‘Pestis Brugana’ van Thomas Montanus

Tussen 1349 en 1669 teistert de zwarte dood (de pest) Brugge met de regelmaat van de klok. De stad is hiermee geen uitzondering. Heel Europa en alle lagen van de bevolking worden regelmatig gegeseld door deze dodelijke ziekte. Oorzaken en oplossingen zoekt men in de meest uiteenlopende richtingen. In Brugge formuleert onder andere Thomas Montanus in 1669 zijn bevindingen in het boek ‘Pestis Brugana’ (‘Over de Brugse pest’).

Devotie

In de 16de eeuw ligt de frequentie van opstoten van de pest in Brugge bijzonder hoog. Voor 29 jaren, verspreid over de hele eeuw, zijn vermeldingen van de pest terug te vinden. De bevolking zoekt heil en genezing van deze ziekte in de godsdienst. Met een devotionele levenshouding, waarbij onder andere specifieke heiligen vereerd worden, probeert men het onheil te bezweren. In de 16de en de 17de eeuw zijn Sebastiaan, Carolus Borromeus, Rochus, Antonius abt, Adrianus en Franciscus-Xaverius populaire pestheiligen. Montanus draagt zijn boek overigens op aan die laatste. De pestepidemieën uit die periode doen ook de verering van de Eucharistie gevoelig toenemen.

Franciscus Xaverius_EHC_011_uitsnit

Franciscus Xaverius uit: Cornelius Hazart, Kerckelycke historie vande gheheele wereldt, 1668, coll. Erfgoedbibliotheek H. Conscience Antwerpen

Drie redenen hebben mij ervan overtuigd dit werk van mijn nachten aan Uwe heilige naam op te dragen. Ten eerste omdat ik gezien heb dat U ons in onze tijd door God aangeboden werd als geestelijke en hemelse geneesheer, nu eens tegen de pest, dan weer tegen andere ziekten. Ten tweede, wat buitengewoon is, omdat ik deze bescherming ervaren heb toen de besmetting in 1666 in onze Brugse stad woedde. Ten derde omdat, waar meerdere andere heiligen als beschermers optraden tegen de epidemische plaag, ik U erkend heb als speciale en uitgelezen Patroon tegen zulke ramp in deze stad. Thomas Montanus, Pestis Brugana, 1669

Geneeskunde

Maar ondertussen wordt ook op andere terreinen initiatief genomen. Vanaf het einde van de 15e eeuw neemt de Brugse stadsmagistraat een toenemend aantal concrete maatregelen tegen de pest. Het zuiveren van grachten en waterputten, het afmaken van zwerfhonden, het merken van besmette huizen en de instelling van quarantaine voor besmette personen en hun verzorgers zijn daar enkele voorbeelden van, net zoals de aanstelling in 1563 van een ambtenaar die de besmette huizen moet registreren.

E1.3.a Stadsordonnantie pest 1625 (Small)

Stadsordonnantie in verband met de pest, 1625

In de 16e eeuw wordt de strijd tegen infectieziekten en vooral epidemieën beter georganiseerd. Als de pest toeslaat, stelt men chirurgijns aan als ‘rode meesters’. Hun taak: preventie en diagnose van de pest, behandeling van pestlijders, maar ook het stellen van de lepradiagnose bij wie van melaatsheid wordt verdacht. De pestchirurgijns krijgen een goed loon met aanvulling in natura: gratis huisvesting, kleding, een paard plus voeder en één man of vrouw als dienstpersoneel. Zij bezoeken de gesignaleerde besmette huizen en stellen de ziekte officieel vast. Zij moeten de pestlijders bewegen tot een verhuis naar de pesthuizen en na het ‘einde’ van de ziekte het betreffende woonhuis zuiver verklaren. In tegenstelling tot de medici doen de chirurgijns/rode meesters dus effectief aan ziektebehandeling (pestbuilen insnijden of openmaken met een gloeiend ijzer of hete was) en verspreiden ze de medicatie.

madonna met peststok sint salvator brugge (Small)

Madonna met peststok, Sint-Salvatorskathedraal Brugge

Geneesheren

Twee Brugse geneesheren, Jan Pelsers (? – 1581), meester-chirurgijn en verschillende keren tot rode meester aangesteld en Thomas Montanus (1617-1685) hebben hun pestervaringen gepubliceerd. Pelsers waarschuwt in zijn boek over de pest tegen ‘quack-zalvers en reeuwers die schrobbers ofte boeven zijn’, die er niets van weten en de ziekte vooral helpen verspreiden. Volgens hem was de oorzaak van de pest een venijnige damp die in de lucht ontstaat door verrotting van vuile grachten en drekputten.

Thomas Montanus, ofte Thomas Vandenberghe, wordt in 1656 benoemd tot geneesheer-pensionaris van de Stad Brugge en het Sint-Janshospitaal en in 1659 van het Brugse Vrije. Hij speelt een voorname rol bij de organisatie van de medische beroepsuitoefening te Brugge en is de drijvende kracht bij de oprichting van de medische sociëteit Sint-Lucas. Volgens Montanus is het plaatsen van de anus van een levende kip op de pestbuil een efficiënte behandelingsmethode. Hij raakt zelf door de pest besmet maar overleeft.

pesthuisje karmelieten brugge (Small)

Het pesthuisje van de karmelieten, Brugge

Overigens verleent ook de religieuze wereld steun op medisch-praktisch vlak. Tijdens de hevige epidemie van 1631 en 1632 bieden de ongeschoeide karmelieten hulp aan de pestlijders. Daarbij laten negen paters het leven. Van 17 april 1666 tot 29 januari 1667 noteert broeder Pieter Van den Driessche, meester van het Sint-Juliaanshospitaal, per dag en per huis het verloop van de besmetting en de daaraan verbonden kosten en inkomsten. Hij is door de stedelijke ‘Camere van Gesontheyt’ aangesteld als administratief hoofd van de pestbestrijding.

Patiënten

De overheid neemt dus heel wat initiatieven om de pest te bestrijden. Hoewel levensnoodzakelijk, trachten heel wat mensen de maatregelen toch te omzeilen. De angst om in huis te worden opgesloten met een stervend of dood familielid, zet velen ertoe aan om de zieke of stervende verborgen te houden. En niemand wil zijn of haar bezittingen vernietigd zien, dus tracht men de schijn van gezondheid op te houden. Zo hebben angst en hebzucht dus een negatieve invloed op de voorzorgs- en bestrijdingsmaatregelen.

MUS100825_01 pestschilderij 1666 (Small)

Anoniem, Heilige Drievuldigheid met heiligen (Pestschilderij), 1666, in 1866 gerestaureerd door Petrus Maes, (c) Lukas Art in Flanders vzw, foto: Hugo Maertens

In de loop van de 17e eeuw slaat de pest minder hevig toe. In Brugge verdwijnt de ziekte kort na de epidemie van 1666 uit het straatbeeld. In het resolutieboek van de Stad Brugge staat op 10 juli 1669  – het jaar waarin de dodelijke ziekte voor de laatste maal opflakkert en het jaar van verschijnen van Montanus’ boek – te lezen dat er nog pestlijders naar de pesthuizen worden gestuurd. In de tijdsspanne van slechts één decennium, tussen 1669 en 1678, verdwijnt de ziekte niet alleen in Brugge maar ook in andere steden van de Zuidelijke en Noordelijke Nederlanden en Engeland. Het waarom van deze gelijktijdige verdwijning van de pest in Noordwest-Europa blijft onopgehelderd. Klimatologische veranderingen, biologische factoren, een verminderde virulentie van de pestbacil of een verbeterde levenshygiëne zijn mogelijke oorzaken.

Meer lezen?

Het citaat van Montanus komt uit de Latijns-Nederlandse uitgave  Thomas Montanus, Pestis Brugana (Montanus tijdingen 2008), Brugge, 2008.

J. Boelaert, Zes eeuwen infectie in Brugge 1200-1800, Leuven, 2011.

J. Boelaert (eindred.), Van chirurgijns tot pestheiligen. Ziek zijn in Brugge in de 16de en 17de eeuw, Museumbulletin 3 (2011), Vrienden van de Stedelijke Musea Brugge, Brugge.

W. Naphy en A. Spicer, De pest. De zwarte dood in Europa, Amsterdam, 2007.

G. Van Reyn (red.), De pest te Leuven. De Kapucijnen en de zorg voor de mens, Leuven, 2016.

Meer objecten en verhalen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *