‘De ouderdom’ uit de reeks ‘Gombaut en Macée’

Vanaf de 14de eeuw worden in Brugge zeker wandtapijten geweven. In de 17de eeuw staan de Brugse weefateliers bekend om de prachtige producten die ze afleveren. Zowel artistiek als technisch zijn hun tapijten van een hoog niveau. Een absoluut succesnummer in hun aanbod is de reeks ‘Gombaut en Macée’.

XVII.1974.0001 (Small)

‘De ouderdom’ of ‘De wolf’, wandtapijt van wol en zijde, coll. Gruuthusemuseum Brugge (XVII.1974.0001), foto: Dominique Provost

De reeks vertelt het verhaal van het herderspaar Gombaut en Macée. In (vermoedelijk)  negen tapijten en evenveel taferelen zien we de aanvankelijk jonge herders evolueren door het leven, tot aan de dood van Gombaut. Worden uitgebeeld: ‘Het landelijk maal’ (waarvan twee versies bestaan), ‘De vlinderjacht’, ‘Het bollenspel’, ‘De verloving’, ‘De bruiloft’, ‘De dans’, ‘De ouderdom’ of ‘De wolf’ en ‘De dood van Gombaut’. Het Gruuthusemuseum bezit vier tapijten uit deze reeks, namelijk ‘Het landelijk maal’ (in de versie die ook wel als ‘De soep etende vrouw’ wordt aangeduid), ‘De bruiloft’, ‘De dans’ en ‘De ouderdom’. Opvallend zijn de teksten die in de tapijten verwerkt zijn, waarmee ze een beetje stripallures krijgen.

XVII.1974.0001.det02 (Small)

Detail uit ‘De ouderdom’ of ‘De wolf’, coll. Gruuthusemuseum Brugge, foto: Dominique Provost

De valstrik van het huwelijk

‘De ouderdom’ stelt de voorlaatste episode uit het leven van Gombaut en Macée voor. Gombaut is gehuwd met Macée en slijt zijn oude dag; de dood lonkt. Op het tapijt zien we hoe hij in een valkuil sukkelt die opgezet is voor een wolf (vandaar ook de alternatieve benaming ‘De wolf’ voor dit wandtapijt).

De valkuil staat (uiteraard) symbool voor het huwelijk. Een van de teksten op het tapijt is niet mis te verstaan. Macée tracht Gombaut te redden en zegt:

HELAS IL ESTOIT TANT HVPPE
MAIS MARIAGE LHA HAPPE
TELLEMENT QVIL EST PRINS EST (L)AZ

Helaas, hij was zo monter
Maar het huwelijk heeft hem gevat
Zodanig dat hij in de netten is gevangen

XVII.1974.0001.det01 (Small)

Macée snelt Gombaut ter hulp, detail uit: ‘De ouderdom’ of ‘De wolf’, coll. Gruuthusemuseum Brugge, foto: Dominique Provost

De moraal van het verhaal komt boven in de laatste passage, boven de oudere herder die naar het tafereel wijst:

VOYLA COMMENT EN FAISANT
AINSI TOYT PLAISIR FINIRA
LHOMME DEVIENT BIEN VITE VIEVX

MAIS SIL PEVLT MOVRIR HEVREVX
APRES LA MORT LORS AVRVIVRA

Ziedaar, door zo te handelen
Zal alle plezier een einde hebben
De mens wordt zeer snel oud

Maar als hij gelukkig kan sterven
Dan zal hij na de dood verder leven

 

XVII.1974.0001.det06_1

Commentaar van de oude herder, detail uit: ‘De ouderdom’, coll. Gruuthusemuseum Brugge, foto: Dominique Provost

Een andere verwijzing naar de dood die volgt op de ouderdom is te vinden bij de dieren die het tapijt bevolken: op de voorgrond wandelt een steltloper die een paling heeft gevangen.

Pastorale romances

De inspiratie voor deze wandtapijtenreeks ligt ongetwijfeld in de pastorale literatuur, maar de exacte bron is nog niet gevonden. Het herdersleven is een nieuw thema dat opkomt op het einde van de 15de eeuw. Het liefelijke en eenvoudige leven van de herders uit de bucolische poëzie staat in schril contrast met de intriges aan en de ingehouden stijl van het hof. De herders leven onbevangen en dichtbij de natuur. De rijke adel en burgerij daarentegen zijn welgemanierd en in principe altijd met hun status bezig.

Het thema van het herdersleven komt vanaf het einde van de 15de eeuw voor op schilderijen, gravures en uiteraard op wandtapijten. Eerst zijn het vooral verhalen over ridders die op hun tocht een herderinnetje redden, later vertelt men over de herders zelf. De verhalen zitten boordevol erotische toespelingen en dubbelzinnigheden. Ook in de tapijtenreeks ‘Gombaut en Macée’ zijn die terug te vinden.

XVII.1974.0001.det04 (Small)

Een steltloper heeft een paling gevangen, detail uit: ‘De ouderdom’, coll. Gruuthusemuseum Brugge, foto: Dominique Provost

Van cartons en boorden

Om een wandtapijt te maken, heeft een wever een ontwerp nodig. Het carton, het ontwerp op papier op schaal van een wandtapijt, gaat meestal terug op een gravure of tekening. De cartons voor de reeks ‘Gombaut en Macée’ zijn mogelijk gebaseerd op prenten van de Franse graveur Jean Le Clerc (actief tussen 1585-1633). Dit zou verklaren waarom de teksten op de tapijten in het Frans zijn. Zeker is dit echter niet. Jean Le Clerc gaf in Parijs een reeks houtgravures uit met als titel Histoire fort plaisante de la vie pastorale et la fin d’icelle ou les amours de Gombaut et Macée. Een datering geeft de maker niet. Vaak wordt aangenomen dat deze prenten stammen uit 1585-1587. In de collectie van de Bibliothèque nationale de France (BNF) is een exemplaar te vinden met als voorstelling de bruiloft. De gelijkenis met het wandtapijt uit de reeks is treffend.

BNF_debruiloft_JeanLClerc

Wél zit er een groot verschil in de boord. De boord van het wandtapijt heeft millefleurs en wapenschilden in de rand. Maar: de boord van het wandtapijt ‘De ouderdom’ komt wel zeer duidelijk overeen met de prent. In de boord zou dus een bijkomend bewijs kunnen zitten dat Jean Le Clerc als ontwerper van deze reeks aanduidt.

XVII.O.0013

‘De bruiloft’, wandtapijt uit wol en zijde, coll. Gruuthusemuseum Brugge (XVII.O.0013), foto: Dominique Provost

Wat deze boorden nu precies betekenen of voorstellen, daarvoor is nog veel onderzoek nodig. De boorden zijn alleszins een goede indicatie voor de datering van het wandtapijt. De boord van ‘De ouderdom’ heeft duidelijk barokke kenmerken, zoals de saters, de putti en zelfs de vazen.Dit maakt dat het wandtapijt op het einde van de 16de eeuw of aan het begin van de 17de eeuw te dateren is, ook al ziet het centrale tafereel er wat statischer uit.

Zoek de spoel

Nog een element dat helpt bij de datering is het merkteken dat in de rand van het tapijt geweven is. Sinds 2 mei 1547 moeten de wevers hun tapijten merken met het officieel herkenningsteken van de stad, de gotische b. Het is Keizer Karel die hiertoe de aanzet geeft met een edict van 1544. Alle tapijtwevers moeten voortaan in de boord van het wandtapijt hun eigen merkteken én dat van hun stad aanbrengen. Deze keurmerken verzekeren de kwaliteit van de wandtapijten. Zoals steeds gaat het hier over een boeiend verhaal van concurrerende wevers, namaak en schaamteloze kopieën.

XVII.1974.0001 (2)_spoel2

Spoel als merkteken in de boord van ‘De ouderdom’, coll. Gruuthusemuseum Brugge, foto: Dominique Provost

 

Toch verdwijnt de gotische b weer in de late 16de eeuw. Een nieuw merkteken komt in de plaats, de spoel voor hoge schering. Vanaf 1637 komt de gotische b weer terug, samen met de spoel. Ateliermerken zijn zeer zeldzaam en ook stadsmerken komen slechts in een gering aantal gevallen voor. Het edict en de stadsordonnantie worden dus maar sporadisch opgevolgd. Maar wat merken we op in de rechterboord onderaan ‘De ouderdom’? Jawel, een spoel.

Meer weten?

Guy Delmarcel, Het Vlaamse wandtapijt van de 15de tot de 18de eeuw, Brugge, 2000.

Guy Delmarcel en Erik Duverger, Brugge en de tapijtkunst, Brugge, 1987.

Nicole Vanclooster, De wandtapijtreeks Gombaut en Macee: studie van de Brugse uitgaven met verwijzing naar andere centra, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, KULeuven, 1983.

Meer objecten en verhalen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *