In restauratie: goudleer

De stukken die in het Gruuthusemuseum een plaats krijgen, zijn geselecteerd. Sommige gaan eerst nog door de vaardige handen van een restaurator zodat ze in 2019 opnieuw kunnen schitteren. Zoals dit grote stuk goudleer dat zijn glans terugkreeg.

Goudleerbehang is op het einde van de 16de eeuw de nieuwste trend wat betreft wandbekleding. Vanaf dan vervangt het stelselmatig wandtapijten in de huizen van de rijke burgerij. Tot het goudleerbehang in de 18de eeuw op zijn beurt door iets nieuws verdrongen wordt: beschilderd textiel.

Goudleer, ca. 1750-1800, coll. Gruuthusemuseum (XX.O.0024)

Brussel-Brugge?

Meer dan waarschijnlijk is het grote stuk goudleer (1,9 op 2,5 meter) uit de Gruuthusecollectie afkomstig uit een Brugse woning. Maar de productieplaats is elders te situeren.

In de 17de eeuw zijn Amsterdam, Den Haag en Middelburg vrij grote productiecentra. Zij exporteren goudleer tot ver buiten de grenzen. Met de opkomst van het textielbehang sluiten de Nederlandse huizen vanaf 1680 de deuren.

Ook in Vlaanderen produceert men goudleer, en dit langer dan bij de noorderburen, tot in de jaren 1760. Mechelen staat in de 17de eeuw bekend om zijn goudleerproductie. Het museum Hof van Busleyden heeft heel wat goudleer in de collectie zitten. Andere productiecentra zijn Brussel en Antwerpen, en in mindere mate Gent, Luik en Ieper.

Het is moeilijk te bepalen waar het stuk goudleer uit de Gruuthusecollectie gemaakt is. Vermoedelijk gaat het om Vlaamse productie. Er zijn enkele gelijkenissen aan te wijzen met Brusselse stukken goudleer.

Patser

Als de productieplaats al moeilijk te bepalen is, geldt dat nog meer voor de maker. Op het goudleer zit een etiketje met een letter G als initiaal. Op de keerzijde van de lappen zijn met krijt de letters IG aangebracht. Een verwijzing naar de maker? Dergelijke referenties kunnen echter ook gewoon een aanduiding voor de montage zijn, bijvoorbeeld de letter van de wand waartegen het leer geplaatst wordt.

Zeker is dat de maker een patser was. Het maken van goudleer wordt immers ‘patsen’ genoemd. Vandaag zouden we misschien eerder de koper van het goudleer die titel geven: wij gebruiken het woord immers voor iemand die graag  met zijn rijkdom pronkt.

Ontplooid

De objecten die een plaats krijgen in het Gruuthusemuseum, zijn stuk voor stuk bekeken om hun conditie te bepalen. En het goudleer bleek er niet al te best aan toe. Het zit al lang in de collectie: het werd verworven door het Oudheidkundig Genootschap van Brugge. De lap is lange tijd opgeplooid bewaard – helaas niet de ideale manier. Het goudleer vertoonde een aantal scheuren, lacunes en vochtschade. Daarom kreeg de firma Cordovano (Melle) de opdracht om het goudleer te restaureren. Zij bereikten een mooi resultaat.

Om het goudleer gedegen te kunnen restaureren, is uiteraard een goede kennis van de opbouw ervan belangrijk. Die is in grote lijnen als volgt: op het leder wordt eerst een lijmlaag aangebracht; vervolgens brengt men bladzilver aan en daarna een tweede lijmlaag tegen de oxidatie van het zilver. Daaroverheen komt gele vernis die het goudaspect levert. Dan brengt de maker het reliëf aan, bij dit stuk met behulp van handstempels, om dan af te sluiten met de beschildering of decoratie. Soms wordt over alles heen nog een afwerkingslaag van vernis gezet.

Dit stuk goudleer is gemaakt van kalfsleer en bestaat uit drie banen die één geheel vormen. De achtergrond is afgewerkt in een goudkleurige laag en bewerkt met een handstempel. Daarbovenop zijn rijkelijke versieringen aangebracht: verschillende vruchten, druivenranken, palmetten, guirlandes en diverse dieren zoals vogels en vlinders. Het goudleer is vrij symmetrisch opgebouwd rond een  centraal motief: een vaas gevuld met een bloementuil. De versieringen zijn bedekt met bladzilver en vervolgens afgewerkt met verschillende verflagen en een goudkleurige vernis.

Alle foto’s bij dit bericht: Cordovano (Melle)

Meer over de vernieuwing

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *