Huisje in de zon van Joseph Willaert

Een eigen plek, een huisje in de zon, en altijd iemand in de buurt die van me houden kon… Wat heeft deze vrije adaptatie van de hit van René Froger met de geschiedenis van Brugge te maken? Niets, behalve dat we zo een brugje kunnen maken naar de eerder banale titel van een werk van Joseph Willaert: ‘Huisje in de zon’. Soms is het sterker dan onszelf…

Dit toch eerder monumentale werk is een vijf meter lang schilderij dat de voorgevel van een huis weergeeft, een fermetje zeg maar. Maar het is ook een installatie, want voor de geschilderde panelen liggen beschilderde betontegels op de grond. Het werk dateert van 1968 en maakt deel uit van de collectie van het Groeningemuseum (1974.GRO0032.I). Het is een aanwinst na de derde Triënnale voor Plastische Kunst in België in 1974.

Bryggium en Triënnale

De eerste Triënnale wordt georganiseerd in 1968, maar heeft al een voorloper met Bryggium in 1966. De Triënnales voor hedendaagse kunst en architectuur van 2015 en 2018 slaan een brug naar de vroegere Triënnales voor actuele kunst die in 1968, 1971 en 1974 op enige controverse mogen rekenen. In tegenstelling tot de huidige edities die in de openbare ruimte van de Brugse binnenstad plaatsvinden, zijn die vroegere Triënnales binnententoonstellingen waarvoor je moet betalen. De eerste twee vinden plaats in de stadshallen, de derde in de nu net afgebroken Beurshal.

Triënnale 1, Binnenzicht in de stadshallen

Zicht op de tentoonstellingszaal van Triënnale 1, 1968

De appreciatie voor hedendaagse kunst is in de jaren 60-70 in Brugge (en daarbuiten) soms ver te zoeken. En de kunstenaars zelf schuwen bovendien de controverse niet. Toch heeft Brugge, hoe hard het ook blijft vasthouden aan haar middeleeuwse imago, ook altijd een hedendaagse kunstscène gehad, met voortrekkers als Jaak Fontier, Gaby Gyselen en een schepen als Fernand Traen. Zij delen met een handvol anderen de overtuiging dat oude en nieuwe kunst elk een eigen waarde hebben en allebei hun toonplekken moeten krijgen. De Triënnales moeten een hefboom worden voor een museum voor actuele kunst, zoals Karel Geirlandt er toen een in Gent samenstelde. Het resultaat daarvan is het S.M.A.K.. In Brugge is dat museum er nooit gekomen.

TRIE1 met mosselpot van Broodthaers

Zicht op de tentoonstellingszaal van Triënnale 2, 1971 met vooraan de iconische ‘Mosselpot’ van Marcel Broodthaers

Vanaf de eerste Triënnale is Willy Van den Bussche, als conservator bij de provincie West-Vlaanderen, lid van het uitvoerend comité. Dankzij hem en Diensthoofd voor Cultuur Gaby Gyselen komt er wel een provinciale collectie van actuele kunst. Via de driejaarlijkse tentoonstelling wordt die telkens uitgebreid met nieuw werk. De collectie vindt echter geen plaats in Brugge. Na een tussenstop in Ieper komt ze terecht in de voormalige COO-warenhuisgebouwen in de Romestraat in Oostende. De fundamenten voor het P.M.M.K., nu Mu.Zee,  zijn dus eigenlijk voor een groot gedeelte tijdens de Brugse Triënnales gelegd, met een samenwerking tussen de stad Brugge en de provincie West-Vlaanderen. Lezers die de oude catalogi in hun boekenkast hebben staan en af en toe naar Oostende afzakken, herkennen in de permanente opstelling zeker een aantal werken van Raveel, Verduyn en anderen.

 

TRIE3 Mahieu reclamezuil rondpunt BETERE VERSIE.jpg

Informatiezuilen op de rondepunten in Brugge behoorden in 1974 al tot de communicatiemix!

Maar ook de verzameling van het Groeningemuseum maakt een inhaalmanoeuvre richting 20ste eeuw. Ook hier zijn de Triënnales een bron van inspiratie. Met de aanstelling van conservator Dirk De Vos in het Groeningemuseum komt ook expertise over en interesse voor actuele kunst binnen. De Vos maakt deel uit van de selectiecomités van de tweede en derde Triënnale.

Vlaamse pop art

Maar terug naar Joseph Willaert en zijn ‘Huisje in de zon’. Het werk straalt een zekere naïviteit uit, geïnspireerd op de pop art maar dan met een Vlaamse landelijke invalshoek. Voor de catalogus van de derde Triënnale van 1974 worden alle kunstenaars gevraagd een eigen statement te schrijven over hun werk. Willaert schrijft een aandoenlijke brief waarin hij zijn burgerlijke staat beschrijft en zijn jongste ekspositie (sic). Over zijn werk wil hij eigenlijk niets kwijt.

“Men vraagt me wat te schrijven over mijn werk. Maar de mededeling van mijn kunst is een geheimpje en ik zal het ook nooit verklappen. Ten andere het zou u niet helpen. U moet het zelf ontdekken. Het plezier zal ook veel groter zijn wanneer u het zelf zult gevonden hebben.”

Twee jaar later maakt Willaert (1936-2014) deel uit van de Belgische selectie voor de Biënnale van Venetië. Misschien kent u hem ook van de beschilderde muurbogen van het Brusselse metrostation Clemenceau.

Witte zwanen, zwarte zwanen, Brugse zwanen

raveel

Het Groeningemuseum bezit ook een vroeg werk van Roger Raveel, dat tijdens de voorloper van de Triënnales, Bryggium, in 1966 te zien was: ‘Man op de rug gezien’ (1952). De Bryggiumwerken blijven na de tentoonstelling in depot, om uiteindelijk een keuze te maken voor aankoop. Pas twee jaar later beslist het stadsbestuur om tot aankoop over te gaan. Na lang aandringen op enig nieuws van Raveel…

Roger Raveel is trouwens de enige kunstenaar die zowel deelneemt aan de Triënnales als aan Bryggium. Tijdens zijn derde passage, op de tweede Triënnale, is hij de enige die een werk in de openbare ruimte wil zetten. Zijn Brugse Zwanen worden een vaudeville van formaat. De dobberende kunstwerken worden tot driemaal toe geplaatst en verwijderd. Het stadsbestuur is woest: het werk drukt hen met de neus op de sterk vervuilde Reie. En Raveel, die is geamuseerd en ontstemd tegelijk. Hij kan de ingreep in zijn artistieke installatie niet appreciëren en beweert dat hij zich absoluut niet van de vervuiling bewust was. Laat staan dat hij met zijn werk een statement wou maken. Enkele jaren later zijn de Reien wel gesaneerd en mag men tijdelijk zwemmen in de Reie.

Raveel en Willaert zijn niet de enige kunstenaars die na de Triënnales hun weg vinden naar de Groeningecollectie. Ook schilderijen van Gilbert Swimberghe, tekeningen van Dan van Severen, werk van Raoul Dekeyser en Marcel Maeyer krijgen er een plaats.

26135022870_d78abb76d8_o (1) (Small)

‘Huisje in de zon’ in de tentoonstelling ‘Allesbehalve Alledaags’ in het Groeningemuseum (2016)

Liquid City

Morgen gaat de Pre-Triënnale 2017 van start, de aanloop naar de Triënnale van 2018. De kunstenaars van de jaren 60-70 bewogen zich in een wereld in transitie: van de vrijheid blijheid, flower power en de wetenschapsvooruitgang uit de jaren ’60 naar de Vietnam- en oliecrisis van de vroege jaren ’70. De media drukten hen met de neus op de wereld en zijn problemen. De schaalvergroting die de informatiestroom toen te verwerken kreeg, is niet meer gestopt. En ook niet meer bij te houden. Geen wonder dat sommige sociologen, met Zygmunt Bauman als een van de meest toonaangevende, een pessimistische kijk op de samenleving beschrijven. De globalisering is niet alleen liquid boeiend en bruisend, maar vooral ook beangstigend. De cirkel is bijna rond. Van het wegvluchten van onder de kerktoren, de wijde wereld in is de slinger teruggekeerd naar meer lokaal, knus en gezellig met vrienden en familie bij elkaar. En opnieuw een beetje wantrouwig tegenover de onbekende andere. Als thema van Triënnale Brugge 2018 is Liquid City is dan ook helemaal actueel. Het aftellen is begonnen!

Meer weten?

Bryggium, Catalogus, Brugge, 1966.

Eerste Triënnale voor Plastische Kunst in België, Brugge, 1968.

Tweede Triënnale, Brugge, 1971.

Triënnale 3. Informatieve tentoonstelling van hedendaagse kunst in België, Brugge, 1974.

De Pre-Triënnale 2017 gaat van start op 1 juli. Het URB EGG-café is dit jaar te vinden in het park tussen het station en de Boeveriepoort. Er is een uitgebreid cultureel en culinair programma uitgewerkt voor de hele zomer. Bij gunstig weer komt er ook een performance van de visionaire kunstenaar en architect Tomás Saraceno (AR).

 

 

Meer objecten en verhalen

1 gedacht over Huisje in de zon van Joseph Willaert

  1. Geert defurne schreef:

    Zeer interessant artikel over de vroegere triënnales in Brugge. Mooi dat even teruggegrepen wordt naar die periode. Het gekozen werk van Willaert is nog steeds even fris.
    .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *