Guillelmo de Brouwer en zijn gezin

Van 1719 tot 1728 varen schepen van Oostende naar China om zich te bevoorraden met thee, zijde, porselein en specerijen. Maar liefst 42% van de totale thee-import in West-Europa verloopt in die periode via Oostende. Een groot deel van die Chinese koopwaar wordt overgebracht naar de pakhuizen van Brugge en daar geveild. In deze internationaal gekleurde wereld van kapiteins, handelaars, financiers en matrozen op zoek naar avontuur en fortuin, is Guillielmo de Brouwer een spilfiguur.

0000.GRO1291.I (Medium)

Anoniem Brugs, Guillelmo de Brouwer en zijn gezin, circa 1750, coll. Groeningemuseum Brugge (inv. 0000.GRO1291.I)

Avontuur

Een schilderij van omstreeks 1750 toont Guillielmo de Brouwer in zijn handelskantoor, omgeven door zijn gezin. Zijn zonen Guillaume-François en Denis-Philippe zijn bijna oud genoeg om zijn zakelijk imperium over te nemen.

Guillielmo heeft dan al een avontuurlijk leven achter de rug. Hij groeit op in het milieu van Oostendse zeelieden. In 1719 vaart hij voor de eerste keer als matroos naar Indië. Hij promoveert tot kapitein voor de Generale Keizerlijke Indische Compagnie (GIC), die van 1722 tot 1734 de Zuid-Nederlandse handel met Afrika, Indië en China monopoliseert. De schepen van de GIC vertrekken vanuit Oostende, maar zijn voor een groot deel gefinancierd met Antwerps kapitaal. De Republiek der Verenigde Nederlanden blokkeert immers al sinds 1585 de doorvaart van schepen naar Antwerpen via de Schelde.

0000.GRO3119.II (2)

J.C. Verbrugge, Drie mannen en theegerei, aquarel uit het ‘Oosters album’, 1756-1800, coll. Prentenkabinet Musea Brugge (0000.GRO3119.19.II)

Theehandel

Van 1724 tot 1727 varen vijftien GIC-schepen, verdeeld over vier expedities, vanuit Oostende naar Indië en China. Vooral in de theehandel bouwt de GIC in korte tijd een sterke positie op. Rond 1725 wordt zelfs iets meer dan de helft van de in Europa geconsumeerde thee via Oostende ingevoerd.

Thee overbrengen doe je niet zomaar: het is een delicaat en kostbaar goed, dat in de beste omstandigheden moet bewaard en vervoerd worden. Guillielmo De Brouwer schrijft in zijn scheepsjournaal hoe hij te werk gaat bij het laden van het schip. De thee is daarbij zijn voornaamste zorg. Het plaatje ziet er als volgt uit:

  • op het tussendek: de groene thee omdat die “tussendeks beter conserveerde als wel in een gesloten ruim”;
  • in het ruim: vier kanonnen en een aantal kogels als ballast en daarbovenop de kisten met porselein om de stabiliteit van het schip te verzekeren. Daarbij komt nog de zwarte thee, die minder veeleisend is wat bewaring betreft;
  • in de kajuiten, de wapenkamer en op de kampanje (het verhoogd achtergedeelte van het schip): drogerijen en specerijen, zoals rabarber, radix china en galanga, zijde en lakwerk.
koopvaarder-doorsnede-model-3382-pix-breed (Small)

Doorsnede van een 17de-eeuws koopvaardijschip van ca. 400 ton, foto by User Musphot on Wikimedia Commons

De Oostendse handelaars verkiezen de pakhuizen aan de Brugse Handelskom voor het opslaan en veilen van thee. Die zijn beter onderhouden en minder blootgesteld aan vocht, ongedierte en storende geuren van vis, pek of andere handelswaar.

Van Oostende naar Kopenhagen

Tijdens zijn twee reizen naar Kanton (China) vergaart Guillielmo de Brouwer al een niet onaardig kapitaal met private theehandel. De Oostendse China-expedities realiseren hoge winstmarges: tot 158%. Daarmee doen ze het veel beter dan de buitenlandse compagnieën. Oostende groeit in korte tijd uit tot een belangrijke koloniale haven. Maar de politiek gooit roet in het eten. Het succes van de GIC is een doorn in het oog van de Britten en de Noord-Nederlanders. Als de Oostenrijkse keizer Karel VI bondgenoten zoekt om zijn troonopvolging veilig te stellen, offert hij de GIC op om de grote maritieme naties gunstig te stemmen. In 1731 ontbindt hij officieel de GIC. De laatste expeditie keert in 1734 naar Oostende terug.

MUS060410_49

P. Ledoulx, Oosters landschap, aquarel uit het ‘Oosters album’, ca. 1749, coll. Prentenkabinet Musea Brugge (0000.GRO3119.49.II)

Guillielmo de Brouwer blijft niet bij de pakken zitten en zet koers naar Kopenhagen. Bij de Deense Aziatische Compagnie versiert hij in de jaren 1730-1738 drie lucratieve aanstellingen als gezagvoerder op Chinaschepen. Hij draagt in belangrijke mate bij tot het succes van deze eerste Deense Kantonexpedities.

Handelshuis in Brugge

Na zijn maritieme loopbaan richt De Brouwer een handelshuis en rederij op in Oostende. Dankzij zijn goede contacten in Kopenhagen en Noorwegen groeit zijn handelshuis uit tot de voornaamste onderneming in onze gewesten voor de Noorse en Deense trafiek. Hij importeert en verkoopt thee uit Kopenhagen en hout, teer, pek en kabeljauw uit Noorwegen.

In 1744 verhuist Guillielmo de Brouwer naar Brugge en breidt hij zijn handelsactiviteiten uit naar Frankrijk en Spanje. In 1755 laat hij de leiding van zijn firma over aan zijn twee oudste zonen. Die richten zich voornamelijk op de handel met de Franse en Spaanse havens. Naast wijn en brandewijn importeren zij ook veel koloniale producten naar Oostende en Brugge, zoals suiker, koffie en tabak.

Le goût chinois

Producten uit de nieuwe wereld, zoals thee, koffie, chocolade, tabak, porselein en zijde bereiken al in de 17de eeuw de Europese markt. Met de rechtstreekse Chinavaart vanuit Oostende raken ook de Brugse adel en bourgeoisie in de ban van het Oosten. Zij drinken thee uit porseleinen kopjes, bewaren kleine exotische voorwerpen in pronkkasten met Chinees lakwerk en decoreren hun huizen met Chinees behang.

Porselein valt niet enkel in de smaak omdat het iets nieuws is. Het is ook simpelweg een beter materiaal om dranken warm te houden dan het steengoed dat men in Europa gebruikt. Porselein is immers een betere isolator. Zelfs met hete thee erin, is een kopje niet te warm om het vast te houden. Porselein is bovendien licht, elegant en gemakkelijk afwasbaar.

Aanvankelijk gebruikt de Europese beau monde Chinese theekannen en –kopjes voor het serveren van alle warme dranken. Pas in de loop van de 18de eeuw ontstaan specifieke vormen en types van kannen en kopjes voor het schenken en drinken van thee, koffie en warme chocolademelk.

De winkel van Mary Anne

De Brugse adel en gegoede burgerij kopen hun verfijnde Oosterse waren in de winkel van Mary Anne van Outryve (1674-1746) in het huis Londen in de Cordoeaniersstraat 17. De faam van dit handelspand reikt zelfs tot buiten de landsgrenzen. In 1745 brengt de Franse koning Lodewijk XV samen met de kroonprins een bezoek aan de winkel van Mary Anne om er verschillende Oosterse waren te kopen. Mary Anne is actief in de klein- en groothandel. Zo koopt zij grote ladingen thee op van de Oostendse Chinavaarders.

Het is opvallend dat in de 18de eeuw een ongehuwde vrouw zo’n internationaal handelsnetwerk weet op te bouwen. Maar de vele namen van vrouwen in haar handelsboekhouding wijzen erop dat vrouwen in mercantiele middens best wel hun mannetje weten te staan.

Meer weten?

Jan Parmentier, Guillielmo de Brouwer (1693-1767). Een schets van een kapitein, handelaar en reder in de 18de eeuw, in: Ostendiana, VI (1993), p. 125-138.

Jan D’hondt (red.), Veelvuldige Chineesche Gezichten. Chinabelangstelling in Brugge in de 18de en 19de eeuw, Brugge, 2006.

Jan Parmentier, Oostende en Co. Het verhaal van de Zuid-Nederlandse Oost-Indiëvaart 1715-1735, Gent, 2002.

Een beetje 18de-eeuwse leefcultuur opsnuiven? Bezoek dan de tentoonstelling ‘Gruuthuse in galant gezelschap. Leefcultuur in 18de-eeuws Brugge’, van 2 september 2017 tot 22 april 2018 in het Arentshuis.

Meer objecten en verhalen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *