Ick aenbidde u met alle de krachten mijnder sielen

Toen de aannemer de vloerplanken aan de kerkzijde van de bidkapel wegnam, kwam er een blaadje boven. Een blaadje van 12,5 op 8 cm, een beetje aangetast aan de randen, dicht bedrukt met tekst. Ondertussen heeft het een beetje van zijn verhaal gelost. En doet het weer nieuwe vragen opborrelen.

In het voorjaar van 2015 was de vloer van de bidkapel van het Gruuthusepaleis volledig ontmanteld. Door enkele vloerplanken weg te nemen, bleek immers dat de balken die de vloerplanken ondersteunden aan de uiteinden zwaar aangetast waren door insectenvraat. Er stond slechts één ding te doen: de volledige vloer demonteren en alle balken vernieuwen.

Toen ook de vloerplanken aan de kerkzijde, onder de bidbank, verwijderd werden, ontdekte de aannemer een klein, met Nederlandse tekst bedrukt blaadje.

Maart 2015: de bidkapel van het Gruuthusepaleis zonder lambrisering en vloer. Foto: Lieven Coudenys

Waar en wanneer

‘Ghebedt om de werckende liefde tot Godt te verkrijghen’ staat er onderaan op de ene zijde gedrukt. De tekst die eraan voorafgaat, eindigt met ‘Amen’. Heel waarschijnlijk ook een gebed dus. Beide teksten zijn in het Nederlands. Bovenaan staat een paginering: 273 – 274.

Het is dan wel geen blad uit een prachtig verlucht handschrift van Lodewijk van Gruuthuse, toch prikkelt het de verbeelding en brengt het de mensen die jaren geleden in Gruuthuse hebben rondgelopen plots wat dichterbij. Maar over hoelang geleden spreken we? Om daar een aanwijzing over te krijgen, zochten we een antwoord op de vraag: uit welk boek komt dit blaadje en wanneer is het gedrukt? Met deze vraag klopten we aan bij prof. dr. Theo Clemens, die tot 2012 verbonden was aan het Ruusbroecgenootschap van de Universiteit Antwerpen.

Mijnen Salichmaker Iesu Christe, mijnen Godt ende vader, mijnen schepper ende Heere: ghy zijt den bloedighen liefhebber mijnder siele, alle de hope ende troost mijns levens.

Wie en waarom

De professor vreesde ons het antwoord schuldig te moeten blijven. Maar de vraag had duidelijk zijn nieuwsgierigheid aangewakkerd. En zo stond drie mails later het antwoord zwart op wit te lezen.

Bladzijde 273-274 komt uit de Schat der gebeden, samengesteld door de in Poperinge geboren jezuïet Lodewijk Makeblijde (1565-1630). Het boek werd (ook) door een lekenpubliek gebruikt en werd door de eeuwen heen 25 maal herdrukt, tot in 1827. Aanvankelijk was Antwerpen de plaats van uitgave maar na 1664 kwam het boek in de noordelijke Nederlanden van de persen.

Titelpagina van ‘De schat der ghebeden’, Antwerpen, 1644, coll. Catherijnenconvent Utrecht. Foto: Theo Clemens

Professor Clemens kwam echter nog wat verder en kon de exacte uitgave aanduiden waaruit het blaadje afkomstig is: die van de Antwerpse drukker-uitgever Hendrik Verdussen uit 1644. Het Utrechtse museum Het Catherijnenconvent bewaart een volledig exemplaar van deze uitgave.

Missie geslaagd! Maar nu duiken weer andere vragen op: wanneer kwam het blaadje tussen de vloerplanken van de bidkapel terecht? Wie heeft het uit het boek gescheurd en waarom? En meer prozaïsch: heeft iemand weet van een nog bestaand exemplaar van de Schat der gebeden waarin bladzijde 237-274 ontbreekt?

Ick begheere vastelijck alle uwe heylige gheboden te vol-brenghen ende neme u alleen voor het laetste eynde van alle mijne wercken ende den eenighen regel van mijn leven.

Meer objecten en verhalen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *