Grafschilderkunst

Allerheiligen en Allerzielen naderen. Onze manier om overledenen te begraven verschilt erg van die in de middeleeuwen. In die tijd, meer bepaald in de 13de en de 14de eeuw, ontwikkelt zich in Brugge een heel specifieke wijze om graven te versieren. Een aantal prachtige voorbeelden is vandaag nog te zien in de Onze-Lieve-Vrouwekerk.

Trend

Rond 1270 ontstaat in Brugge de gewoonte om bakstenen grafkelders aan de binnenkant te beschilderen. Deze versieringswijze verspreidt zich verder, vooral in het bisdom Doornik maar soms ook daarbuiten. Er lijkt een verband te bestaan tussen het ontstaan, de verspreiding en de thematiek van de schilderingen en de opkomst van de bedelorden, vooral dan van de Minderbroeders.

graven onder graven_c Sarah Bauwens (Small)

De praalgraven in de O.L.V.-kerk met eronder de beschilderde bakstenen graven, foto: Musea Brugge / Sarah Bauwens

Tijdens archeologische opgravingen in de O.L.V.-kerk in 1979 (aanleiding is de terugplaatsing van de graven van Karel de Stoute en Maria van Bourgondië in het hoogkoor), komen enkele van dergelijke beschilderde graven letterlijk aan het licht. Archeologen vinden ze in het hoogkoor. Drie ervan blijven op hun oorspronkelijke plaats; je kan ze vandaag bekijken doorheen een glasplaat tussen de praalgraven en het altaar. Drie andere graven staan nu bovengronds opgesteld in de Lanchalskapel.

Dat de graven in het hoogkoor zijn teruggevonden, mag niet verwonderen. De Kerk en de kloosterorden stimuleren in de middeleeuwen het begraven in kerk, crypte of kloosterpand. De motivatie is niet enkel religieus. De financiële opbrengst is ook mooi meegenomen…

Tussen moeder en zoon

Van twee graven in het hoogkoor is geweten wie erin begraven lag. Deze doden werden gevonden met een loden plaatje onder hun hoofd met daarop hun naam, functie en sterfdatum.

Grafbeschildering Onze-Lieve-Vrouwekerk (OLV)

Engel met wierookvat en voor hem de geknielde Petrus Calf, Brugge O.L.V.-kerk

Het oudste graf is van Petrus Calf, proost van de O.L.V.-kerk, overleden in 1295. De wanden van het graf zijn prachtig versierd. Op de lange zijden staan engelen die wierookvaten en wierookscheepjes in de hand houden. Ze worden vergezeld door de heilige Andreas en de heilige Petrus. Op de korte zijde zien we een gekruisigde Christus, met Maria en Johannes aan de voet van het kruis. Op de andere korte zijde, die afgebroken is, moet een tronende Maria te zien geweest zijn. Opzij van haar knielt een priester, waarschijnlijk Petrus Calf. En zo geeft dit graf ons het oudste portret van een Bruggeling.

In een ander graf rustte Nikolaas van der Steene, ook een proost van de O.L.V.-kerk, overleden in 1339. Zijn graf is intact gebleven. Op de korte zijden staan gelijkaardige afbeeldingen als in het graf van Petrus Calf. Op de ene lange wand treedt de heilige Andreas met bisschopsstaf aan, op de andere de heilige Jacobus de Meerdere, met boek, pelgrimsstaf en sint-jakobsschelp.

Grafbeschildering Onze-Lieve-Vrouwekerk (OLV)

De heilige Jacobus de Meerdere, op de wand van het graf van Nikolaas van der Steene, Brugge O.L.V.-kerk

Tussen engelen en heiligen

Met de beschrijving van deze twee graven is meteen ook het hele iconografische plaatje van de grafschilderkunst duidelijk. Op de korte zijden zijn steeds Christus enerzijds en Maria anderzijds terug te vinden. Christus wordt niet triomferend afgebeeld, maar stervend of dood aan het kruis. Hier speelt duidelijk de invloed van de Franciscanen. Maria is moeder, met het kindje Jezus in haar armen, én koningin, met kroon en scepter en soms gezeten op een troon. Zij bemiddelt voor de overledene bij haar zoon.

Grafbeschildering Onze-Lieve-Vrouwekerk (OLV)

Tronende Maria met Kind op de wand van het graf van Nikolaas van der Steene, Brugge O.L.V.-kerk

Op de lange zijden staan meestal engelen, die met een wierookvat zwaaien in de richting van de gekruisigde Christus en van Maria. Soms dragen ze ook andere dingen mee zoals muziekinstrumenten, kaarsen of de passiewerktuigen. Ook heiligen duiken op, meestal de patroonheilige van de overledene of van de kerk waar het graf zich bevindt. Dat ook de overledene zelf wordt afgebeeld, is zeldzaam. Maar bij Petrus Calf gebeurt dit dus.

Doorheen dit alles strooien de grafschilders kleinere versieringen zoals bloempjes, sterren, stippen, vogels en druiventrossen. Soms zijn er ook architectuurelementen en wapenschilden terug te vinden.

Techniek

Het aanbrengen van deze schilderingen moet snel gebeuren. In de middeleeuwen begraaft men de dode op de dag van overlijden of daags nadien. Bovendien vereist ook de techniek een snelle hand. De schildering komt immers op een verse kalklaag die slechts één dag vochtig blijft en waarop de verf zich moet vasthechten.

In het begin van de 15de eeuw is de grafschilderkunst over zijn hoogtepunt heen. Het aantal figuren vermindert; ze worden vaak vervangen door kruisversieringen. Of men schildert, veel minder kleurrijk dan vroeger, de naam van de overledene, zijn wapenschild of lijfspreuk op de grafwand. Wat ook een rol gespeeld kan hebben: de graven worden in die periode minder diep. Er is dus minder oppervlakte om te beschilderen.

Grafbeschildering Onze-Lieve-Vrouwekerk (OLV)

Opgekleefde tekening van een tronende Maria in een graf uit 1400-1425, opgesteld in de Lanchalskapel, Brugge O.L.V.-kerk

Of willen de grafschilders vooral sneller en makkelijker werken en hun rug sparen? Feit is dat ze rond 1400 een nieuw procedé aanwenden: in plaats van te schilderen, plakken ze tekeningen en heel soms houtgravures tegen de grafwand. In de O.L.V.-kerk staat een graf waarin beide technieken gecombineerd worden: de kruisen zijn in de pleister geschilderd maar de figuren zijn tekeningen die op de pleister gekleefd zijn. Grafschilderkunst in evolutie.

Meer weten?

Hubert De Witte, De opgraving in het hoogkoor van de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Brugge 1979-1980, in: Hubert De Witte e.a., Maria van Bourgondië. Brugge. Een archeologisch-historisch onderzoek in de Onze-Lieve-Vrouwekerk, Brugge, 1982, p. 31-138.

Hubert De Witte, Schilderen voor het hiernamaals. Grafschilderkunst in het Brugse in de late middeleeuwen, in: Sophie Balace en Alexandra De Poorter, Tussen Hemel en Hel. Sterven in de middeleeuwen, 600-1600, Antwerpen, 2010, p. 162-171.

W.P. Dezutter, Grafschilderingen. Iconografie en religieuze spiritualiteit, in: Ibidem, p. 179-204.

W.P. Dezutter, De beschilderde grafkelder van Proost Petrus Calf. Brugge 1295, in: Biekorf, jg. 79 (1979), p. 43-47.

Meer objecten en verhalen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *