nemen hun intrek in de veilige Brugse binnenstad.

Waar later de Onze-Lieve Vrouwekerk komt, richten de heren van Assebroek op het einde van de 12de eeuw een kapel op, toegewijd aan Maria-Magdalena. Op het einde van de 16de eeuw gaat ook dit gebouw verloren door het oorlogsgeweld. In 1633 verrijst een nieuw kerkje, toegewijd aan Maria-Magdalena en Onze-Lieve-Vrouw.

In de 17de eeuw scheert de populariteit van Maria ongekend hoge toppen. Overal duiken miraculeuze Mariabeelden op en worden Maria-broederschappen opgericht. Dit is een reactie op het protestantisme, dat de Mariaverering en het geloof in mirakels verricht door heiligenbeelden, bestempelt als bijgeloof. Tijdens de contrareformatie brengt de katholieke Kerk de Mariacultus tot grote bloei. De vele Mariabeelden aan gevels en op straathoeken moeten het katholieke karakter van de stad benadrukken. Brugge dankt daaraan haar titel ‘Mariastad’.

Ook mirakels blijken een efficiënt wapen tegen het protestantisme. Zij moeten aantonen dat God aan de zijde van de katholieken staat. Tegelijk kunnen valse mirakels de geloofwaardigheid van de Kerk ondergraven. Vandaar dat het Concilie van Trente (1545-1563) stipuleert dat enkel bisschoppen mirakels kunnen erkennen. Vandaar ook de inspanningen van pastoor Pieter Verhaeghe om de authenticiteit van de wonderbaarlijke genezingen, die worden toegeschreven aan het mirakelbeeld van Ver-Assebroek, te staven met getuigenissen onder ede.

Bedevaart Ver-Assebroek (Small)

Bedevaart naar Ver-Assebroek, foto: Jelle Vermeersch

Grote massamanifestaties ter ere van Maria zoals bedevaarten, processies en ziekendagen behoren vandaag tot het verleden. Maar het geloof in Onze-Lieve-Vrouw blijft voor vele mensen wel een individuele drijfveer. Ook vandaag behoudt het Mariabeeld in de kerk van Ver-Assebroek haar aantrekkingskracht.  Voor vele gelovigen blijft ze een steun en toeverlaat. Ook in de zoektocht naar hedendaagse vormen van spiritualiteit wordt deze Maria gezocht en gevonden.

straatnaambord van het Pastoor Verhaegheplein

Foto: Stadsfotografen Brugge, Jan Termont

Meer objecten en verhalen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *