De Brugse moef

Een Belg wordt geboren met een baksteen in de maag, luidt het. Als deze baksteen een Brugse moef is, zal die zwaar op de maag liggen. Dit type baksteen is namelijk bijzonder volumineus.

Potten en stenen

Nog voor bakstenen in gebruik komen, is er al gebakken bouwmateriaal terug te vinden. Het oudst zijn de kogelpotten uit het koepelgewelf van de Sint-Donaaskerk, uit de tweede helft van de 10de eeuw. De kerk is nu verdwenen maar bij opgravingen zijn (vermoedelijke) resten van de kogelpotten teruggevonden. Deze potten zijn een soort omgekeerd geplaatste, aaneengesloten vazen die het gewicht van het gewelf verspreiden en verminderen. Galbert van Brugge vermeldt ze in 1127 in zijn dagboek.

Begijnhof 5 N romaans p (Small)

Romaanse deuromlijsting, Begijnhof, Brugge

Waarschijnlijk wordt in de 12de eeuw al een bescheiden hoeveelheid baksteen geproduceerd. Opmerkelijk is dat deze stenen kleiner zijn dan de oudste moefen en dat ze andere verhoudingen hebben. De vroege bakstenen verdwijnen vermoedelijk aan het begin van de 13de eeuw om plaats te maken voor de Brugse moef.

Natuur of gebakken?

In Brugge begint men al vrij vroeg te bouwen met baksteen. In de onmiddellijke omgeving van de stad is immers weinig natuursteen beschikbaar. Natuursteen aanvoeren betekent: moeilijke en dure transporten incalculeren. Dan is het makkelijker en goedkoper om in de onmiddellijke omgeving van de stad baksteen te produceren. Zowel de klei, de grondstof waaruit de steen gebakken wordt, als de turf waarmee de ovens gestookt worden, zijn in de kuststreek aanwezig.

Markt 7 Hallen baksteen (7) (Small)

Belfort, Brugge

Zowel de kloosterorden als de steden in het kustgebied promoten het bouwen met baksteen.  Al vóór 1300 worden in Dudzele en Ramskapelle steenbakkerijen uitgebaat. De bakstenen worden via het water (onder andere) naar Brugge vervoerd. In 1331 beslist de stadsmagistraat om eigen steenovens te bouwen in Ramskapelle. De miljoenen bakstenen die daar uit de ovens komen, gebruikt men voor de bouw van openbare gebouwen, stadsversterkingen, waterputten, bruggen, rioleringen…

Rood en groot

Vanaf de eerste helft van de 13de eeuw komt een groot formaat baksteen, bekend als Brugse moef, in gebruik als bouwmateriaal. Brugse moefen hebben een roodgele kleur, waarbij het rood meestal primeert, al evolueert de kleur doorheen de tijd. Opvallend is dat er een kleine hoeveelheid groen geglazuurde stenen voorkomt, met inwendig een roodgele gevlamde structuur. In de eerste helft van de 13de eeuw komen meer  egaal rode stenen voor. Huis De Rode Steen aan het begin van de Spiegelrei en de middelste ziekenzaal van het Sint-Janshospitaal zijn in deze soort baksteen opgetrokken.

Mariastr 36 (4) (Small)

Sint-Janshospitaal, Brugge

De Brugse moef is een groot formaat baksteen. De moefen uit het begin van de 13de eeuw zijn over het algemeen het grootst: hun lengte gaat van 33 tot 27 cm. In de toren van de Sint-Salvatorskathedraal hebben de oudste moefen een formaat van 33 tot 30,5 cm lang, 15 tot 14 cm breed en 9,2 tot 8 cm hoog. In Lissewege is de abdijschuur van Ter Doest een monumentaal voorbeeld van een bouwwerk opgetrokken uit moefen.

Klein en fijn

In de loop der eeuwen verkleint het formaat van de bakstenen, een algemene tendens in Brugge en daarbuiten. In de tweede helft van de 14de eeuw komen al bakstenen van 21 cm lang voor, in de 15de en de 16de eeuw is 22 tot 20 cm courant. Het kleiner formaat biedt heel wat voordelen: de productie van de stenen gaat sneller, er zijn minder misbaksels, het formaat is handiger en ze zijn beter geschikt voor kleinere gebouwen. En ook voor de producent kan er een voordeel aan vast hangen, wanneer de stenen niet per volume maar per stuk worden verhandeld.

Toch zijn in een aantal gebouwen uit de late middeleeuwen nog grote bakstenen aan te treffen. Het gaat dan meestal om oude stenen die gerecupereerd en herbruikt worden. Voorbeelden van dergelijke recuperatie heb je bij de jongere westgevel van de Begijnhofkerk waar na een brand in de 17de eeuw de kerk ingekort wordt en men de nieuwe gevel optrekt met het materiaal van het afgebroken voorgedeelte.

Poertoren (OMD 2011)

Poertoren, Brugge, foto: Stadsfotografen Brugge, Jan Termont

Enkele eeuwen vroeger levert de stad Brugge voor de bouw van de Poertoren in 1397-1398 naast nieuwe bakstenen ook gerecupereerde grote moefen. Ze zijn vandaag nog te zien in het bovengedeelte van de toren. In een tekst doet de bouwmeester hierover zijn beklag omdat de recuperatiestenen het werken bemoeilijken. Die hebben immers een ongebruikelijk formaat en bovendien zitten bij recuperatiestenen altijd gebroken stenen die zelden uitgesorteerd worden en die het toepassen van een gebruikelijk metselverband onmogelijk maken.

Meer objecten en verhalen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *