De Lamentatie van Zeger van Male

‘Och beminden leser, hoort hier een drouvich beclach vander groote declinatie der Brugsche Stede, die Zeghere van Male int leven sagh, oudt lxxxvii jaeren, Godt gheve hem vrede.’

omslag_uitgelicht

Kopie van de Lamentatie van Zeger van Male, 1ste helft 17de eeuw, coll. Stadsarchief Brugge, Fonds Zeger van Male, Hs. 15, foto: Inge Geysen

Met deze woorden begint Zeger van Male zijn beschrijving van de deerniswekkende toestand van de stad Brugge in de tweede helft van de 16de eeuw. Hij schrijft zijn werk in 1590-1591 op zijn 87ste en noemt het een ‘lamentatie’. Het is dus geen dagboek, waarin dagelijks vanuit een persoonlijke invalshoek zaken worden neergepend. Het is ook geen kroniek, waarin de geschiedenis van de stad neergeschreven staat. Het is een tekst bestemd om door een publiek gelezen te worden, die de verdediging van de verarmde stad opneemt. De tekst roept personen die verantwoordelijkheid (kunnen) dragen op om zich in te zetten voor het verbeteren van de situatie, tot nut van ‘t algemeen.

Ick spreke Ulieder eerweerdelick toe, ter correctie met een goet simpel ende ghetrauwe herte, beminnende dat ghemeente.

2017_GRO0015_I_BL (Small)2

Pieter Pourbus, Epitaafschilderij Zeger van Male, 1578, Brugge Sint-Jakobskerk, foto: Dominique Provost

Troebele tijden

De tekst start met een beschrijving van Brugge tijdens de Geuzentijd en de installatie van een calvinistisch bestuur (1578-1584). Het is een woelige tijd, waarbij de Bruggelingen en de bewoners van het omringende platteland heel wat te lijden hebben. De Beeldenstorm, de opstand tegen het centrale, katholieke Spaanse gezag die uitmondt in een Calvinistische Republiek, en daarna de herovering door de Spanjaarden hebben nefaste gevolgen voor de leefomstandigheden en de economie. Nadat de Spaanse koning in 1584 zijn macht hersteld heeft, blijven in de Zwinstreek rebelse troepen rondzwerven. Met hun plundertochten maken zij het heropleven van de handel onmogelijk.

2017_GRO0015_I_BL_detail

Zeger van Male, zijn twee echtgenotes en enkele kinderen. Detail uit: Pieter Pourbus, Epitaafschilderij Zeger van Male, 1578, Brugge Sint-Jakobskerk, foto: Dominique Provost

Zeger beschrijft deze schrijnende toestand op doordringende wijze. Hij besteedt nogal wat aandacht aan de gevolgen voor de kloosters en kerken binnen en buiten de stad. Zij ondergaan de verwoestingen van de andersgezinden. Hij neemt ook de economische situatie onder de loep. Die is verre van rooskleurig. De moeilijke toegang tot waterwegen, de buitenlandse handelaars die de stad verlaten, de ambachtslui (en dan vooral de textielsector) die mindere kwaliteit afleveren…: dit alles zorgt ervoor dat Brugge en haar inwoners in de loop van de 16de eeuw in een deplorabele toestand terecht komen. Voor Zeger is het dan ook duidelijk: de bestuurders van de stad moeten hun verantwoordelijkheid opnemen en tot de actie overgaan om de situatie van de Bruggelingen te verbeteren. De stad verdient daarbij de steun van het centrale gezag, omdat ze zich weer aan de Spaanse koning onderworpen heeft.

Het is een scherp sweirt dat een honghere baest. O, bijden hongher ende dierste, soo is een Stadt aldermeest ghecastijdt. Men telt van maeger eten alle onse rebben. Hoe mach nu eenen rentier ende schaemelen man tot Brugghe met llll ofte v kijnderen, met cleender winnijnghe, [leven:] die sijn noch levende doot.

Hier en daar valt Zeger wel eens in herhaling – laten we dat wijten aan het literaire genre en aan de leeftijd van de auteur, zoals hij zelf ook zegt. Maar zijn tekst levert ons interessante gegevens op. Er is bijvoorbeeld een prijslijst van levensmiddelen voor de jaren 1584-1586 opgenomen. De tekst bevat verder heel wat details over ambachten en kooplui in de stad, hun taakverdeling en het aantal werkkrachten. Daarbij gaat Zeger onder andere in op de productie en verkoop van bocranen, de stof die hij zelf verhandelt.

lijst

Een fragment uit de lijst levensmiddelen, waarin o.a. ‘spenagie’ (1ste regel), ‘caroten’ (3de regel) en ‘Dixmuijtsche boter’ (4de regel) vermeld worden, coll. Stadsarchief Brugge, Fonds Zeger van Male, Hs. 15, foto: Inge Geysen

Een lichtend voorbeeld

Zeger van Male ondervindt de troebele periode aan den lijve. Hij is een gegoede burger maar in 1578 moet hij verhuizen naar een kleinere woning en net als zijn medeburgers moet hij verplicht leningen aan de stadsregering betalen. De terugbetaling van twee leningen laat daarbij op zich wachten. Maar toch is het deze stadsregering die Zeger ter hulp komt. In 1593 wordt immers beslist om hem maandelijks een bedrag toe te kennen tot het einde van zijn dagen, omwille van zijn hoge leeftijd, zijn krappe financiële toestand en in ruil voor het kwijtschelden van de niet terugbetaalde leningen. Dergelijke toekenning is uitzonderlijk. Het is duidelijk dat men Zegers verdiensten waardeert.

PWV.0303.0456_detail (Medium)

Grafplaat van Zeger van Male, Brugge Sint-Jakobskerk

Ende dese vreetheijt ende onghenadicheijt [= het opleggen van leningen] hebben sijlieden vier ifte vijf reijsen geuseert, daerof dat de Stede van Brugghe mi noch twee partijen schuldich es (van) lxxv keijsers guldens. Dewelcke ick nu grootelicx van doene heb omme huijs te houden, dat kent Godt.

Wanneer Zeger zijn stadsgenoten oproept hun verantwoordelijkheid te nemen in functie van de gemeenschap, zijn dat inderdaad geen loze woorden. Zeger zelf neemt meermaals bestuursfuncties op in de ambachten, wordt meerdere keren schepen en treedt op als voorzitter van de armenkamer en als gouverneur van de Elisabethschool en de Bogardenschool voor arme meisjes en jongens. Wat de Bogardenschool betreft, zet Zeger in 1565 een leidraad op papier voor toekomstige gouverneurs over hoe de school moet worden beheerd en wat er moet veranderen.

bogarden1

Aanhef van Zegers geschrift over de Bogardenschool, coll. Stadsarchief Brugge, Hs. 82, foto: Inge Geysen

Hij neemt ook enkele keren een functie op binnen de Sint-Jakobskerk, zijn parochiekerk. Het is daar dat hij in 1601 begraven wordt. Vandaag vindt men er nog altijd zijn grafplaat terug en een schilderij van Pieter Pourbus, bestemd om boven zijn graf te hangen. Op dit schilderij staan Zeger en zijn twee echtgenotes afgebeeld, samen met de zestien kinderen die uit de twee huwelijken geboren worden.

Een lamentatie en een liedboek

Het originele handschrift van Zegers Lamentatie is niet bewaard gebleven maar er zijn meerdere kopieën waarvan twee in Brugge. In het Stadsarchief bewaart men een kopie uit de eerste helft van de 17de eeuw. De Openbare Bibliotheek bewaart een kopie uit de 18de eeuw.

Zegherevanmale_wiki

Verluchte bladzijde uit het Liedboek van Zeger van Male, coll. Bibliothèque Municipale Cambrai, MSS 125-128, foto: Wikipedia

Wel in origineel bewaard is zijn werk over de Bogardenschool, dat ook in het Brugse Stadsarchief berust. En in een heel andere hoek, vinden we zijn hand terug in een liedboek, waarin Zeger in 1542 zelf de tekst en muziek noteert van 229 te zingen composities. Dit verluchte handschrift omvat 1200 pagina’s en geeft ons vandaag een staalkaart van de wereldlijke en religieuze muziek uit de eerste helft van de 16de eeuw, met nogal wat lokaal repertoire. Laten we hopen dat Zeger op zijn oude dag, bij het doorbladeren van zijn liedboek, toch kon denken: ”t Es nog al nie naar de wuppe’.

Meer lezen?

A. Dewitte en A. Viaene (ed.), De lamentatie van Zeghere van Male. Brugge na de opstand tegen Spanje 1590, Brugge, 1977. Alle bovenstaande citaten komen uit deze uitgave.

A. Schoutteet (ed.), Een beschrijving van de Bogardenschool te Brugge omstreeks 1555 door Zeger van Male, Brugge, 1960.

L. Van Biervliet, Aantekeningen over Charles Carton en de Vlaemsche Bibliophielen, in: Biekorf, jg. 86 (1986), blz. 380-394. Charles Carton verzorgde de eerste volledige uitgave van de Lamentatie in 1859.

Pourbus’ epitaafschilderij is op dit ogenblik niet te zien in de Sint-Jakobskerk. Vanaf 13 oktober maakt het deel uit van de tentoonstelling ‘Pieter Pourbus en de vergeten meesters’ in het Groeningemuseum.

Meer objecten en verhalen

1 gedacht over De Lamentatie van Zeger van Male

  1. […] jaar nadat hij de kaart van Brugge heeft afgewerkt, doen de godsdiensttroebelen in onze contreien de protestant Marcus Gerards naar Engeland vluchten. Of is hij Brugge spuugzat […]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *