Georges Rodenbachs ‘Bruges-la-Morte’

Brugge: dode of levende stad? Precies 125 jaar geleden wakkert een roman de discussie over deze vraag aan.

In 1892 verschijnt in Parijs de roman Bruges-la-Morte van Georges Rodenbach, eerst als feuilleton in de krant Le Figaro en vervolgens als boek. Het werk kent een groot succes. Alleen al in het Frans rollen vele tienduizenden exemplaren van de persen. Het boek wordt ook in vele talen vertaald, waaronder het Duits, het Engels en het Russisch. Een onverwacht gevolg van dat succes is de wereldwijde verspreiding van het imago van Brugge als dode stad. Een imago dat in Brugge zelf niet door iedereen gesmaakt wordt, maar dat wel tot op vandaag voortleeft.

portret Rodenbach (Small)

Ingekleefde postkaart met portret van Georges Rodenbach in de eerste uitgave van Bruges-la-Morte, coll. Gruuthusemuseum Brugge

De auteur

Georges Rodenbach wordt op 16 juli 1855 in Doornik geboren. Enkele maanden na zijn geboorte verhuist het gezin naar Gent. Georges volgt er middelbaar onderwijs en studeert er rechten. Hij begint een loopbaan als advocaat, eerst in Gent, later in Brussel. Daarnaast is hij actief als dichter en journalist.

rodenbach in Begijnhof detail_SAB

In het midden op het bankje in het Brugse Begijnhof: Georges Rodenbach, die aantekeningen maakt voor zijn éénakter Le Voile, over de begijn Gudula, 1893, coll. Stadsarchief Brugge

Maar de advocatuur bevalt hem niet. Begin 1888 zegt hij de rechtswereld vaarwel en vestigt zich als schrijver in Parijs. Daar wordt hij correspondent voor diverse kranten en tijdschriften. Tegelijk is hij erg productief als dichter, romanschrijver en toneelauteur. Hij floreert in de Parijse culturele middens en raakt er bevriend met heel wat bekende schrijvers en schilders. Hij woont ruim tien jaar in de Lichtstad, tot hij op kerstavond 1898 op 43-jarige leeftijd overlijdt aan een blindedarmontsteking.

Het verhaal

Cloches nombreuses et jamais lassées tandis que, dans ses rechutes de tristesse, il s’était remis à sortir au crépuscule, à errer au hasard le long des quais. (…) Ah! ces cloches de Bruges ininterrompues, ce grand office des morts sans répit psalmodié dans l’air! Comme il en venait un dégoût de la vie, le sens clair de la vanité de tout et l’avertissement de la mort en chemin… G. Rodenbach, Bruges-la-Morte, blz. 121

Bruges-la-Morte (geschreven in Parijs) vertelt over Hugues Viane, die na de vroegtijdige dood van zijn vrouw in Brugge komt wonen. Zijn huis aan de Rozenhoedkaai is gevuld met objecten die aan de overledene herinneren: portretten, kleren, juwelen, meubels. De bijzonderste ‘relikwie’ is een lange, amberkleurige haarstreng die in de salon in een glazen schrijn tentoongesteld is.

Elke dag onderneemt de ontroostbare Hugues doelloze dwaaltochten door de stad. Tot hij op een dag een jonge vrouw kruist die het perfecte evenbeeld van zijn overleden vrouw lijkt. Hij ontdekt dat zij Jane Scott heet en danseres is. Hij zoekt haar op en na korte tijd worden zij minnaars. Voor Hugues is het alsof hij opnieuw samen is met zijn vrouw.

0000_GRO1232-GRO1233_II_uitsnit (Small)

Fernand Khnopff, Secret-reflet (detail), 1902, coll. Groeningemuseum Brugge, (c) Lukas – Art in Flanders vzw, foto: Hugo Maertens/Musea Brugge

De illusie duurt echter niet lang. De fysieke gelijkenis tussen beide vrouwen blijkt dan toch niet perfect. En bovenal: innerlijk gelijkt Jane helemaal niet op de overledene. Dit leidt tot spanningen, die een hoogtepunt bereiken op Heilig Bloeddag. Jane is die dag op bezoek in het huis aan de Rozenhoedkaai. Daar ontdekt ze de haarstreng en gaat er uitdagend mee rondzwaaien. Deze ‘heiligschennis’ doet bij Hugues de stoppen doorslaan: hij wurgt Jane met de haarstreng.

De stad

Les villes surtout ont ainsi une personnalité, un esprit autonome, un caractère presque extériorisé qui correspond à la joie, à l’amour nouveau, au renoncement, au veuvage. Toute cité est un état d’âme, et d’y séjourner à peine, cet état d’âme se communique, se propage à nous en un fluide qui s’inocule et qu’on incorpore avec la nuance de l’air. G. Rodenbach, Bruges-la-Morte, blz. 120.

Bijzonder aan het boek – en de titel laat dit ook al vermoeden – is dat het eigenlijke hoofdpersonage niet zozeer Hugues Viane is, maar wel de stad Brugge zelf. In het avertissement bij het begin van de roman wijst de auteur daar ook uitdrukkelijk op. De stad wordt opgevoerd als een bijna menselijk personage, dat de gevoelens en de handelingen van de andere personages beïnvloedt.

Dat is zeker het geval voor de wisselwerking tussen Hugues en de stad. De desolaatheid van de verlaten straten en pleinen, de grijsheid van de oude gebouwen, de somber dreigende kerktorens, het donkere water van de reien, de vergane glorie van de eens welvarende stad, het obsederende gegalm van doodsklokken, de mist en regen van de herfstige dagen – kortom, de dode stad: zij past volmaakt bij zijn onmetelijke verdriet. En wanneer hij zijn verdriet, en dus ook de stad die innig bij dat verdriet past, ontrouw is door zijn affaire met Jane, is de slechte afloop die uitmondt in de dood misschien wel een stille weerwraak van diezelfde stad.

Foto’s als bewijs?

Om dit hoofdpersonage ook zichtbaar te maken voor de lezer, voegt Rodenbach (wellicht op aanraden van zijn vriend, de kunstenaar Fernand Khnopff) foto’s met stadsgezichten van Brugge toe aan de eerste editie van zijn boek. Hiervoor put hij uit de beeldenvoorraad van twee grote Parijse fotoagentschappen. Onderzoek heeft uitgewezen dat opzettelijk gekozen is voor foto’s zonder personen op. In sommige gevallen zijn figuren zelfs weggeretoucheerd. De voorkeur is ook uitgegaan naar opnames met een lange belichtingstijd, waarop de rimpelingen van het water uitgevlakt zijn tot een roerloze spiegel. Op schijnbaar objectieve wijze – wat is er eerlijker dan een foto? – komt zo de dode en verlaten stad in beeld.

Weerklank

Het boek is een onmiddellijk succes. Het bevestigt niet alleen voorgoed de reputatie van Georges Rodenbach als schrijver. Het vestigt ook de aandacht van de wereld op Brugge. Na lezing van de roman willen heel wat mensen die mysterieuze dode stad met eigen ogen gaan bekijken. Onder hen ook kunstenaars als Henri Le Sidaner of Alexandre Hannotiau, die het dode Brugge daarna in hun werken afbeelden. Ook in latere jaren inspireert de roman kunstenaars. Zo componeert Erich Wolfgang Korngold in 1920 zijn opera Die tote Stadt op een libretto naar Bruges-La-Morte. Het boek is meermaals verfilmd, onder meer door Roland Verhavert (Brugge die Stille, 1981) en Kevin D’heedene (Georges Rodenbachs Bruges-la-Morte, 2014).

1979_GRO0008_I_160 (Small)

Henri Le Sidaner, Le quai, 1898, coll. Groeningemuseum Brugge (1979.GRO0008.I), foto: Stadsfotografen Brugge

Alleen in Brugge is niet iedereen blij. De katholieken vinden het boek in strijd met de aloude christelijke deugdzaamheid van het Brugse volk. En meer in het algemeen is men niet gediend van het beeld van een dode stad, precies op het ogenblik dat Brugge met de nieuwe haven weer wil aanknopen met de welvaart van weleer. Wanneer er in 1899 sprake is van de oprichting van een Rodenbachmonument in Brugge, is de tegenstand dan ook hevig. De initiatiefnemers moeten hun voorstel intrekken. Het monument zal uiteindelijk in Gent verrijzen.

monument rodenbach Gent_c stad gent de zwarte doos stadsarchief

Georges Minne, Monument voor Georges Rodenbach in het oud begijnhof Sint-Elisabeth (c) Stad Gent, De zwarte doos, Stadsarchief (MA_SCMS_FO_0274)

(…) de toutes parts, comme jadis au temps des splendeurs, comme jadis au temps des agonies, les artistes accourent vers elle, la regardant et l’aimant maintenant à l’heure de la mort jusque dans la terre et dans le cercueil. Dites les belles prières d’art, les beaux cantiques funèbres qu’ils lui dédient! E. Verhaeren, bij A. Hannotiau, Villes Mortes – Bruges. Onze lithographies originales,  1894  

Meer weten?

Zowel Musea Brugge als de Openbare Bibliotheek Brugge bezitten een exemplaar van de eerste uitgave van Bruges-la-Morte. Op 11 juni om 10.30u wordt in de Vriendenzaal van Musea Brugge Kevin D’heedenes film Georges Rodenbachs Bruges-la-Morte (2014) vertoond.

Fernand Bonneure, Marcel Van Houtryve, Karel Puype, Het Stille Brugge. 100 jaar Bruges-la-Morte, Brugge, Stichting Kunstboek, 1992 (met ook de integrale tekst van de roman; bovenstaande citaten komen uit deze uitgave).

In de leeszaal van de Openbare Bibliotheek Brugge staat een kleine opstelling gewijd aan de vertalingen van Bruges-la-Morte. Te bekijken tot 3 juli 2017.

Meer objecten en verhalen

4 gedachten over Georges Rodenbachs ‘Bruges-la-Morte’

  1. Tom Everaerdt schreef:

    Beste, een interessante symbolistische kunstenaar is de half Belgische-Nederlandse Georges de Feure die zich liet inspireren door de roman Bruges-la-Morte voor zijn prentenreeks ‘Bruges mystique et sensuelle’. M.i. toch wel interessant voor Brugge. Mvg Tom Everaerdt

  2. De Nieuwe Beurze schreef:

    The eye of the beholder… ook nu nog leeft onder vele bruggelingen een ‘Bruges-la-morte’

  3. De Nieuwe Beurze schreef:

    (Vervolg) gevoel. Maar alles is perceptie. De ene focust zich op een lege stad, waar de toeristen wegblijven en de auto’s geweerd worden, terwijl de andere vernieuwende initiatieven opzoekt en ondersteunt. Brugge is volgens ons een stad in stroomversnelling, waar de eerste stappen naar een duurzame toekomst reeds werden gezet maar hier en daar nog worden tegengewerkt door conservatieve stromingen.

    1. Tom Everaerdt schreef:

      Tegelijkertijd mogen we ook niet ontkennen waarom Brugge, naast de haven, internationaal vandaag nog meetelt : toerisme! Als 7 miljoen toeristen ons jaarlijks bezoeken dan is dat om hetgeen ons overgeleverd is uit het verleden en dank zij enkele figuren uit de 19e eeuw die Brugge in de aandacht hebben gebracht : James Weale, Georges Rodenbach, Fernand Knoph; e.a. . De uitdaging is om het toerisme te laten meegaan met de trends en de mensen een unieke beleving te bezorgen bij hun bezoek aan Brugge. O.a. modernisering musea – innovatieve technologieën (virtual reality,…) zijn daartoe de aangewezen middelen. De verdere ontwikkeling van de haven is een opportuniteit die daarnaast kan gebeuren en terug aansluit met het verleden (cfr toerisme) waarbij Brugge groot geworden is dankzij het water.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *