Het draakje van de Waterhalle

Brugge, 13de eeuw. De stad bloeit als handelscentrum, schepen varen af en aan met koopwaar. Via de Reie kunnen ze het hartje van de stad bereiken. Een schip lossen in de regen is natuurlijk niet comfortabel. Daarom besluit de stad om een imposant gebouw over de Reie op te trekken, de Waterhalle.

Zo kunnen goederen beschut gelost worden. De bovenruimtes van de Waterhalle gebruikt men als loods of stapelruimte. Brugge heeft in de middeleeuwen een alleenrecht op een aantal ‘stapels’. Alle koopwaar die via de voorhavens van het Zwin, Damme en Sluis wordt gelost, behoort tot het stapelrecht van Brugge.

Een wonder van een gebouw

In 1294 is het hoofdgebouw van de Waterhalle klaar. Het heeft een lengte van 95 meter, een breedte van 24 meter en een hoogte van circa 30 meter en neemt de hele oostkant van de Markt in. Aan de kant van de Markt staat een lagere aanbouw waarin handelshuizen en winkels een onderkomen vinden. Dat de Waterhalle afgebeeld staat op het schilderij ‘De zeven wonderen van Brugge’, zegt veel over het belang ervan.

uitsnede_MG (Small)

De Waterhalle op de kaart van Marcus Gerards, 1562

In de 17de eeuw raakt de Waterhalle in onbruik. Het handelscentrum verplaatst zich naar andere delen van de stad, onder andere naar de Handelskom. Vanaf 1787 valt de watertoevoer richting Waterhalle zelfs helemaal weg omdat de Kraanrei ter hoogte van de Kraanbrug wordt volgestort. Datzelfde jaar besluit het centrale gezag in Brussel om de Waterhalle af te breken. Dit onder luid protest van de Bruggelingen. De gerecupereerde bouwmaterialen gaan naar de nieuwbouw van de kazerne in de Langestraat, die verrijst waar het Kartuizerklooster stond.

0000_GRO0693_I 010

De afbraak van de Waterhalle, 1787, coll. Groeningemuseum Brugge (GRO.0693.I)

Vandaag blijven van de Waterhalle slechts fragmenten en brokstukken over. Bij de afbraak van enkele gebouwen begin 20ste eeuw met het oog op verdere werken aan het Provinciaal Hof, worden nog twee zuilen gerecupereerd. Die staan vandaag in het Arentshof.

8.2.d

Bij afbraakwerken op de hoek van de Markt en de Philipstockstraat recupereert men twee zuilen van de Waterhalle, 1908, coll. Stadsarchief Brugge/Beeldbank Brugge

Een wonder van een dier

Een meer raadselachtig fragment is dit draakje. Heel veel informatie erover hebben we niet, maar we kunnen wel een en ander afleiden.

Het is een zware steen en omdat er een draak afgebeeld staat, gaat het heel waarschijnlijk om een basement, het onderste gedeelte van een zuil. De draak bevindt zich immers onderaan de wereld. Het steenfragment wordt in de late 13de eeuw gedateerd, wanneer de Waterhalle gebouwd wordt.

VI.O.0296 (Small)

Het draakje van de Waterhalle, coll. Gruuthusemuseum Brugge (VI.O.0296)

Het draakje heeft een hondachtige kop, een reptielachtig lichaam, vlerken en de poten van een roofdier, mogelijk een katachtige. In middeleeuwse voorstellingen zijn draken vaak hybride wezens, samengesteld uit verschillende dieren. Vaak associeert men draken met de duivel of met de slang die Eva verleidt in het aards paradijs, waardoor dat paradijs voor de mens verboden terrein wordt. Maar waarom een drakenfiguurtje afbeelden in de Waterhalle, een gebouw zonder religieuze functie? Uniek is het niet. In en op veel officiële gebouwen van die tijd komen antropomorfe (half mens, half dier) en dierlijke wezens voor. Zo dartelen er halfwezens zoals zeemeerminnen op de kraagstenen van het Brugse stadhuis. Is deze draak misschien een zeewezen dat bezworen is tijdens de reis naar de Waterhalle?

Fabeldieren

Vandaag zijn fabeldieren nog steeds erg populair in verhalen. Denk maar aan Harry Potter, Twilight en Game of Thrones, waarin halfmenselijke wezens, draken, griffioenen en andere wonderbaarlijke creaturen rondrennen en -vliegen.

Bestiarium_hydra

Veelkoppige hydra in een Bestiarium, coll. British Library Londen

In middeleeuwse overleveringen komen zo vaak mythologische fabeldieren voor dat men er zelfs een apart genre van verluchte handschriften aan wijdt, het bestiarium. Naast echte dingen, zoals stenen, planten en dieren worden daarin ook allerlei fabelwezens besproken en beschreven.

Niets nieuws onder de zon dus. Fabeldieren komen voor in alle culturen, zijn van alle tijden en zijn een bron voor vele grote verhalen, in de wereld en in Brugge.

Meer weten?

Luc Devliegher, Van Waterhalle tot Provinciaal Hof, Brugge, 1994

A. De Koomen, E. M. Moormann, Monsters en fabeldieren, 2500 jaar geschiedenis van randgevallen, Ludion, 2003

Meer objecten en verhalen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *