Zicht op de stadsomwalling van Brugge

In het rond 1400 samengestelde Gruuthusehandschrift staat een gedicht waarin een kluizenaar een maquette van de stad Brugge aanbiedt aan de hoofdman van het gezelschap De Witte Beer. Op de zeven stadspoorten plaatst hij telkens een letter van de naam van de stad (B.R.U.C.G.H.E). Elke letter verbindt hij met twee begrippen of deugden die hij de stad toedicht. Zo verheft hij Brugge tot een ideale stad: ‘Men soude die werelt duere gaen eer men dies vonde Brucghes ghelijc’.

79K10_047v-048r_uitsnit2

‘Ze hebben zeven poorten gemaakt en op elke poort wil ik een letter plaatsen waarmee ik ‘Brugge’ kan spellen: BRUCGHE’ (fragment uit het Gruuthusehandschrift, vertaling Johan Oosterman en Corrie de Haan, Is Brugge groot? via www.dbnl.nl)

Eerste omwalling

Vandaag is het de Ring die de binnenstad en de rand van elkaar scheidt. We genieten er allemaal wel eens van een stukje file of van een openstaande brug. Tot in de 18de eeuw bepaalt de omwalling de stad in haar eigenheid. Ze scheidt de stad van het platteland en biedt bescherming.

De fysieke scheiding tussen de stad en de toenmalige rand komt er voor de eerste maal na de moord op graaf Karel de Goede in 1127. De politiek instabiele situatie die op de moord volgt, maakt dat de stedelingen zich onveilig voelen. Ze bouwen een geïmproviseerde omwalling en volgen hiervoor grotendeels het tracé van de binnenreien – dat bespaart hen heel wat graafwerk. Na verloop van tijd worden de houten verdedigingswerken vervangen door halfronde stenen vestingstorens, muren en stadspoorten. Een deel van de omwalling is vandaag nog goed herkenbaar in een tuinmuur aan de Pottenmakersrei.

eerste omwalling pottenmakersrei (Small)

Restant van de eerste omwalling aan de Pottenmakersrei

Tweede omwalling

Omdat Brugge in de middeleeuwen groeit en bloeit, barst de stad al gauw letterlijk uit haar muren. In de 13de eeuw ontstaan er buiten de muren nieuwe wijken die dus onbeschermd zijn.  Het is de Franse koning die in 1297 opdracht geeft om een nieuwe omwalling te bouwen. Deze keer worden er vaklui aan het werk gezet. De nieuwe omwalling is 6800 meter lang en telt negen stadspoorten. De versterking bestaat uit aarden wallen, omringd door dubbele grachten en houten palissaden.

In de 14de eeuw worden negen stadspoorten gebouwd. Tussen de Boeveriepoort en de Gentpoort is de wal extra versterkt met een muur, want daar dreigt het meeste gevaar vanuit Gent. Het middeleeuws profiel van de omwalling (zonder de palissaden) is nog het best bewaard tussen de Boeveriepoort en de Bevrijdingslaan.

geschilderd plan (Small)

Anoniem, Geschilderd plan van Brugge, midden 16de eeuw (of begin 15de eeuw?), coll. Groeningemuseum Brugge (GRO.0410.I). De stadspoorten staan weergegeven op dit plan.

Poorten

In oorlogstijd zijn de poorten verdedigings- en uitvalsposten, in vredestijd moeten handelaars er tol betalen. Elke avond gaan de poorten dicht, zodat de bevolking veilig beschermd is in de duistere nacht. Op het openen van de poorten staan strenge straffen. Dat bewijst de bronzen schedel aan de Smedenpoort. François Van der Straeten probeert op het einde van de 17de eeuw de Franse troepen via de Smedenpoort de stad in te loodsen. Hij bekoopt het met zijn leven en na zijn onthoofding hangt men zijn hoofd aan de Smedenpoort. Later wordt het vervangen door een bronzen schedel maar de waarschuwing blijft duidelijk…

schedel François Van Straeten2

De bronzen schedel van François Van der Straeten aan de Smedenpoort

Vandaag staan er nog vier stadspoorten recht. Enkel de Gentpoort is te bezoeken. In de kamer boven, waar de wachters zich konden warmen, kom je meer te weten over de omwalling en haar geschiedenis. In de Kruispoort weerklinkt vandaag het getik van de degens van de Hallebaardiers, een schermersvereniging, en in de Ezelpoort de muziek van Anima Eterna. De Smedenpoort is de enige poort waar het verkeer nog steeds in twee richtingen doorgaat. Voetgangers kunnen sinds enkele jaren de mooie bruggen ernaast gebruiken.

De poorten maken aanvankelijk deel uit van een echt complex bestaande uit het nu nog bewaarde hoofdgebouw, twee bruggen en een voorpoort. Let er ook eens op dat de toegangsweg naar de stadspoort nooit in rechte lijn, maar via een bocht naar de poort toeloopt. Zo wordt een rechtstreekse bestorming ontmoedigd.

Verdediging

De opkomst van krachtigere vuurwapens en nieuwe belegeringstechnieken vereisen een aanpassing van de stadsversterkingen. Een echte gebastionneerde fortificatie wordt aangelegd in 1614. In de binnenvesting verrijzen een reeks van kleine aarden bastions en houten palissades. In de buitenvesting verschijnt een tweede gordel van bastions en ravelijnen uit aangestampte aarde en beplant met gras en hagen. Dit verklaart meteen waarom deze omwallingen vanaf het ogenblik dat ze niet meer onderhouden worden, snel aftakelen.

gebastioneerde vesting

Johannes Peeters, Zicht op Brugge, midden 17de eeuw, coll. Stadsarchief Brugge

Ook Vauban passeert in Brugge en stelt een groots project voor om de fortificaties te verbeteren. Om financiële redenen wordt dit plan nooit uitgevoerd. De definitieve ontmanteling van de vesten komt er naar aanleiding van een decreet van Jozef II tussen 1782-1785. Na de afschaffing van de tol worden ook drie stadspoorten afgebroken.

0235lobbrecht2

Jan Lobberecht, Plattegrond van Brugge met de paallanden, 1690, coll. Musea Brugge. De bastions zijn duidelijk weergegeven.

Groene en industriële vesten

In de tweede helft van de 19de eeuw ondergaan de vesten een transfomatie: ze veranderen in een groene wandelzone met parkallures. Vanaf dan lopen er geen wachters meer, maar flaneren de Bruggelingen tussen de bomen. Vandaag zijn de vestingen een 26 hectare groot groengebied met een grote verscheidenheid aan beplanting en een waardevol biotoop voor talrijke vogels. Lopers hebben er hun eigen parcours. Zo kan ieder op zijn eigen tempo genieten van de omwalling.

aanleg Smedenvest Hubert Van Hulle

Hubert van Hulle, Aanleg van de Smedenvest. De Genste landschapsarchitect Van Hulle legt in opdracht van het Brugse stadsbestuur vanaf 1879 de vesten als park aan.

Door het opheffen van de beschermingsfunctie van de vesten eind 18de eeuw, komt er ook veel terrein vrij om nieuwe industrieën te vestigen. Het Brugse stadsbestuur onder leiding van burgemeester Boyaval geeft de gronden goedkoop en aan voordelige voorwaarden in erfpacht. Zo trekt Philip De Cock in 1856 een vlasfabriek op aan de Handelskom. Rond de site ontwikkelt zich in de 19de eeuw een bescheiden industriegebied met het metaalconstructiebedrijf Grandsire, enkele scheepstimmerwerven en sinds het eind van de 19de eeuw de Nederlandse Gist- en Spiritusfabriek (nu Genencor). Een ander voorbeeld situeert zich rond de Smedenpoort. Guillaume Vanden Reeck kan daar met de steun van het stadsbestuur een mechanisch aangedreven katoen -en wolweverij oprichten. Het gebouw wordt in 1861 afgewerkt in een typische 19de-eeuwse baksteenarchitectuur. Het gebouw is bewaard gebleven en doet nu dienst als tentoonstellingsruimte voor het Cultuurcentrum onder de naam ‘de Bond’.

de bond (Small)

De Bond, net buiten de Smedenpoort

Meer weten?

Marc Becuwe, Brigitte Beernaert en Patrick Cardinael, De vesten anders bekeken: een groene wandeling rond Brugge, Brugge, 2005

Meer objecten en verhalen

1 gedacht over Zicht op de stadsomwalling van Brugge

  1. Mia Lingier schreef:

    Fantastische info !

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *