Karolingische munten

Ze zijn piepklein, deze zilveren muntjes geslagen in Brugge in de 9de eeuw en gevonden in Assebroek. Toch vertellen ze ons behoorlijk veel over een stuk Brugse geschiedenis dat tot vandaag nog altijd in mysteriën is gehuld: het ontstaan van de stad.

archeologische vondsten, voor publicatie tentoonstelling 'uit goede bron'

Denarii (diameter 20 mm) uit de periode van Karel de Kale en Karel de Eenvoudige, 9de eeuw, coll. Raakvlak

Gent-Brugge-Gent

Over de vroegste geschiedenis van Brugge valt nog veel te discussiëren. Niet verwonderlijk: het magere bronnenmateriaal zorgt ervoor dat hierover weinig gekend is. De weinige bronnen die voorhanden zijn, vormen het onderwerp van speculatie of interpretatie.

De oudste vermelding van Brugge lezen we in een tekst van de Gentse Sint-Baafsabdij uit 851. Het is de periode dat de Noormannen onze gebieden afschuimen en hun oog laten vallen op de kerkschatten. Bevreesd voor plunderingen, brengt de abdij een deel van haar kostbaarheden naar Brugge. Later stellen de monniken vast dat een gouden kruisbeeld is achtergebleven. Wat ze nauwgezet noteren in een inventaris.

archeologische vondsten, voor publicatie tentoonstelling 'uit goede bron'

Kruis met rondom de legende met de muntplaats: BRUCCIA (Brugge), coll. Raakvkak

Deze vermelding van Brugge zet ons op weg naar haar vroegste geschiedenis. De plaats moet toch al enig belang hebben volgens historicus Marc Ryckaert. De Gentse monniken zouden hun kostbare bezittingen toch niet naar een onbeduidend gehucht sturen?

En zo belanden we bij de Karolingische munten. Zij zijn stille getuigen van een jonge stad in ontwikkeling. De zilveren denieren zijn immers in Brugge zelf geslagen, wat een vorstelijk en prestigieus voorrecht is. Het wijst op het administratieve belang van de muntplaats zelf.

afbeelding 4 (Small)

Het Munthuis (in het roze) en de doorgang via de Muntpoort (in het paars) naar de Geldmuntstraat op de kaart van Marcus Gerards, 1562

Karel en Co

De wetenschappelijke studie van munten ofte numismatiek bestudeert alle aspecten van geld (dus ook munten) en aanverwanten (zoals penningen, muntstempels en gewichten…). De numismaten laten de voor- en keerzijde van de munten spreken en identificeren opdrachtgevers, makers, plaats en periode.

Op de voorkant van deze zilveren munten staat het monogram van de naam ‘Karolus’. Het verwijst naar de heerser die de munten slaat. Daarrond staat de legende ‘Gratia Dei Rex’ (Bij De Gratie Gods). Met deze formule maakt de vorst duidelijk bij de gratie van God te regeren. Op de achterkant van de munten staat een kruis met errond als legende de naam van de plaats van de muntslag: ‘BRVCCIA’. Brugge dus.

afbeelding 5

Het Munthuis op een gravure van Sanderus, 1641

Dit type munt en het monogram van de naam zijn toe te wijzen aan de Karolingische vorsten, die aan de macht zijn in de periode na Karel de Grote, die regeert van 768 tot 814. Na de Romeinse periode zwijgen de bronnen voor ruim vijf eeuwen over Brugge. Het is de tijd waarin de Franken zich vestigen in onze gebieden en na een periode van assimilatie stilaan het bestuur overnemen van de Romeinen. Het Frankische vorstenhuis van de Merovingers structureert het rijk in pagi of gouwen. Een koninklijk ambtenaar, de comes of graaf, vertegenwoordigt het centrale gezag. Een van die gouwen is Vlaanderen. Het is helemaal niet zeker of Brugge er dan, in de 8ste eeuw, al de hoofdplaats van is.

Die rol wordt pas duidelijk in de loop van de 9de eeuw. Onze gebieden kreunen onder de aanvallen van de Noormannen. Ook Brugge, want door hevige stormvloeden is de stad via getijdengeulen een makkelijke prooi. Met hun platte vaartuigen kunnen de Noormannen zonder al te veel problemen landinwaarts varen. Het zijn Karel de Grote en zijn zoon Lodewijk de Vrome, die op verschillende plaatsen burchten bouwen voor hun verdedigingsgarnizoenen. Brugge is er daar één van. Ergens in de eerste helft van de 9de eeuw verschijnt op de plaats die nu nog altijd ‘Burg’ heet een eenvoudige constructie  van aarden wallen, grachten en palen.

afbeelding 6 (Small)

Het stergewelf van de Muntpoort, de laatste restant van het Munthuis

Geleidelijk groeit Brugge uit tot een machtscentrum. De munten uit deze periode bevestigen dit. Het recht om munten te slaan is aan de vorst voorbehouden. Sinds Karel de Grote een eenvormig rekenmuntstelsel invoert op basis van de zilveren denarius, slaan ook zijn opvolgers Karel de Kale (840 tot 877) en Karel de Eenvoudige (893/98 tot 923) munten in Brugge. De aanwezigheid van de grafelijke muntslag in de hoofdplaatsen van de pagi, in de handelscentra en de havens in bijzonder, bevestigen de opgang van Brugge als belangrijke stedelijke nederzetting.

Muntschat

Afhankelijk van de sterkte van het centraal gezag, gaat het muntrecht in de volgende eeuwen ook over op andere personen dan de vorst. Op die manier krijgt ook de Graaf van Vlaanderen het recht om munten te slaan, iets wat hij nooit meer zal opgeven. De centrale rol die Brugge vervolgens speelt, is ook duidelijk door haar monetaire functie. Op verschillende momenten zal de stad, samen met andere belangrijke steden (zoals onder andere Gent en Ieper), een munthuis huisvesten.

Deze geschiedenis kan je afleiden uit de straat- en plaatsnamen: Geldmuntstraat, Muntplein en Muntpoort. Over de eerste muntateliers is nog bijzonder weinig geweten. Vast staat dat Brugge al sinds het begin van de 11de eeuw zo’n atelier heeft. Hoe het Munthuis er écht uitziet weten we vooral door de kaart van Marcus Gerards uit 1562 en de gravure van Sanderus uit 1641. Op beide zie je het Munthuis in de Geldmuntstraat als onderdeel van het Prinsenhof, de tijdelijke residentie van de Bourgondische hertogen in de stad. Het gebouw zou in 1429 herbouwd zijn ter vervanging van een mogelijk eerste Munthof in de huidige en naburige Ontvangersstraat uit 1303.

In 1563 breidt het complex uit. Vandaag blijft daar alleen de Muntpoort van over, die uitkomt op het Muntplein, tot stand gekomen in 1884 na een gedeeltelijke sloop van het Munthuis. Boven de poort zat een renaissancereliëf uit 1563 dat onder meer de muntslagers voorstelt. Vermoedelijk werd het gebeeldhouwd door Joost Aerts, naar een ontwerp van Marcus Gerards. Vandaag bevindt dit reliëf zich niet meer boven de poort, maar is het ingemetseld in een kamer van het Gruuthusemuseum.

afbeelding 9

De in 2004 ontdekte muntschat met kronen uit de periode van Maria-Theresia en Jozef II

De omgeving van het Prinsenhof en het Munthuis kent dus een rijke geschiedenis. Een die we kunnen afsluiten met de ontdekking van een merkwaardige schat. Tijdens een archeologische opgraving in 2004 komen in totaal 578 kronen uit de periode van Maria-Theresia (1740-1780) en Jozef II (1780-1789) aan het licht. De geldschat spreekt tot de verbeelding. Bijna alle munten zijn puntgaaf, nauwelijks in omloop geweest. Het geld is dus doelbewust verborgen en bewaard. Bovendien vinden archeologen dit muntdepot vlakbij het Brugse muntatelier. Wie de schat begraven heeft en waarom: dat blijft gissen. Zeker is dat de Oostenrijkse periode de doodsteek betekent voor de muntslag in Brugge. In 1755 sluit het muntatelier de deuren. De muntproductie wordt definitief in Brussel gecentraliseerd.

Meer weten?

Bieke Hillewaert e.a. (red.), Het Prinsenhof in Brugge, Brugge, 2007

E. Van Cauwenberghe en L. Verachten, Muntateliers in Vlaanderen (begin 11de eeuw-1785), in: Walter Prevenier en Beatrijs Augustyn (eds.), De gewestelijke en lokale overheidsinstellingen in Vlaanderen tot 1795, Brussel, 1997, p. 202-214.

Bieke Hillewaert, Yann Hollevoet & Marc Ryckaert (red.), Op het raakvlak van twee landschappen. De vroegste geschiedenis van Brugge, Brugge, 2011.

E. Schutyser (red.), De muntomloop in Vlaanderen, Oostkamp, 2002.

Marc Ryckaert, André Vandewalle e.a., Brugge, de geschiedenis van een Europese stad, Tielt, 1999.

Meer objecten en verhalen

2 gedachten over Karolingische munten

  1. Hallo
    Mijn naam is Martin van den Bosch.
    Woon in de provincie Groningen van Nederland.
    Ben de gelukkige vinder van een kleine Vikingschat .
    Gevonden in 2014.
    De schat bestaat uit 2 zilveren muntfibulas en een romeinse munt.
    De ene fibula is met een Dirham Ummayyaden.
    De andere helaas niet compleet
    , met een munt van Karel de Kale / Lodewijk de Vrome.
    De ene kant een kruis en de andere zijde voorzien van de tekst.
    HARISH CIVITAS /LUDOVICUS

    Zie voor afbeeldingen op mijn website.

    Nu is mijn vraag of u er ook meer informatie over zou weten ?
    Het zou een imitatie zijn .

    Gaarne zie ik uw reactie tegemoet.

    Mvg
    Martin

    1. Musea Brugge schreef:

      Dag Martin, ik speel je vraag door aan onze archeologische collega’s. Je krijgt dus nog verder bericht!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *