De glasramen van het Sint-Lodewijkscollege

In 1972 verhuist het Sint-Lodewijkscollege van de Brugse binnenstad naar de stadsrand. Op de plaats waar het college gedurende 126 jaar letterlijk is gegroeid, staat nu het Zilverpand. Om dit winkel- en appartementencomplex te kunnen bouwen, sneuvelen de gebouwen die door het schoolbestuur aangekocht, ver- en gebouwd zijn. Daaronder de collegekapel in neogotische stijl met kleurrijke glasramen.

afbraak_aankondiging_1973_Georges Manertz (Small)

Aankondiging van de bouw van het Zilverpand, 1973, coll. Stadsarchief Brugge/Beeldbank Brugge, foto: Georges Manertz

Het Sint-Lodewijkscollege is een door en door katholiek instituut: Frans Boussen, eerste bisschop van het heropgerichte bisdom Brugge sticht het als bisschoppelijk college in 1834. Het mag dan ook niet verbazen dat men het hebben van een eigen kapel belangrijk vindt. In 1860 schrijft bisschop Malou nog in een brief dat een kapel hebben belangrijker is dan over een turnzaal beschikken.

Kapel_SAB_20170922133431287_0002

De kapel van het Sint-Lodewijkscollege. Links in beeld de studiezaal. Beide zijn een ontwerp van Joris Helleputte, coll. Stadsarchief Brugge (Archief Sint-Lodewijkscollege, XI n°719)

De opdracht om de kapel te bouwen, wordt gegeven door principaal Alfons De Leyn maar het is zijn opvolger, Henri Rommel, die de inwijding van de kapel op 9 oktober 1884 in goede banen leidt. Het is een begin in stijl van een dag waarop het 50-jarig bestaan van het college wordt gevierd. Of zoals de krant La Patrie het formuleert: ‘Une cérémonie religieuse: la bénédiction de la magnifique chapelle du collège, qui a eu lieu à 9 ½ heures, a servi de prologue à cette mémorable journée’.

Interieur kapel_1944_A Brusselle_BRU001004512 (Small)

Het interieur van de kapel van het Sint-Lodewijkscollege, 1944, coll. Stadsarchief Brugge/Beeldbank Brugge, foto: A. Brusselle

Entretemps, la maison elle-même s’agrandissait et s’embellissait sans cesse: notre chapelle ogivale aux lignes harmonieuses s’acheva, et peu à peu elle fut garnie de splendides vitraux et de meubles dignes d’elle. D. Reynaert, Jubilé du collège St.-Louis à Bruges 1834-1909: rapport présenté à la séance jubilaire, Brugge, 1909, p. 49-51

Gotiek van goede kwaliteit

Ontwerper van de kapel is Joris Helleputte, ingenieur-architect-professor-politicus. Het is oudheidkundige James Weale die De Leyn met de volgende woorden aanraadt met Helleputte in zee te gaan: ‘Vous voulez une église gothique, il vous fera du gothique et du gothique de bon aloi.’ Onder ‘bon aloi’ (goede kwaliteit) mogen we hier verstaan: neogotiek van de Sint-Lucasscholen. Deze scholen promoten een neogotiek gebaseerd op de studie van de middeleeuwse architectuur en vormgeving, ter bescherming en promotie van het katholieke geloof of meer zelfs: de katholieke samenleving. Ze stappen hiermee in het spoor van A.W. Pugin, wiens werk door Thomas Harper King in 1851 in Brugge in het Frans wordt uitgegeven.

Kapel Sint-Lodewijks_1900_FOA07364 (Small)

Het altaar van de kapel van het Sint-Lodewijkscollege, 1900, coll. Stadsarchief Brugge/Beeldbank Brugge

In de traditie van de Sint-Lucasscholen heeft Helleputte ook oog voor de interieurinrichting van de kapel. Het behoort immers tot hun filosofie om een Gesammtkunstwerk te creëren, waarbij met de beste ambachtslui wordt samengewerkt. In de archieven vinden we dan ook ontwerpen van Helleputte terug voor bijvoorbeeld de altaren in de kerk en voor een luster.

De kapel wordt gebouwd dwars op de Zilverstraat. Naast de kapel ligt een speelplaats. Aan de andere kant van de speelplaats mag Helleputte een tweede gebouw optrekken: een studiezaal die de bijnaam ‘de Ark van Noë’ krijgt.

Alfons Watteyne_Zicht op Zilverstraat_1905 1909_BRU001005225 (Small)

De Zilverstraat met zicht op de kapel van het Sint-Lodewijkscollege, 1905-1909, coll. Stadsarchief Brugge/Beeldbank Brugge, foto: Alfons Watteyne

Heiligenparade

In het interieur van een kapel spelen glasramen een belangrijke rol. In Helleputtes ontwerp is ruimte voorzien om glasramen te plaatsen. Het aantal glasramen groeit doorheen de jaren aan. Het zijn schenkingen vanuit verschillende hoeken.

Principaal Rommel laat in 1889 door de Gentse kunstenaar Arthur Verhaeghen een glasraam maken met een voorstelling van de H. Lodewijk van Frankrijk. Het krijgt een plaats boven het hoofdaltaar. Dit lijkt logisch: hij is de patroonheilige van het college. Maar eigenlijk is het een beetje schimmig wie nu eigenlijk de patroonheilige is. De H. Aloïsius van Gonzaga, patroonheilige van de studerende jeugd, eist in dat verband ook zijn plek op. Hij heeft trouwens ook zijn eigen glasraam.

Rommels naam staat ook vermeld bij het glasraam dat Karel de Goede voorstelt en dat rond 1890 een plaats krijgt boven het altaar. Hij bestendigt daarmee de Karel de Goede-verering die al enkele tientallen jaren door het college gestimuleerd wordt, even goed om godsdienstige als om politieke redenen. Al dient gezegd dat de Karel de Goede-verering rond die tijd toch op zijn einde loopt.

Principaal De Leyn, die de opdracht gaf om de kapel te bouwen, krijgt ter zijner nagedachtenis een glasraam met daarop de H. Alphonsius.

P1040135 (Small)

De glasramen van de H. Lodewijk (1) en Karel de Goede (2) zaten boven het hoofdaltaar van de kapel. Het glasraam van de H. Aloïsius (3) werd geschonken ter gelegenheid van de eerste communie van enkele leerlingen, dat van de H. Benedictus (4) door een oud-leraar.

Ook oud-leraars en oud-leerlingen schenken, al dan niet in verenigingsverband, glasramen om de kerk te verfraaien. Johan Ballegeer somt in zijn artikel 32 voorstellingen van heiligen en wapenschilden op. De namen van de schenkers staan telkens in begeleidende Latijnse teksten vermeld.

Aanschouwt die schoone venstrenrij, / Die statig, rijzig, zij aan zij, / Van licht en klaarheid glanzen: / Drie zijn er, die den zonneglim / Zien blinken aan de morgenkim / Der roode hemeltransen; / Drie zijn er, die het zonnevuur, / Des middags, in het blauw azuur / Zien schitteren en vonklen; / Drie zijn er, die de zonnestraal / In ’t westen, voor de laatste maal, / Heur zoeten lach zien monklen. Gedicht voorgedragen bij de inhuldiging van de kapel, Stadsarchief Brugge, archief Sint-Lodewijkcollege, III n° 203

Made in Bruges

Dit geldt echter niet voor de namen van de makers van de glasramen. Op twee glasramen vinden we de naam van de maker terug. Het raam met de H. Lutgardis uit 1892-93 draagt het signatuur van atelier Grossé-De Herde (de Grossé in kwestie is de zoon van goudborduurder Louis Grossé). Op het raam met de H. Guthago uit 1899 staat atelier S. Coucke en zonen vermeld. Enkele zonen van Samuel Coucke, schoonbroer van Louis Grossé trouwens, volgen les aan Sint-Lodewijk.

Alfons Watteyne_Louis Grossé en familie_1895_BRU001006533 (Small)

Louis Grossé en zijn familie, 1895, coll. Stadsarchief Brugge/Beeldbank Brugge, foto: Alfons Watteyne

Verder weten we uit archiefdocumenten van het atelier Jules Dobbelaere dat zij in 1900 vijf ramen voor de kapel van het Sint-Lodewijkscollege maken met voorstellingen van de H. Leonardus Vech, de H. Martinus, de H. Johannes van Waasten, de H. Tylo en de Moeder van Smarten. Schilder-glazenier Henri Dobbelaere, vader van Jules, was overigens één van de eerste leerlingen van het college. In de jaren 1890 staat Dobbelaere ook vermeld met drie glasramen in een archiefdocument van het college. In datzelfde documenten noteert men voor mei 1893: ‘Grossé (3 verrières)’.

Al deze makers werken, inclusief de reeds vernoemde Gentenaar Verhaeghen, in neogotische stijl. Hun ontwerpen sluiten dus perfect aan bij de architectuur van de kapel en, even belangrijk, bij de filosofie die op dat ogenblik het college beheerst.

Een nieuwe bestemming

Wanneer het college in 1972 naar zijn nieuwe gebouwen net buiten de stadsrand trekt, beslist men om enkele bouwfragmenten uit te breken en mee te nemen ‘om de ziel van het college mee te dragen naar het nieuwe pied-à-terre’. Daarbij behoren de glasramen uit de kapel.

Vandaag breidt het college verder uit. In 2018 start men met een nieuwbouw. De gerestaureerde glasramen zullen daar een plaats krijgen.

IMG_3021 (Small)

Deze vier lindebomen in het Zilverpand herinneren vandaag nog aan het Sint-Lodewijkscollege

Meer weten?

Jozef Geldhof, 150 jaar Sint-Lodewijkscollege te Brugge, Brugge, 1986.

Johan Ballegeer, De ‘monumentale bronnen’ van het Sint-Lodewijkscollegie, in: Haec Olim, 1970, p. 111-125.

Jozef Vindevoghel, De glazeniers van het Sint-Lodewijkscollege, hun brandglasramen en de milde schenkers van deze brandglasramen, in: Haec Olim, 2009, p. 32-34.

Noël Geirnaert, Inventaris van het archief van het Sint-Lodewijkscollege bewaard in het stadsarchief te Brugge, in: Haec Olim, 1995. N° 203 bevat documenten over de bouw en de stoffering van de kapel.

Krista Maes (red.), Joris Helleputte. Architect en politicus 1852-1925. Deel II Oeuvrecatalogus, Artes 1, Leuven, 1998, p. 44-49.

Jozef Geldhof, Karel de Goede, patroonheilige van de anti-liberale strijd te Brugge 1877-1884, in: Biekorf, jg. 77, p. 167-182.

Met dank aan Claude Anthierens, Cultuurbibliotheek Sint-Lodewijkscollege.

Meer objecten en verhalen

2 gedachten over De glasramen van het Sint-Lodewijkscollege

  1. Verstraete schreef:

    Ik durf te hopen dat deze reeks, dus niet alleen deze over mijn oud-college retorica 1951, zullen worden uitgegeven onder boekvorm. Ik ben de eerste koper. Als ik nog mag blijven leven….
    Luc Verstraete
    Jan Van Eyckplein 7
    8000 Brugge

    1. Bruggemuseum schreef:

      Dank voor uw reactie, we denken er zeker over na! En andere geïnteresseerden mogen zich ook altijd melden…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *