De albums over de tentoonstelling ‘Les Primitifs flamands’ (1902)

Brugge en de Vlaamse Primitieven worden vandaag in één adem genoemd. Logisch ook. Schilders als Jan Van Eyck, Hans Memling en Gerard David waren hier actief, en in hun spoor vele voor ons anonieme meesters.

Vandaag lokken hun panelen nog steeds vele duizenden bezoekers naar de Brugse musea en kerken. Denk maar aan de tentoonstelling ‘Jan Van Eyck, de Vlaamse Primitieven en het Zuiden’, een absolute publiekstrekker binnen het programma ‘Brugge Culturele Hoofdstad 2002’. Maar 100 jaar eerder, in 1902, vindt in Brugge al zo’n publiekstrekker plaats, die heel wat teweeg brengt, onder andere op wetenschappelijk vlak. De (terecht) trotse coördinator documenteert alles in drie albums, die de familie nog steeds in bezit heeft.

P1060711 (Medium)

De drie albums over de tentoonstelling ‘Les Primitifs flamands’, 1902, privécollectie

Kanariewedstrijd

In de zomer van 1900 wil men in Brussel een tentoonstelling over de Vlaamse Primitieven laten plaatsvinden. Enkele belangrijke bruikleengevers weigeren echter – bruikleengevers uit… Brugge. Het Brugse stadsbestuur en het Bestuur der Burgerlijke Godshuizen (beheerder van onder andere het Sint-Janshospitaal) vrezen namelijk dat de fragiele schilderijen op paneel schade zullen oplopen tijdens het transport. En dat de toeristen Brugge links zullen laten liggen.

P1060704 (Medium)

(Le) Palais du gouvernement [Provinciaal Hof] devenu le Palais de l’Exposition!

Daarop beslist het organiserend comité om de tentoonstelling in Brugge te houden.  Zowel de gouverneur als het stadsbestuur vinden dit een puik idee. Tot het budget ter sprake komt. Het comité raamt de kosten op 100.000 frank en hoopt op een subsidie van 20.000 frank van de stad. Het antwoord is een koude douche. De stad wil voor 300 frank subsidiëren, ‘zoals voor de kanariewedstrijd ter gelegenheid van de kermis’.

Waarop de gouverneur enkele kunstminnende Bruggelingen bij zich roept. Onder hen Camille Tulpinck en baron Henri Kervyn de Lettenhove.  Die laatste gaat akkoord om een comité op te richten met Tulpinck als secretaris en hijzelf als voorzitter. De tentoonstelling wordt dus als een privé-initiatief op de rails gezet.

P1060705 (Medium)

De eerste bladzijde van het eerste album: ‘Souvenirs par Le Baron H. Kervyn de Lettenhove, président’

Bijna getackeld

Kervyn is doctor in de rechten maar zijn passie voor kunst en geschiedenis kent geen grenzen. Hij verzamelt rondom zich mensen als James Weale, Max Friedländer en Georges Hulin de Loo, de grondleggers van het prille onderzoek naar de Vlaamse Primitieven. Zij doen aan archiefonderzoek, komen tot nieuwe inzichten en toeschrijvingen, doorprikken legendes. Ook met diplomaten en conservatoren legt Kervyn contacten. Belangrijk want in 1901 zitten veel schilderijen van Vlaamse Primitieven nog in ontoegankelijke privéverzamelingen.

P1060703 (Medium)

Henri Kervyn noteert trots dat hij op één dag tijd 22 panelen van Parijse privéverzamelaars in bruikleen weet te krijgen

Door zijn aanpak wint Kervyn het vertrouwen van die verzamelaars. En dat maakt bijvoorbeeld dat de prins von Liechtenstein, zelf één van de grootste verzamelaars, in het Oostenrijkse keizerrijk andere privéverzamelaars over de streep tracht te trekken om werken uit te lenen. Hij wijst hen daarbij op de impact die de Brugse tentoonstelling zal hebben op de verdere studie van de Vlaamse meesters.

Toch kent Kervyn ook problemen. De hardnekkigste duiken in Brugge zelf op, waar zowel de Commissie der Burgerlijke Godshuizen, het stadsbestuur als de kerkbesturen pertinent weigeren om hun panelen uit te lenen. Uiteindelijk kan Kervyn, enkele weken vóór de opening van de expositie, ook hen winnen voor het project.

P1060702 (Medium)

De Parijse firma Chenue voert heel wat transporten voor de tentoonstelling uit

Verlengingen

Op 15 juni 1902 luidt de triomfklok in Brugge: de tentoonstelling ‘Les Primitifs flamands’ opent de deuren in het Provinciaal Hof op de Markt. Meer dan 400 (!) panelen hebben Kervyn en zijn comité weten samen te brengen, waarvan drie kwart uit privécollecties. Bezoekers van de tentoonstelling kunnen hun programma nog aanvullen met andere zaken. In het Gruuthusemuseum is er gelijktijdig een tentoonstelling over toegepaste kunsten uit de 15de-16de eeuw en in de Poortersloge één over de Brugse kunstnijverheid. Verder zijn er ook congressen en beiaardconcerten.

P1060699 (Medium)

Grondplan van de tentoonstelling in het Provinciaal Hof

Na drie verlengingen sluit de tentoonstelling op 5 oktober de deuren. 35.000 bezoekers kochten een kaartje. Een ongelofelijk succes, een verwezenlijking om trots op te zijn. En waarschijnlijk is Henri Kervyn dat ook. Daarvan getuigen de drie albums waarin hij de ontstaansgeschiedenis van de tentoonstelling neerschrijft. De albums zijn opgedragen aan zijn kinderen.

P1060709 (Medium)

Toegangskaartje voor de tentoonstellingen in het Provinciaal Hof en in het Gruuthusemuseum

Plakboek

Doorheen deze albums, ware plakboeken, kunnen we alle stappen en stoomtreinritten volgen die Kervyn zet en maakt. De volgeschreven bladzijden zijn onderbroken met ingekleefde brieven, telegrammen, visitekaartjes van verzamelaars en conservatoren, aantekeningen van Kervyn en postkaarten van schilderijen. Sommige van die postkaarten zijn ondertussen het enige wat ons nog rest van de schilderijen. Sommige panelen sneuvelen immers tijdens WOI. De problemen met Brugge, het zoeken van een locatie, het transport van de schilderijen en de aankleding van de tentoonstellingsruimtes komen ook aan bod in het eerste album van 297 bladzijden.

P1060701 (Medium)

Afbeelding van een paneel dat verloren ging tijdens WOI

Het tweede album, nog lijviger met 381 bladzijden, gaat over de eigenlijke tentoonstelling, de opening door koning Leopold II, het bezoek van kroonprins Albert en kroonprinses Elisabeth, andere prominenten en leerlingen van de academie. We lezen over de veiligheidsmaatregelen (grote kuipen water achter de wanden mocht er brand uitbreken), over de kritiek op de eentalig Franse informatie bij de kunstwerken, over de catalogus die niet op tijd klaar is, de gratis toegang voor Brugse arbeiders en seminaristen, en over een Amerikaanse toeriste die absoluut enkele werken van Memling uit het Sint-Janshospitaal wil kopen. De 48 bladzijden van het derde album bevatten binnen- en buitenlandse persknipsels. Het sluit af met de volgende projecten van Kervyn: zijn strijd voor een volwaardig museum voor schilderkunst (het latere Groeningemuseum) en de oprichting van de Vrienden van de Brugse Musea.

P1060708 (Medium)

Fotoverslag van het bezoek van kroonprins Albert en kroonprinses Elisabeth aan de tentoonstelling in het Gruuthusemuseum

Het mag duidelijk zijn: bladerend door de albums van Henri Kervyn lezen we meer over een initiatief dat zowel het onderzoek naar de Vlaamse Primitieven als het cultuurtoerisme in Brugge een stevige duw in de rug geeft. En waarop de musea en de stad vandaag nog steeds verder bouwen.

GM_25_0071_Albert Elisabeth_SAB_verz G. Michiels_1902

Kroonprinses Elisabeth verlaat het Gruuthusemuseum, coll. Stadsarchief Brugge, verzameling G. Michiels

 

 

Meer weten?

Eva Tahon, Veronique De Boi en Benoit Kervyn de Volkaersbeke, Impact. 1902 Revisited, Tentoonstelling van oude Vlaamsche kunst : Brugge 15 juni tot 15 september 1902, Brugge 2002, ISBN 9789076099415.

 

Meer objecten en verhalen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *