Wrijfprent

‘Elk oudheidkundig genootschap zou moeten proberen om een verzameling bijeen te brengen van facsimile’s van alle bestaande grafstenen in de stad of provincie waar het gevestigd is.’ Dit besluit noteert James Weale, medeoprichter van het Oudheidkundig Genootschap van Brugge, in zijn boekje Des dalles et cuivres tumulaires uit 1858. Voor Weale zijn dergelijke grafstenen en -platen belangrijke historische bronnen die echter door heel wat factoren bedreigd worden.

In de voorgaande bladzijden heeft hij die factoren met verve opgesomd: stenen grafplaten worden uitgehakt en de kerk uitgegooid samen met andere nutteloze voorwerpen. Of ze worden ingemetseld in muren en zo blootgesteld aan regen en wind. Koperen grafplaten worden verkocht en gesmolten. Ook landbouwers weten wat gedaan met oude grafstenen: ‘Dans les environs de Bruges, à Assebrouck, à Damme et à Ettelghem, il y a des fermes ou de belles dalles, qui ornaient naguère leurs églises, servent à séparer les vaches dans les étables. La plus ancienne dalle à portrait de la Belgique se trouve actuellement dans la basse-cour d’une ferme près de Liège; et d’autres, quoiqu’elles offrent les sujets les plus saints, servent à couvrir des puits ou des égouts.’ En dan kan Weale nog niet voorzien dat in de 20ste eeuw twee vernietigende wereldoorlogen voorbij zullen razen…

Wrijfprent van de grafplaat van Ghiliaemke van de Kerove, coll. Gruuthusemuseum (XXX.O.0014), foto: Dominique Provost

Grenzeloos wrijven

Weale geeft meteen ook een methode mee om zo’n verzameling facsimile’s of reproducties aan te leggen: via de techniek van de wrijfprent, in het Frans frottis, in het Engels rubbings. Daarbij plaatst men een vel papier over een grafplaat en wrijft men over het oppervlak met zwarte was. Nog beter volgens Weale is te werken met een tampon die gedrenkt is in een mengsel van lijnolie en grafiet.

Weale weet waarover hij het heeft. Hij past de techniek zelf toe tijdens zijn reizen doorheen België en andere Europese landen. En met hem ook vele andere oudheidkundigen. Getuige daarvan een beschrijving in het tijdschrift Rond den Heerd van 3 oktober 1868 van een reis van de Gilde van Sint-Thomas en Sint-Lucas (overigens ook gesticht door Weale) naar Duitsland: ‘Ten dien einde is zij (de Gilde) laatstmaal een uitstapken gaan doen naar Duitschland. (…) Bij het aankomen van het damppeerd (d.w.z. de trein), was ’t gemakkelijk om zien wie daar al gildebroeder was. De eene kwam uit den trein gekropen voorzien van rollen papier, lang gelijk eene balpijpe, en den reiszak vol stukken gibernewasch, of potloodblink, bestemd om grafzerken, platte houtsnijderije, ijzerwerk, wat weet ik al, tot borduursels toe van kerkekleeren prentwijs af te vrijven.

Uit het verslagboek van het Oudheidkundig Genootschap van Brugge, 2 maart 1874: voor 900 frank worden er 34 wrijfprenten aangekocht bij James Weale. Coll. Gruuthusemuseum

Resultaat is dat Weale een uitgebreide collectie wrijfprenten uitbouwt. Een deel ervan weet hij in 1874 te verkopen aan… het Oudheidkundig Genootschap van Brugge. Dit genootschap ligt aan de basis van het Gruuthusemuseum en zo maken de wrijfprenten ook vandaag nog deel uit van de collectie. In 1885 noemt het genootschap de wrijfprenten één van de meest gewaardeerde collectieonderdelen.

Origineel en reproductie

Een wrijfprent uit de collectie Weale die vandaag nog steeds naar de keel grijpt, is die van de grafsteen van Ghiliaemke van de Kerove (voluit waarschijnlijk Van de Kerckhove), overleden in 1557. De steen zelf ging tijdens de Eerste Wereldoorlog verloren, de wrijfprent zit nog steeds in de Gruuthusecollectie.

Op de prent zien we een kindje, Ghiliaemke, dat in doeken is gewikkeld. Een skeletfiguur houdt het kind vast en doorboort het. Ghiliaemke spreekt de levenden als het ware toe. In de banderol rechts van hem staat te lezen: ‘Als ic was ter oude van neghen weken quam my de doodt met sen strael duersteken.’

Omgekeerd komen onderzoekers ook wrijfprenten maken in het museum van het Oudheidkundig Genootschap. Zo de Engelse geestelijke W.F. Creeny, een onvermoeibare wrijver die heel Europa doorkruist. Eén van zijn reizen voert hem naar Brugge. Daar maakt hij in het museum van het Oudheidkundig Genootschap in de hallen een wrijfprent van de koperen grafplaat van Abel Porcket. Deze grafplaat is vandaag nog altijd een belangrijk object in de Gruuthusecollectie. Creeny’s wrijfprent krijgt een plaats in zijn lijvige publicatie A Book of Fac-similes of Monumental Brasses on the Continent of Europe (1884). Het Oudheidkundig Genootschap is het enige buitenlandse genootschap dat, volgens de vermelding in het boek, intekent op deze publicatie. Het al vernoemde verslag uit 1885 vermeldt de aankoop van Creeny’s boek expliciet als een onmisbare aanvulling op de collectie wrijfprenten.

W.F. Creeny, A Book of Fac-similes of Monumental Brasses on the Continent of Europe, 1884, coll. Openbare Bibliotheek Brugge, foto: Inge Geysen

‘On the morning of Tuesday, the 7th, I was at Rotterdam too late to catch the train to Hamburg on my way to Denmark, so I immediately went to Nymegen, and that evening began to copy the fine monument to the Duchess of Bourbon. Next morning from six till eight I finished it, and was on my way to Hamburg by half-past nine, which I reached at ten at night, and next morning by six was off to Ribe in the south-west of Jutland, only to be disappointed, as the brass that ought to be there has disappeared.’ (Creeny, A Book of Fac-similes of Monumental Brasses on the Continent of Europe, 1884, blz. IV)

Meer objecten en verhalen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *